Tagarchief: uit de kast

One of the boys

23 april – De slapeloze nacht

Sinds ik testosteron gebruik, zeven maanden nu, slaap ik als een blok. Een geweldige bijwerking kan ik wel zeggen, het is een weelde zoveel slaapgenot te ervaren na jaren en jaren van belabberde nachten. De nacht van 23 april kon ik de slaap echter niet vatten. Heel vreemd. Ik ben het gewoon niet meer gewend.

Uiteindelijk stond ik maar op en ben ik wat gaan surfen op het net en, toeval bestaat niet, ik zag een droom van een vacature, die ik anders zeker niet gezien zou hebben, want eigenlijk geloof ik op mijn leeftijd niet meer zo erg in het schrijven van brieven. Netwerken heeft veel meer zin en is veel effectiever.

Omdat ik van het enthousiasme toen helemaal niet meer kon slapen, heb ik er om 4 uur ’s nachts een brief uit geknald, want als je iets echt wilt, dan is het geen enkel probleem om daar een motivatie voor te vinden. Daarna toch nog even lekker geslapen.

Dezelfde dag nog word ik gebeld door het Uitzendbureau; “We willen graag kennis met je maken, alleen wordt alles geregeld vanuit Utrecht, wel wat ver voor jou, je kunt hier langs komen, maar we kunnen de sollicitatie ook telefonisch doen hoor!” “Geen probleem” hoor ik mezelf meteen zeggen “ik kom wel langs, ik wil de kans op slagen zo groot mogelijk maken, want deze functie interesseert me echt enorm!”

Razendsnel heb ik me bedacht dat het belangrijk is dat ze me zien, op die manier kan ik eventuele vooroordelen over transseksuelen meteen van tafel vegen. Ik weet dat als men mij ziet ik vertrouwen geef en uitstraal, want weet ik veel wat ze denken, misschien wel dat ik er raar uit zie, dat ik psychisch in de knoop zit of wat dan ook. Ik moet grinnikend meteen denken aan wat een collega met verbazing uitriep nadat ik uit de kast was gekomen voor de hele afdeling tegelijk “Oh, maar jij bent helemaal niet zielig en zo vol met leven en met zin om er wat van te maken, wat bewonder ik jou!”

28 april 2015 – De intake

Met mijn gloednieuwe paspoort met de felbegeerde M en mijn oude diploma’s meld ik me ruim op tijd bij het Uitzendbureau. In de bevestigingsmail stond dat ik mijn diploma’s mee moest nemen. Indien dat niet zou kunnen had ik dat van te voren moeten melden. Blijkbaar vinden ze diploma’s erg belangrijk dacht ik. Op mijn diploma’s staat echter mijn vrouwennaam. Ik verwachtte dus dat er gesproken zou gaan worden over mijn transgender-zijn. Leek me ook wel logisch nog in dit stadium  van mijn transitie. Als ik me heel mannelijk kleed met een overhemd in blauwtinten die me wat stoerder maken, dan word ik tegenwoordig meestal met meneer aangesproken. Kleed ik me uniseks, dan is er twijfel en wordt het vaak toch nog mevrouw. Kapsel en kleding zijn in deze fase van mijn transitie heel belangrijk. Ik heb wel het geluk dat mijn stem weer behoorlijk zwaarder is geworden de afgelopen week.

Het gesprek begint heel relaxed. Ik moet me legitimeren, ze maken kopieën, ze vullen al mijn gegevens in. De rest van het gesprek gaat ook heel soepeltjes, er worden veel vragen gesteld en ik geef gemakkelijk antwoord. Wel vraag ik me af of de meneer van het Uitzendbureau niets ziet of vermoedt? Voor ik het weet zijn we vijf kwartier verder en om mijn diploma’s wordt niet gevraagd. Ik heb helemaal niet hoeven spreken over het feit dat ik een transman ben! Geen uitleg, geen vragen, geen gedoe… huh?? Ik kan het eigenlijk nog maar nauwelijks bevatten. Achteraf snap ik het eigenlijk ook wel, ze verwachten een man, je stelt je voor als een man, in je paspoort staat man en dan ben je het ook gewoon. En dat ben ik ook. Ze kunnen hoogstens denken wat een vreemd ventje, maar dat kan me geen bal schelen, ik had dit alleen nog niet verwacht. Wat kan het leven toch weer verrassend lopen.

