Tagarchief: moeder

Moederdag

Een bijzondere moederdag dit jaar.

De eerste moederdag zonder mijn moeder.

De eerste moederdag met een ‘M’ in mijn paspoort.

Heel vaak krijg ik de vraag hoe mijn kinderen mij nu noemen. En of ze nu twee vaders hebben. Mijn zoon en mijn dochter noemen me gewoon mama en ik heb ze gezegd dat ze me ook altijd mama mogen blijven noemen, want ik ben hun moeder en ik zal dat ook altijd blijven.

Klinkt misschien vreemd, moeder én man, maar zo is het gewoon. Ik heb ze gebaard en ik zal altijd hun moeder zijn. Ze hebben één moeder en één vader en dat blijft dus zo.

Het is nog niet voorgmoederdag 2015ekomen, maar ik kan me voorstellen dat ze op een gegeven moment, als ik echt helemaal passabel ben, ze me in het openbaar bij mijn voornaam noemen of zo, dan hoeft er ook geen uitleg gegeven te worden aan niet bekende omstanders, want dat zou wel een heel gedoe zijn iedere keer. Bovendien hebben zij er als pubers ook geen trek in om op te vallen denk ik zo.

We zullen wel zien. Mij maakt het allemaal niet zoveel uit. Mensen mogen denken wat ze willen. Daarnaast heeft mijn dochter al jaren een bijnaam voor me en als ze die gebruikt zal niemand raar opkijken, die past namelijk ook bij een man. Het regelt zich vanzelf allemaal wel.

Daar vertrouw ik op.

.

.

Advertenties

Het recept (1)

19 september 2014. En dan gaat het dus eindelijk beginnen. Klaar met het psychologische traject (diagnostische fase) en door naar the real-life experience, inclusief hormoonbehandeling.
’s Ochtends vroeg meld ik me nuchter bij de Genderpoli in Amsterdam. Nuchter in de zin van zonder iets gegeten of gedronken te hebben, maar niet nuchter in de zin van koel en bedaard. Jezus, wat spannend, zal ik aan het eind van de ochtend met mijn felbegeerde Androgel-recept de deur uit lopen?

“Zal ik je geslacht dan meteen maar veranderen in ons bestand?” vraagt de vrolijke man achter de balie. Hij kent me nog van het voorgaande traject en weet dat er nu een andere fase aangebroken is. Ik heb de diagnose ‘man’ inmiddels op zak. Van binnen zit het goed, nu van buiten nog.

“Ja, graag” zeg ik hem met een glimlach van oor tot oor. Mijn hart maakt een sprongetje. Dit is alvast een lekkere binnenkomer. Hij gaat druk aan de gang met zijn computer en print allerlei formulieren uit voor de eerste stap, het aftappen van acht buisjes bloed aan het andere eind van de gang. Hij wijst me de weg “Kijk, daar door die deur en aan het eind links en na het bloedprikken kom je hier weer terug”. Met vlotte en kordate pas loop ik met de formulieren en acht stickers met mijn naam door de lange gang naar de volgende balie. Af en toe kijk ik even op de etiketten, het staat er echt: Dhr. R. van den Broek. De heer!!!

Als een stoere vent laat ik het bloed afnemen. Ik maak een flinke vuist en kijk er naar. Kom maar op. Dat wil ik zien, al die buisjes vol. Snel vullen ze zich met donkerrood bloed. Eigenlijk wel mooi om te zien én een veilig gevoel. Ik zal van top tot teen onderzocht worden. Het traject wat me nu te wachten staat is dan ook niet niets. Hormonen gaan mijn lichaam langzaamaan vermannelijken. De transitie van vrouw naar man (FTM, female-to-male).

Als ik klaar ben loop ik weer terug naar de balie van de vrolijke man. “Eerst koffie” zegt hij “daar zal je nu wel aan toe zijn!” En dat klopt. “Neem nog maar even plaats, de endocrinoloog roept je zo”.  En inderdaad, na vijf minuten mag ik doorlopen naar haar spreekkamer.

