Tagarchief: lichaam

Terugbouwen

Terugbouwen. Een nieuwe term die ik zou willen introduceren. Bij deze.

Ombouwen, dat is de term die je vaak hoort als er over transseksuelen gesproken wordt. Door veel transgenders wordt dat als zeer kwetsend ervaren. Ze worden omgebouwd van man naar vrouw of van vrouw naar man. Snap dat kwetsende wel, want het lijkt net of er over machines gesproken wordt. We hebben het alleen over mensen en wel over mensen die over het algemeen lang en intens geleden hebben en van alles hebben geprobeerd om te (over)leven met en in hun verkeerde lichaam.

Het is dan ook beter om over (geslachtsaanpassende) operaties te spreken. Operaties die nodig zijn om een afschuwelijke en wrede speling van de natuur recht te zetten. Geen cosmetische operaties dus, maar helende operaties. Het is niet het snijden in gezonde lichamen, maar het verhelpen/zoveel mogelijk corrigeren van verminkingen, zonder dat je overigens ooit zeker bent van het te verwachtte resultaat.

Zelf kan ik me daar trouwens niet zo druk over maken, over de term ombouwen, het heeft namelijk alles te maken met een gebrek aan informatie en kennis omtrent het thema en mensen hebben vaak simpelweg geen idee van wat ze zeggen en kwetsen bijna nooit met opzet. Mijn ervaring tenminste. Je kan het ze dus ook eigenlijk niet kwalijk nemen. Goede informatie in deze is dus essentieel.

Het zou natuurlijk mooi zijn als men zich gaat  realiseren dat ombouwen een verkeerd gebruikt woord is in deze. Het is helaas een begrip dat ingesleten is in onze maatschappij. Maar hoe dan ook, ik vind de term ‘ombouwen’ sowieso de lading niet dekken.

Loesje transgenderOmbouwen impliceert dat je iets maakt dat er niet is of was. Ik ben echter al sinds mijn geboorte een man, hoewel ik er aan de buitenkant als een perfect geschapen meisje uitzag en daarna om aan dat beeld te voldoen altijd verschrikkelijk mijn best heb gedaan om die vrouw te spelen.

In de embryonale fase is er namelijk iets faliekant mis gegaan. De hersenen worden als eerste gevormd. In mijn geval is er toen een mannelijk brein gevormd. Daarna pas wordt het lichaam gevormd en om het even versimpeld te zeggen, is er toen iets verwisseld in de bedrading in mijn hersenen en, domme pech, bij mijn mannelijke brein werd een vrouwelijk lichaam gevormd.

Natuurlijk voelde ik dat wel, dat er iets niet klopte, maar mijn verstand kon er niet bij. Ik zag toch een meisje en later een vrouw? En iedereen zei toch dat ik een meisje was? En dat meisje zag er toch goed uit?  Daar was toch niets mis mee?

Vervolgens, om mezelf te beschermen, ontwikkelde ik een ijzersterk overlevingsmechanisme waarbij ik mijn werkelijke gevoelens verdrong of zelfs helemaal blokte. Uit het psychologische traject dat ik heb moeten volgen het afgelopen jaar is o.a. naar voren gekomen dat ik bijvoorbeeld geen enkele herinnering over mijn borsten heb totdat ik zo’n 25 jaar oud was. Geen enkele herinnering dus. Ze zijn totaal weg, verdrongen en uitgewist.

Het is dus niet zo dat ik een man wil WORDEN. Ik BEN een man. En dat ben ik altijd al geweest. al was ik me daar niet altijd meer van bewust door die verdringing. Mijn omhulsel was vrouwelijk en daar kan ik nu absoluut niet meer mee leven. Dat heb ik lang genoeg geprobeerd. Ook kan het niet meer omdat mijn overlevingsmechanisme niet meer werkt. Helemaal kapot is.

Nu een kwestie van terugbouwen dus. Een andere optie is er niet meer.Terug naar zoals het was in den beginne. Terug naar zoals het had moeten zijn. Van binnen een man. Van buiten een man. Voor zover als dat nog kan tenminste. Perfect worden zal het nooit, maar daar neem ik genoegen mee.