Een half uur later zit ik trots als een pauw in de trein op weg naar huis. Jéeee, ik was gewoon Rick. Ik heb een glimlach van oor tot oor. Dan komt er een meisje van een jaar of twaalf naar me toe en vraagt: “Meneer…. uhhhh….. mevrouw, mag ik u iets vragen?” “Maar natuurlijk” zeg ik brullend van de lach.

7 mei 2015 – De sollicitatie

Het was spannend, maar op 1 mei hoor ik dat ik voorgesteld zal worden aan mijn mogelijke nieuwe werkgever. Ik ben door het dolle heen. Het is me gelukt om naar de volgende ronde te gaan en nog wel als Rick, als man en niet als transman. Van de 150 kandidaten zijn er nog twaalf kandidaten over voor acht werkplekken door heel Nederland. In mijn regio zijn er twee plekken voor drie voorgestelde kandidaten. De week duurt heel lang, ik weet dat ik een behoorlijke kans maak, maar ik heb de job nog niet, hoewel ik er een enorm goed gevoel bij heb.

Alle overgebleven kandidaten worden ontvangen in een rommelig zaaltje. We krijgen plenair extra informatie over de functie en over het bedrijf, we krijgen een bedrijfsfilm te zien en we vertellen allemaal iets over onszelf. Van mijn fobie voor voorstelrondjes is niets meer over. Daarna hebben we allemaal, één voor één, een speeddate van tien minuten met twee leidinggevenden. In die tien minuten moet je jezelf verkopen.

Ik ben als een van de laatsten aan de beurt. Van zenuwen geen sprake en ik sta versteld van de antwoorden die ik geef. De dag ervoor heb ik bewust besloten me niet voor te bereiden op het gesprek en te vertrouwen op mezelf en op wat er zou komen. Je kunt toch nooit alle vragen voorbereiden en eigenlijk alleen maar jezelf zijn.

Ik heb het gevoel dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan, maar mijn god wat spannend nog. Het is nu wachten tot morgenochtend. Doordat deze hele sollicitatiemarathon nogal uitgelopen is, worden we niet dezelfde middag, maar pas de volgende ochtend gebeld met het verlossende woord. Job or no job. Sowieso ben ik tevreden. Veel beter had ik het niet kunnen doen en ook nu was ik gewoon Rick en niet Rick met al dat transgendergedoe, wat ontzettend heerlijk, wat een bevrijding.

Op het station koop ik een broodje. Eerder die dag kon ik niet veel door mijn keel krijgen en ik scheur nu van de honger. “Alstublieft mevrouw!” zegt de donkere meneer vanachter de toonbank, terwijl hij me het wisselgeld terug geeft. Ik kijk hem aan en moet wederom vreselijk lachen “Mevrouw???”  Tsja… wat maakt het ook uit. Het is allemaal slechts een kwestie van tijd en de testosteron zal nog veel van zijn werk gaan doen.

8 mei 2015 – De verlossing

Ondanks de spanning slaap ik goed en kan ik rustig wachten tot de volgende dag 10:00 uur. Dan slaan de zenuwen ineens heftig toe. Het zal nu niet meer zo lang duren denk ik. Ik speel een spelletje Risk met mijn kinderen die vakantie hebben. Een welkome afleiding want mijn hart klopt ondertussen in mijn keel. Dan, om 10:40 uur, gaat de telefoon. Ik spring omhoog, mijn kinderen gillen “Daar is ieeeeeeeeeeeeee!”

“Positief nieuws Rick!” hoor ik aan de andere kant van de lijn, er ontsnapt een harde “YESSSS!!!!!” terwijl ik mijn vuist bal. Ik ben één van de vijf mensen die aangenomen is, dus niet eens één van de acht. De verdere gang van zaken wordt besproken en hoewel ik heel serieus antwoord geef, sta ik ondertussen te dansen, of beter gezegd op een idiote manier te draaien met mijn onderlijf. Mijn zoon en dochter, allebei pubers, schamen zich rot, dat blijkt uit alles, ze houden zich echter wel stil gelukkig. De meneer van het Uitzendbureau merkt niets. Het gesprek duurt ruim vijf minuten, wat verschrikkelijk lang is als je het eigenlijk uit wil schreeuwen, en als ik neerleg springen we met zijn drieën de kamer rond. Mijn kinderen zijn ook heel blij, maar drukken me wel op het hart dat ik nooit, maar ook nóóit meer mag proberen te twerken. “Echt mam, dat kan echt niet!!!!”