“Goedemorgen mévrouw Van den Broek, welkom!” zegt de endocrinoloog terwijl ze haar hand naar me uitsteekt. Ik geef haar een ferme handdruk. Ik kan geen woord uitbrengen. Mompel goedemorgen. Waarom zegt ze dat? MEVROUW Van den Broek en dan nog wel met de klemtoon op MEVROUW??? Ze weet toch waar ik voor kom? Ze weet toch dat ik me man voel? Dat ik een man bén? Ze weet toch welke lange weg ik al achter de rug heb? Zij gaat mij nu toch verder helpen? Ik ben aardig in de war door haar groet en teleurgesteld dat ze niet door mijn tieten heen kan kijken. Dat juist zij, een professional die op de Genderpoli werkt en transgenders begeleidt hier niet aan denkt. Ik ben sprakeloos. Zeg niets. Kan gewoonweg niets uitbrengen.

We beginnen het gesprek. Hoe ik me voel? Hoe het gaat? Ik vertel haar dat ik een zware tijd achter de rug heb en eigenlijk een beetje uitgeput ben. Dat mijn moeder net oveleden is en dat ik haar niet meer heb kunnen vertellen dat ik groen licht heb gekregen. Dat ik daarnaast een zware fulltime baan heb met veel reistijd en dat ik mijn kinderen te weinig heb kunnen zien. Ik vraag haar of alle stress van de afgelopen maanden invloed kan hebben op de uitslagen van de bloedproeven. Ze denkt van niet.

Ze neemt mijn bloeddruk op. Ze schrikt. “Die is echt veel te hoog, zo kunt u niet aan de hormoonbehandeling beginnen, maar dat komt misschien alleen maar door het feit dat u zich in een ziekenhuis bevindt, veel mensen zijn dan sowieso wat nerveus.” Ze probeert me gerust te stellen omdat ik niet eerder last heb gehad van een hoge bloeddruk, maar ik moet ook eerlijk bekennen dat het misschien wel meer dan tien jaar geleden is geweest wanneer daar voor het laatst naar gekeken is. Daarom eerst maar de andere onderzoeken.

Ze luistert naar mijn longen en hart, ze klopt en drukt op mijn buik. Ze meet en weegt me. Meet de kracht in mijn handen op. Ik voel me zeer ongemakkelijk en door de grond zakken als ik mijn bovenlijf moet ontbloten en ze mijn gehate borsten opmeet. Meetlint onder mijn borsten, meetlint over mijn tepels, meetlint aan alle kanten. Ik voel dat ik knalrood word en hoop dat het zo snel mogelijk achter de rug is. Ik pers mijn kaken op elkaar en voel mijn hart in mijn borstkas bonken. Ik sluit mijn ogen. Wil het niet zien. Kan het niet aanzien. Dit had ik niet verwacht en hier had ik me niet op voorbereid. Maar het moet.

Als ik me weer aangekleed heb, ga ik weer zitten en neemt ze nogmaals mijn bloeddruk op. Ze kijkt bedenkelijk “Véél te hoog, zo kan ik u het recept niet geven, want testosteron kan de bloeddruk nog meer verhogen, maar we kunnen nog één ding proberen. We leggen u een uur aan een bloeddrukmeter in een rustige kamer, wellicht herstelt uw bloeddruk zich dan.”

… wordt vervolgd

Man at work

Ineens moest het. Ineens besloot ik het. NU! Nu, ga ik het doen, nu is het moment. Rigoureus. Huppakee. Voor zestig man tegelijk uit de kast.  Zo snel al ik kan typen (en dat is snel) schreef ik onderstaand schrijven, redigeren was niet eens meer nodig. In één keer stond het op papier. Niet nadenken, doen! Zo werkt dat bij mij.

De volgende ochtend vroeg ik mijn leidinggevenden, die wel al op de hoogte waren van mijn transseksualiteit, want ik ben hierover open geweest bij mijn sollicitatie, de boodschap op het interne net te zetten van onze afdeling. Gelukkig ging ik toen net lunchen, want het was toch wel even heel spannend. Kon ik even tot rust komen en afwachten wat er zou gaan gebeuren.