,

,

 

Advertenties

Lekker in bad

Ben grieperig en vandaag heb ik ook nog eens last van pijnlijke spieren. Weet je wat ik doe, denk ik, Ik ga lekker in bad. Eigenlijk dacht ik daar helemaal niet bij na, want ik ga nooit in bad, anders had ik het namelijk niet gedaan. Wat een ‘drama’.

Ik laat het bad vollopen met heet dampend water, ik kleed me uit en ga liggen. Neeeeeeee, daar had ik niet aan gedacht, zo zie ik mijn lijf helemaal en hartstikke naakt nog wel. Vooral die walgelijke memmen van me die zelfs boven het water uitsteken tussen het schuim door. Verdomme, waarom had ik daar nou van te voren niet aan gedacht?

Als ik in de spiegel kijk, dan bekijk ik tegenwoordig alleen nog maar het gedeelte boven mijn buste, mijn schouderpartij en mijn gezicht dus. Spiegels vermijd ik sowieso, want als ik mezelf toevallig eens helemaal zie, dan zie ik alleen maar enorme tieten, de rest valt in het niet. Het is afschuwelijk en ik wil dat gewoon niet zien, ik wil niet constant nog eens extra herinnerd worden aan mijn vrouwelijke verpakking.

Ik heb de neiging meteen weer uit bad te springen. Snel douchen dan maar en niet naar beneden kijken, maar het warme water doet mijn pijnlijke spieren zo goed. Ik denk aan wat ik altijd zeg en ook zoveel mogelijk navolg, je moet niet weglopen voor pijn of een nare emotie en %$#%$###&*Grrrrr hier heb ik me er toch één te pakken…

Ik wil mezelf niet zien, ik wil het niet voelen, ik wil niet wéér deze walging, dit klotegevoel, maar ik dwing me te blijven liggen, want ik realiseer me ook, ik moet hier iets mee. De afkeer voor mijn eigen lichaam wordt steeds groter en het zal nog heel lang duren voordat er echt iets aan gaat gebeuren of ik moet toch die loterij winnen of een geldschieter vinden (donaties welkom!!!).

Ik kijk naar mijn volle naaktheid en probeer helemaal binnen te laten komen wat ik voel, wat overigens niet helemaal lukt. Afkeer. Walging. Dat voel ik. Dit ben ik niet. Dit is een rotstreek. Dit is niet van mij. Ik blijf kijken en voelen, maar moet af en toe echt mijn ogen dichtdoen. Ik kan het niet aanzien. Ik krijg de neiging mezelf te pijnigen, mezelf te slaan of te krassen. Het zou niet de eerste keer zijn, maar ik doe het niet. Woede zit er. Zóvéél woede.

Er is niets mis met mijn lijf. Integendeel. Het is een gezond en best mooi vrouwenlijf, zoals Rubens ze geschilderd heeft met wulpse rondingen en zoals ik vrouwen ook graag zie. Inderdaad zoals IK vrouwen ook graag zie. Ik kijk graag naar vrouwenlichamen, ik vind ze prachtig, kan daar erg van genieten, maar niet bij mij. Integendeel zelfs, dan is het een ander verhaal. Mijn eigen lichaam is een waar martelwerktuig geworden.

Dat ik hier wat mee moet is duidelijk. anders wordt de wachttijd te lang en te ondraaglijk. Ik kan niet met opgekropte woede blijven leven. Lijkt me niet gezond. Voordat ik een keer in aanmerking kom voor een operatie ben ik denk ik wel twee jaar verder en ik wil niet weer mijn gevoel in de ijskast stoppen. Dat nooit meer.

Stap 1 is (h)erkennen dat ik woedend ben, hoewel ik me naar buiten toe rustig opstel en het maar een beetje weg lach met de opmerking dat het toch geen zin heeft om me er druk om te maken, dat het nou eenmaal zo is. Tsja, verstandelijk kan ik het allemaal prima beredeneren. Emotioneel is er nog het een en ander te verwerken. Dat is wel duidelijk. Ik ben razend en het zal me niets verbazen als hier nog veel meer onder zit, waar ik nu nog niet bij kan.

Badeendjes kopen maar?

Isolement

Ooit zei een bevriende transvrouw tegen me “Kijk uit dat je niet in een isolement raakt! Dat was voor mij toentertijd de reden om echt uit de kast te komen, want ik voelde, zo kan ik niet verder.” Die woorden ben ik nooit vergeten, want ik merk en merkte het bij mezelf ook en iedere dag meer. Langzamerhand begin ik in een isolement te raken en dat maakt alles alleen nog maar ingewikkelder.