Maandag a.s. begin ik met een intensieve training van bijna vier weken. Daarna aan het werk ‘as one of the boys’!  Het is toch wel even heel anders om aan de slag te gaan als man dan als een man die ooit een vrouw was. Ik ben passabel, in ieder geval op mijn werk. Ik heb het hem gewoon geflikt!

Het is nog niet te bevatten…

.

,

,

Advertenties

Man at work

Ineens moest het. Ineens besloot ik het. NU! Nu, ga ik het doen, nu is het moment. Rigoureus. Huppakee. Voor zestig man tegelijk uit de kast.  Zo snel al ik kan typen (en dat is snel) schreef ik onderstaand schrijven, redigeren was niet eens meer nodig. In één keer stond het op papier. Niet nadenken, doen! Zo werkt dat bij mij.

De volgende ochtend vroeg ik mijn leidinggevenden, die wel al op de hoogte waren van mijn transseksualiteit, want ik ben hierover open geweest bij mijn sollicitatie, de boodschap op het interne net te zetten van onze afdeling. Gelukkig ging ik toen net lunchen, want het was toch wel even heel spannend. Kon ik even tot rust komen en afwachten wat er zou gaan gebeuren.

Beste collega’s,

Soms zijn dingen niet wat ze lijken. Jullie hebben me leren kennen als Roos, een vrouwelijke collega, want zo doet mijn uiterlijk vermoeden, al kleed ik me mannelijk. Ik ben echter een man, geboren in een vrouwenlichaam. Altijd al wist ik dat er iets niet klopte, maar ik stopte het weg en ik ontkende het. Het kon niet, het mocht niet, het was onzin. Maar ontkennen lukte uiteindelijk niet meer. Ik kon mezelf niet langer verloochenen, want daar ging ik aan kapot.  Uiteindelijk heb ik gekozen voor mezelf, met alle consequenties van dien. Ruim twee jaar geleden kon ik het gewoonweg niet meer opbrengen door te leven zoals ik altijd geleefd heb (als vrouw) en heb ik me aangemeld bij het Genderteam van het VUmc.

Na een wachtlijst en eindeloze psychologische tests en onderzoeken is nu de diagnose gesteld. Ik ben transgender/transseksueel. Voor mij is de acceptatie van wie ik werkelijk ben een opluchting en een bevrijding. Ik ben geboren als Roos, maar binnenkort zal ik eindelijk helemaal Rick zijn (mijn nieuwe naam). Eindelijk zal mijn buitenkant overeen gaan stemmen met mijn binnenkant. Vorige week ben ik nl. begonnen aan de geslachtsaanpassende behandeling.

Conform het behandelprotocol van het Genderteam van het VUmc start nu de zgn. real-life experience fase (RLE). In deze fase word ik geacht in alle levensomstandigheden in de gewenste genderrol (man dus) op te treden, dus ook in mijn werk. Vandaar dat ik me nu ook open naar jullie toe. Ik heb dat niet eerder gedaan omdat ik in eerste instantie een contract had voor vier maanden en jullie de op komst zijnde veranderingen toch niet zouden zien. Nu mijn contract verlengd is, is het een ander verhaal.

De RLE fase wordt ondersteund door een hormoonbehandeling. Een aantal veranderingen zullen relatief snel optreden (daling stemgeluid, lichaamsbeharing), andere veranderingen hebben meer tijd nodig (toename spiermassa en kracht, verandering vetdistributie). Ik realiseer me dat dit een hele rare fase is. Ik zal langzaamaan gaan vermannelijken, maar ik heb nog steeds te dealen met een grote boezem waardoor ik gewoon nooit echt als man gezien word, maar de regels zijn nou eenmaal dat je pas na een jaar na start met de hormonen in aanmerking komt voor evt. operaties, hoewel ik daar tegen in beroep ben gegaan.