Beste collega’s,

Soms zijn dingen niet wat ze lijken. Jullie hebben me leren kennen als Roos, een vrouwelijke collega, want zo doet mijn uiterlijk vermoeden, al kleed ik me mannelijk. Ik ben echter een man, geboren in een vrouwenlichaam. Altijd al wist ik dat er iets niet klopte, maar ik stopte het weg en ik ontkende het. Het kon niet, het mocht niet, het was onzin. Maar ontkennen lukte uiteindelijk niet meer. Ik kon mezelf niet langer verloochenen, want daar ging ik aan kapot.  Uiteindelijk heb ik gekozen voor mezelf, met alle consequenties van dien. Ruim twee jaar geleden kon ik het gewoonweg niet meer opbrengen door te leven zoals ik altijd geleefd heb (als vrouw) en heb ik me aangemeld bij het Genderteam van het VUmc.

Na een wachtlijst en eindeloze psychologische tests en onderzoeken is nu de diagnose gesteld. Ik ben transgender/transseksueel. Voor mij is de acceptatie van wie ik werkelijk ben een opluchting en een bevrijding. Ik ben geboren als Roos, maar binnenkort zal ik eindelijk helemaal Rick zijn (mijn nieuwe naam). Eindelijk zal mijn buitenkant overeen gaan stemmen met mijn binnenkant. Vorige week ben ik nl. begonnen aan de geslachtsaanpassende behandeling.

Conform het behandelprotocol van het Genderteam van het VUmc start nu de zgn. real-life experience fase (RLE). In deze fase word ik geacht in alle levensomstandigheden in de gewenste genderrol (man dus) op te treden, dus ook in mijn werk. Vandaar dat ik me nu ook open naar jullie toe. Ik heb dat niet eerder gedaan omdat ik in eerste instantie een contract had voor vier maanden en jullie de op komst zijnde veranderingen toch niet zouden zien. Nu mijn contract verlengd is, is het een ander verhaal.

De RLE fase wordt ondersteund door een hormoonbehandeling. Een aantal veranderingen zullen relatief snel optreden (daling stemgeluid, lichaamsbeharing), andere veranderingen hebben meer tijd nodig (toename spiermassa en kracht, verandering vetdistributie). Ik realiseer me dat dit een hele rare fase is. Ik zal langzaamaan gaan vermannelijken, maar ik heb nog steeds te dealen met een grote boezem waardoor ik gewoon nooit echt als man gezien word, maar de regels zijn nou eenmaal dat je pas na een jaar na start met de hormonen in aanmerking komt voor evt. operaties, hoewel ik daar tegen in beroep ben gegaan.

Zolang mijn stem nog vrouwelijk is, zal ik me aan de telefoon naar klanten toe gewoon Roos blijven noemen. Ik merk vanzelf wel wanneer ik de overstap kan maken naar Rick. Wat jullie, collega’s betreft, laat ik het aan jullie over. Jullie mogen me Roos of Rick (graag!) noemen, maar daar wil ik een ieder vrij in laten. Ik besef heel goed dat dit een niet alledaagse situatie is en voor sommige mensen misschien wel raar en moeilijk. Voor iemand die het niet zelf meemaakt is het denk ik niet voor te stellen wat het is om te leven in een verkeerd lichaam.  Zelf ben ik heel open en trots op wie ik ben en blij dat ik eindelijk kan laten zien wíe ik werkelijk ben. Schroom alsjeblieft niet om me vragen te stellen als je die hebt. Kom gewoon even naar me toe.  Geen probleem.

Graag wil ik jullie ook nog bedanken voor de kaarten en het medeleven die ik ontvangen heb tijdens de ziekte en na het overlijden van mijn moeder. Dat was echt heel fijn en sterkend.