Vandaag wil ik heel graag naar een hele leuke en bijzondere bijeenkomst. Er komen veel mensen die ik lang niet meer gezien heb of die ik online ken en heel graag IRL wil ontmoeten. Al weken kijk ik uit naar dit gebeuren. Ik had er echt zin in. Tot vandaag.

Vanochtend, meteen al bij het wakker worden, overviel me een naar gevoel. Een beklemmend en beangstigend gevoel. Ik wil ineens niet meer. Heb zin om in een hoekje te kruipen. Lekker alleen. Ik wil niet gezien worden in het openbaar, hoewel ik een passende outfit heb gevonden. Ik zal namelijk gezien worden zoals ik niet gezien wil worden en dat voelt héél ongemakkelijk.

Ik herinner me weer de passage uit het boek ‘De maakbare man’ van Maxim Februari:

Voor mij is de aanblik van mijn lichaam zelf nooit het grote probleem geweest, maar wel de verlegenheid waarmee ik het door de wereld moest dragen. Een gevoel laat zich moeilijk uitleggen, maar laat ik zeggen dat schaamte het kernprobleem was. Die ontstond niet zozeer doordat mijn lichaam mezelf vreemd voorkwam, maar doordat het signalen uitzond waardoor anderen me als vrouw interpreteerden. Schaamte dus om te worden gezien op een manier waarop je niet gezien wilt worden. Een situatie die misschien nog het best te vergelijken valt met de puberale nachtmerrie waarin je naakt door de volle gangen van je middelbare school loopt, om je kleren te gaan ophalen die om onduidelijke redenen op het bureau van de lerares Frans liggen.

Niet dat de paniek letterlijk te maken had met naaktheid, maar het was hetzelfde wanhopige gevoel te zijn overgeleverd aan de blik van belangstellenden, zonder invloed te kunnen uitoefenen op de manier waarop ze je lezen.

Buitenstaanders denken vaak dat transseksuelen vooral verlangen naar aanpassing van hun genitaliën, maar die spelen bij zo’n problematische toeschrijving van vrouwelijkheid nog wel het minst een rol; die ziet namelijk niemand als je een bakkerswinkel in stapt om een brood te kopen.

Dat de paniek kon toeslaan in bakkerswinkels, tijdens lezingen, bij het openen van de mail en bij alle sociale situaties waarin ik als vrouw werd aangesproken, had dan ook veel meer te maken met de signalen die mijn stem uitzond, mijn gezicht, mijn postuur, mijn naam en al met al met de sociale rol die me op grond van al die signalen was toebedeeld. Het was niet mijn lichaam op zich, maar mijn lichaam als interface voor contact met de buitenwereld dat me in de weg zat.

Ik zal gaan, ik zal me eroverheen zetten, want het laatste wat ik wil is in een isolement terecht komen, maar het drukt me wel weer extra op de feiten: ik vind het steeds moeilijker om het huis uit te gaan, nieuwe mensen te ontmoeten, mezelf te laten zien. Mijn lichaam als interface voor contact met de buitenwereld zit me verschrikkelijk, maar dan ook verschrikkelijk in de weg. Men ziet een vrouw, ik ben een man.

Moe

Ben moe. Gewoon erg moe. Heel, heel erg moe. Moe van het zien van verdriet. Moe van de situatie. Moe van de slapeloze nachten. Niet omdat ik slecht slaap, maar omdat mijn man niet kan slapen en mij ongewild wakker maakt. Moe van mijn reis. Moe van de lange weg. Moe van alle ups and downs.

Ja, ik ben moe, ontzettend moe. Ik wil nog zoveel, maar kan het even niet. Mijn lichaam protesteert. Ik ga er naar luisteren. Dit protest neem ik serieus. Maar al te vaak heb ik mezelf gemaand om maar door en door te gaan. Dat wil en kan ik niet meer.

Ik accepteer het. ik ben dood- en doodmoe en ik geef me over. Ik geef me over aan mijn moeheid, maar wel met alle vertrouwen dat het goed komt. Hoe dan ook. Het komt goed en het is goed.

Poeh, sterk spul…

fishermans