Zolang mijn stem nog vrouwelijk is, zal ik me aan de telefoon naar klanten toe gewoon Roos blijven noemen. Ik merk vanzelf wel wanneer ik de overstap kan maken naar Rick. Wat jullie, collega’s betreft, laat ik het aan jullie over. Jullie mogen me Roos of Rick (graag!) noemen, maar daar wil ik een ieder vrij in laten. Ik besef heel goed dat dit een niet alledaagse situatie is en voor sommige mensen misschien wel raar en moeilijk. Voor iemand die het niet zelf meemaakt is het denk ik niet voor te stellen wat het is om te leven in een verkeerd lichaam.  Zelf ben ik heel open en trots op wie ik ben en blij dat ik eindelijk kan laten zien wíe ik werkelijk ben. Schroom alsjeblieft niet om me vragen te stellen als je die hebt. Kom gewoon even naar me toe.  Geen probleem.

Graag wil ik jullie ook nog bedanken voor de kaarten en het medeleven die ik ontvangen heb tijdens de ziekte en na het overlijden van mijn moeder. Dat was echt heel fijn en sterkend.

Hartelijke groet,

Rick

Ongelooflijk fijn wat er toen en de volgende dagen gebeurde (want niet iedereen las meteen het bericht). Tientallen mails in mijn mailbox, steunbetuigingen, collega’s die naar me toe kwamen en mensen die zich opnieuw aan me voorstelden. Bewondering alom over mijn openheid, over mijn manier van dit bekendmaken.  Ik had daar zelf niet eens zo bij stilgestaan, maar dat was schijnbaar toch wel bijzonder.

Inmiddels is er ruim een week voorbij en iedereen noemt me al Rick, ik neem de telefoon op met Rick (besloot na een paar dagen niet te wachten op de verandering van mijn stem)  en ik voel me echt geweldig. Geen geheim meer op de werkvloer. Ik voel me gezien. Ik word gezien. Ik mag mezelf zijn. Ik voel me veel vrijer.

Dank collega’s. Jullie hebben er vast geen idee van wat dit voor me betekent, maar dit is zó groots. En ach, jullie mogen het ook best weten. Nu ik dit schrijf stromen de tranen over mijn wangen. Van geluk en ontroering uiteraard. Bij deze ‘man at work’.

Coming-out day

Mijn moeder en mijn man hebben het over voorzetsels. De Nederlandse voorzetsels blijven lastig voor mijn man, die niet in Nederland geboren is. Geduldig legt mijn moeder nogmaals het verschil uit. Op de fiets. In de auto. In bed, maar soms ook erop. In de kast. Op de kast.

“En uit de kast, dat kan ook nog” zegt ze lachend “weet je wat dat betekent?”

“Jahaaa” grapt mijn man “maar soms is het beter om in de kast te blijven en de sleutel drie keer om te draaien”.

Ze moeten er allebei smakelijk om lachen.

Ik krimp ineen en voel een hele nare snijdende pijn. Ik moet blijkbaar in het donker blijven. Mijn moeder heeft geen enkel idee van de diepere betekenis. Mijn man vindt dit kennelijk grappig, al zegt hij het vast omdat hij zelf ook niet weet wat hij met zijn eigen verdriet aan moet. Hij is er heilig van overtuigd dat het beter is dat de deur potdicht blijft.

Mij doet het verdriet. Ik wil niet langer met mijn geheim leven. Ik wil uit de kast. Laten zien wie ik ben, vooral aan mijn kinderen en aan de mensen van wie ik hou. Ik ben trots op wie ik ben en ook al zou de deur met een sleutel dicht zitten, ik ram hem wel open, ik sla die kast gewoon aan flinters. Open gaat die deur. Dat is één ding dat zeker is.

De vraag is alleen nog wanneer.

Uit-de-kast-komenPS. vandaag is het Coming-Out Day. Toen ik dat las moest ik denken aan bovenstaande anekdote, twee dagen geleden echt gebeurd. 

Balans

Ik maak de balans op. Vijf dagen geleden ben ik uit huis vertrokken. Tijdelijk weg bij mijn man, mijn zoon en mijn dochter. Vier nachten in een vreemd huis, in een vreemd bed, in een huis dat geen thuis is.

Bij het afscheid van mijn gezin doe ik stoer en vrolijk, we hebben verteld dat ik een tijdje ga logeren in het huis van K., die op vakantie is. Het is belangrijk dat ik zo snel mogelijk een nieuwe baan of meer werk vind en thuis kan ik me niet goed concentreren. Geen leugen, maar niet de hele waarheid. De kinderen hebben er nog geen idee van dat ik in transitie wil, dat ik niet langer meer wil leven met mijn vrouwenlijf. Ik vertrek omdat mijn man en ik een time-out nodig hebben, anders gaan we er aan onderdoor.