Hartelijke groet,

Rick

Ongelooflijk fijn wat er toen en de volgende dagen gebeurde (want niet iedereen las meteen het bericht). Tientallen mails in mijn mailbox, steunbetuigingen, collega’s die naar me toe kwamen en mensen die zich opnieuw aan me voorstelden. Bewondering alom over mijn openheid, over mijn manier van dit bekendmaken.  Ik had daar zelf niet eens zo bij stilgestaan, maar dat was schijnbaar toch wel bijzonder.

Inmiddels is er ruim een week voorbij en iedereen noemt me al Rick, ik neem de telefoon op met Rick (besloot na een paar dagen niet te wachten op de verandering van mijn stem)  en ik voel me echt geweldig. Geen geheim meer op de werkvloer. Ik voel me gezien. Ik word gezien. Ik mag mezelf zijn. Ik voel me veel vrijer.

Dank collega’s. Jullie hebben er vast geen idee van wat dit voor me betekent, maar dit is zó groots. En ach, jullie mogen het ook best weten. Nu ik dit schrijf stromen de tranen over mijn wangen. Van geluk en ontroering uiteraard. Bij deze ‘man at work’.

Dag lieve mama

Ik was altijd haar Roosje. Zo noemde ze me nog altijd. Roosje. Of ik nou 2, 20, 30 of 40 was, dat maakte niet uit. Roosje was ik en Roosje bleef ik.

Sinds ik mama vorig jaar vertelde dat ik niet anders meer kan dan helemaal mezelf zijn gebeurde er iets heel bijzonders. Sinds ik ging staan voor mijn waarheid en voor mijn leven zijn we écht samen geweest. Het was puur en oprecht. En hoe voelde ik haar onvoorwaardelijke liefde… Ook zo puur en echt.

“Ach” zei ze “je bent gewoon mijn kind”.  Ze werd weer echt mijn mama, die ik zo nodig bleek te hebben. Wat ben ik dankbaar dat ik dit nog met haar mee heb mogen maken en dat we alles hebben kunnen bespreken.

Met jouw dood mama, neem je ook Roosje mee. Dankjewel mama, dank voor je onvoorwaardelijke liefde. Ik had me geen lievere mama kunnen wensen. 

hart
Dit zijn de laatste alinea’s van mijn speech. Gisteren hebben we afscheid genomen van mijn moeder. Op 6 september is ze overleden.  Een dag nadat ik mijn vorige blog schreef.

Dag lieve mama.

,

,

Groen licht!

Terwijl ik me in het Hospice bevind, om vier uur het verlossende telefoontje van de psycholoog van het Genderteam van het VUmc. Ik heb groen licht, ik mag door naar de volgende fase, the real-life experience (RLE).

groen-lichtIk heb groen licht! Binnenkort zal er gestart worden met de hormoonbehandeling waardoor mijn lichaam zich zal gaan vermannelijken. Eindelijk. E I N D E L I J K.  Wat heb ik uitgekeken naar dit moment.

Maar

Ik voel me koud. Verdoofd. Ik weet dat geluk en verdriet naast elkaar kunnen bestaan en toch…

Nee

Nu kan ik niet blij zijn. Gisteren verloor ze haar bewustzijn. Mijn moeder. Ik kan het niet meer vertellen. Aan haar die me onvoorwaardelijk lief heeft. Een dochter? Een zoon? “Ach, je bent gewoon mijn kind” zei ze.

Lieve mama, ik hoop en smeek dat je nu geen pijn meer hebt. Fijn was het om vannacht bij je te waken. Jij en ik, samen. De hele nacht. Zonder woorden. Slapen kon ik niet. Maar dat was eigenlijk wel heel fijn. Ik luisterde naar je ademhaling en herinnerde me in alle rust allerlei typische dingen van jou. In mijn eentje moest ik lachen.

En ach…  Alles is al gezegd. Tussen ons geen ‘openstaande rekeningen’ meer. Je mag gaan lieverd. Het is goed. Voor altijd in mijn hart.

.

.

R.I.P. Kapitein

Daar lag hij. In de vroege ochtend. De dageraad voor zijn dood. In zijn bed voor het raam. Ik zat naast hem. Hij genoot. Wij genoten. Hij noemde me allerlei namen van beroemde driemasters; Amerigo Vespucci, HMS Bounty, Discovery. Zijn handen trilden van de krachtsinspanning toen hij de verrekijker oppakte die naast zijn bed stond. “Dat dacht ik al” zei hij licht kreunend en naar adem snakkend “het is de Sea Cloud II!”

De zeevaart was zijn lust en zijn leven. Zijn leven lang had hij de hele wereld over gevaren. Totdat een ongeluk daar een einde aan maakte. Een grote sterke kerel was het, een machinist met grote tatoeages en nog grotere verhalen, die vaak zo absurdistisch waren, dat ze verzonnen leken. Maar zo was hij niet. Hij was recht door zee en had veel avonturen beleefd.

Hij zei altijd waar het op stond. Ook als dat pijnlijk was. Daardoor was hij niet altijd populair, maar je wist in ieder geval wel wat je aan hem had. Een eigenzinnige ruwe bolster met een blanke pit.

SEA_CLOUD_1BEn zo was het. Ik wist wat ik aan hem had. Het was duidelijk. Woorden overbodig. Want hoewel hij van vertellen hield, kon hij vaak veel meer zeggen met een gebaar of een blik. Als ik op bezoek kwam kuste hij me altijd vriendelijk en gaf hij me een kneepje in mijn bovenarm “Hé meis, alles goed?” Dat veranderde op slag nadat ik hem verteld had van mijn transseksualiteit. Volkomen natuurlijk gaf hij me vanaf dat moment een ferme handdruk. Het was zijn manier om te zeggen “nu zijn we kerels onder elkaar”.

Sea Cloud II

Een paar minuten voordat hij zijn laatste adem uitblies, had hij nog een persoonlijk woordje voor me. “Je weet wat ik je gezegd heb hè? Zet hem op!” Voor de laatste keer pakte hij me stevig vast. Waar hij de kracht vandaan haalde weet ik niet. Ja natuurlijk wist ik nog heel goed wat hij me gezegd had gedurende de laatste nacht toen ik bij hem waakte. Hij vertelde me dat ik het wel zou redden, want als je ervoor kiest je eigen route te varen, dan kom je altijd aan. Met stormen en hoge golven, dat wel, maar dat hoort erbij. Hij wenste me geluk en maakte nog een paar echte zeemansgrappen. Het was een magisch moment. “Jij redt het wel” zei hij “jij redt het wel!”

Dinsdag 10 juni overleed na een lang en afschuwelijk ziekbed, de man die meer dan twee decennia lang de partner was van mijn moeder,  Hij mocht maar 65 jaar worden. Vanochtend hebben we hem vaarwel gezegd. Het was een prachtige uitvaart die helemaal bij hem paste.

R.I.P. Kapitein, dank voor de bijzondere momenten samen.

Dertien

Dertien jaar geleden.
Ik kreeg je in mijn armen.
De volgende veertien dagen keek ik nergens anders meer naar.
Op slag verliefd.
Mijn jongetje.
“Mijn allerliefste mannetje” zoals ik je altijd noemde.
Dan kronkelde je van genot tegen me aan.
Mijn allerliefste mannetje. Dat was je.
En dat ben je.

Ik hou het kort.
Want samen houden we het altijd kort.
Veel woorden hebben we niet nodig.
Jouw aanrakingen,
nu vaak als niemand het ziet, want stel je voor,
jouw grapjes,
jouw gezichtsuitdrukkingen,
ze zeggen mij genoeg.

number_13Zelf had je het niet beter kunnen zeggen, die ene zin, die enige zin, een paar weken nadat je wist dat ik verder door het leven wil als man:

“Ach mam, zo erg is het allemaal niet, als je maar van mijn kleren afblijft!”

Wat hou ik van je, precies zoals je bent (Ja, ook als je lui bent en nukkig). En wat ben ik trots. Op jou en op je zus.

 x

Gefeliciteerd met je dertiende verjaardag!

x

x