De kinderen snappen het. Mijn zoon zegt dat het een goed idee is, “Je hebt ruimte nodig mama!” Ik ben verbaasd over zijn wijze opmerking. Hij voelt het haarfijn aan. Mijn dochter moet een beetje huilen, “Ik zal je missen mam!”

Aan het einde van de straat, als ik uit het zicht van de kinderen ben, stromen de tranen over mijn wangen. Ik voel me opgelucht en kloten tegelijk. Dit moet. Dit kan niet anders, maar het idee de aankomende week wakker te worden zonder mijn kinderen voelt als een open wond waar citroen in gedruppeld wordt.

Na mijn vertrek heb ik meteen een afspraak bij een cliënt, een fijne afleiding. Verstand op nul en gaan met die banaan. Dat lukt me goed. Als ik drie uur later het logeerhuis binnenkom is de confrontatie daar. Een donker en vreemd ruikend huis, onvindbare lichtknoppen, maar vooral een kille sfeer. Ik loop wat doelloos rond. Probeer mijn draai te vinden, maar vind die niet. Vraag me af hoe ik het hier uit kan houden. Huilend val ik in het vreemde bed in slaap. Mijn eigen kussen, dat ik meegenomen heb van huis, is het enige dat vertrouwd aanvoelt.

Slapen gaat niet zo best die eerste nacht, vooral omdat ik moet wennen aan het bed en omdat ik nog wat verkouden ben. Desondanks ontspan ik steeds meer en sta ik best relaxed op de volgende ochtend. Ik besef ineens goed dat ik nu echt tijd en ruimte voor mezelf heb. Dat is ongekend. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben nog nooit langer dan een nacht zonder mijn kinderen geweest en eigenlijk heb ik altijd wel iemand om me heen gehad.

Dit is belangrijk, van levensbelang, schiet het plotsklaps door mijn hoofd. Ik moet dit ervaren, ik moet ervaren wat het is om helemaal alleen te zijn. Ik moet niet bang zijn. Ik moet het gewoon laten gebeuren. Van te voren had ik nog gedacht dat ik af zou gaan spreken met vrienden of met mijn zussen, maar nu merk ik dat ik dat vooral niet moet doen. Deze tijd is voor me, myself and me.

En zo is het gegaan. Het is nu dag vijf en ik heb nog niemand gezien, alleen in de supermarkt, maar dat telt niet vind ik. En ik wil ook niemand zien. Alleen mezelf. En die zie ik. En hoe! Die zie ik echt. En ik voel me fijn. Met mezelf. Met mijn eigen ik. Mijn echte ik, helemaal Rick. Eindelijk.

Ik vind het best lastig uit te leggen wat er nou precies gebeurd is en gisteren voelde ik me haast schuldig om het geluksgevoel dat ik momenteel voel. Soms voel ik me gewoonweg overdonderd en begrijp ik niet dat dit kan. Ik heb nog nooit in mijn leven zo’n rust ervaren. Het is stil in mijn hoofd! Nu ik dit schrijf biggelen de tranen over mijn wangen. Van ontroering. Van ongeloof. Van geluk. Het is stil en ik voel ruimte. Het is zo leeg in me dat het vol is.

Ik ben hier alleen en ik zie en voel mezelf zoals ik ben. Vrij, ongedwongen en in rust. Er zijn geen mensen om me heen die me niet zien zoals ik ben of die me niet willen of kunnen accepteren. Er wordt niet op me ingepraat en ook mijn stem is er niet. Niet die stem in me die brult “ik kan zo niet verder, ik wil de waarheid op tafel, ik word gek van deze poppenkast, ik wil uit de kast.”

Natuurlijk mis ik de kinderen enorm, maar de ondraaglijke verscheurende pijn die ik verwachtte is er niet. Ik voel me echt heel goed. Ik slaap goed, ik adem dieper, mijn borstkas lijkt veel breder, ik voel me ontspannen, ik barst van de energie. Nooit was ik alleen, maar zo vaak voelde ik me eenzaam en alleen. Nu ben ik alleen, maar ik voel me niet alleen. Ik heb genoeg aan mezelf.

DE DEURBEL…

Tot hier had ik geschreven toen de bel ging. Mijn man staat voor de deur met onze zoon. Mijn zoon huilt. Hij mist me verschrikkelijk. Mijn moederhart breekt. Ik neem hem in mijn armen, troost hem, knuffel hem, stel hem gerust. We spreken af dat ik even mee ga naar huis. Ik eet wat met ze mee, help met huiswerk en breng de kinderen naar bed. Heerlijk is het om weer even bij ze te zijn, ze te voelen, naar ze te luisteren en ze te knuffelen.

Maar ook, ik voel meteen weer de druk en de onrust. Mijn man die opnieuw aandringt om alles bij het oude te laten. De stilte in mijn hoofd is abrupt verstoord. Als door een straaljager die laag over de vredige heide raast.

Ik heb wat te verwerken. Ik ben weer uit balans.

Isolement

Ooit zei een bevriende transvrouw tegen me “Kijk uit dat je niet in een isolement raakt! Dat was voor mij toentertijd de reden om echt uit de kast te komen, want ik voelde, zo kan ik niet verder.” Die woorden ben ik nooit vergeten, want ik merk en merkte het bij mezelf ook en iedere dag meer. Langzamerhand begin ik in een isolement te raken en dat maakt alles alleen nog maar ingewikkelder.

Vandaag wil ik heel graag naar een hele leuke en bijzondere bijeenkomst. Er komen veel mensen die ik lang niet meer gezien heb of die ik online ken en heel graag IRL wil ontmoeten. Al weken kijk ik uit naar dit gebeuren. Ik had er echt zin in. Tot vandaag.

Vanochtend, meteen al bij het wakker worden, overviel me een naar gevoel. Een beklemmend en beangstigend gevoel. Ik wil ineens niet meer. Heb zin om in een hoekje te kruipen. Lekker alleen. Ik wil niet gezien worden in het openbaar, hoewel ik een passende outfit heb gevonden. Ik zal namelijk gezien worden zoals ik niet gezien wil worden en dat voelt héél ongemakkelijk.

Ik herinner me weer de passage uit het boek ‘De maakbare man’ van Maxim Februari:

Voor mij is de aanblik van mijn lichaam zelf nooit het grote probleem geweest, maar wel de verlegenheid waarmee ik het door de wereld moest dragen. Een gevoel laat zich moeilijk uitleggen, maar laat ik zeggen dat schaamte het kernprobleem was. Die ontstond niet zozeer doordat mijn lichaam mezelf vreemd voorkwam, maar doordat het signalen uitzond waardoor anderen me als vrouw interpreteerden. Schaamte dus om te worden gezien op een manier waarop je niet gezien wilt worden. Een situatie die misschien nog het best te vergelijken valt met de puberale nachtmerrie waarin je naakt door de volle gangen van je middelbare school loopt, om je kleren te gaan ophalen die om onduidelijke redenen op het bureau van de lerares Frans liggen.

Niet dat de paniek letterlijk te maken had met naaktheid, maar het was hetzelfde wanhopige gevoel te zijn overgeleverd aan de blik van belangstellenden, zonder invloed te kunnen uitoefenen op de manier waarop ze je lezen.

Buitenstaanders denken vaak dat transseksuelen vooral verlangen naar aanpassing van hun genitaliën, maar die spelen bij zo’n problematische toeschrijving van vrouwelijkheid nog wel het minst een rol; die ziet namelijk niemand als je een bakkerswinkel in stapt om een brood te kopen.

Dat de paniek kon toeslaan in bakkerswinkels, tijdens lezingen, bij het openen van de mail en bij alle sociale situaties waarin ik als vrouw werd aangesproken, had dan ook veel meer te maken met de signalen die mijn stem uitzond, mijn gezicht, mijn postuur, mijn naam en al met al met de sociale rol die me op grond van al die signalen was toebedeeld. Het was niet mijn lichaam op zich, maar mijn lichaam als interface voor contact met de buitenwereld dat me in de weg zat.

Ik zal gaan, ik zal me eroverheen zetten, want het laatste wat ik wil is in een isolement terecht komen, maar het drukt me wel weer extra op de feiten: ik vind het steeds moeilijker om het huis uit te gaan, nieuwe mensen te ontmoeten, mezelf te laten zien. Mijn lichaam als interface voor contact met de buitenwereld zit me verschrikkelijk, maar dan ook verschrikkelijk in de weg. Men ziet een vrouw, ik ben een man.