Tagarchief: kleding

One of the boys

23 april – De slapeloze nacht

Sinds ik testosteron gebruik, zeven maanden nu, slaap ik als een blok. Een geweldige bijwerking kan ik wel zeggen, het is een weelde zoveel slaapgenot te ervaren na jaren en jaren van belabberde nachten. De nacht van 23 april kon ik de slaap echter niet vatten. Heel vreemd. Ik ben het gewoon niet meer gewend.

Uiteindelijk stond ik maar op en ben ik wat gaan surfen op het net en, toeval bestaat niet, ik zag een droom van een vacature, die ik anders zeker niet gezien zou hebben, want eigenlijk geloof ik op mijn leeftijd niet meer zo erg in het schrijven van brieven. Netwerken heeft veel meer zin en is veel effectiever.

Omdat ik van het enthousiasme toen helemaal niet meer kon slapen, heb ik er om 4 uur ’s nachts een brief uit geknald, want als je iets echt wilt, dan is het geen enkel probleem om daar een motivatie voor te vinden. Daarna toch nog even lekker geslapen.

Dezelfde dag nog word ik gebeld door het Uitzendbureau; “We willen graag kennis met je maken, alleen wordt alles geregeld vanuit Utrecht, wel wat ver voor jou, je kunt hier langs komen, maar we kunnen de sollicitatie ook telefonisch doen hoor!” “Geen probleem” hoor ik mezelf meteen zeggen “ik kom wel langs, ik wil de kans op slagen zo groot mogelijk maken, want deze functie interesseert me echt enorm!”

Razendsnel heb ik me bedacht dat het belangrijk is dat ze me zien, op die manier kan ik eventuele vooroordelen over transseksuelen meteen van tafel vegen. Ik weet dat als men mij ziet ik vertrouwen geef en uitstraal, want weet ik veel wat ze denken, misschien wel dat ik er raar uit zie, dat ik psychisch in de knoop zit of wat dan ook. Ik moet grinnikend meteen denken aan wat een collega met verbazing uitriep nadat ik uit de kast was gekomen voor de hele afdeling tegelijk “Oh, maar jij bent helemaal niet zielig en zo vol met leven en met zin om er wat van te maken, wat bewonder ik jou!”

28 april 2015 – De intake

Met mijn gloednieuwe paspoort met de felbegeerde M en mijn oude diploma’s meld ik me ruim op tijd bij het Uitzendbureau. In de bevestigingsmail stond dat ik mijn diploma’s mee moest nemen. Indien dat niet zou kunnen had ik dat van te voren moeten melden. Blijkbaar vinden ze diploma’s erg belangrijk dacht ik. Op mijn diploma’s staat echter mijn vrouwennaam. Ik verwachtte dus dat er gesproken zou gaan worden over mijn transgender-zijn. Leek me ook wel logisch nog in dit stadium  van mijn transitie. Als ik me heel mannelijk kleed met een overhemd in blauwtinten die me wat stoerder maken, dan word ik tegenwoordig meestal met meneer aangesproken. Kleed ik me uniseks, dan is er twijfel en wordt het vaak toch nog mevrouw. Kapsel en kleding zijn in deze fase van mijn transitie heel belangrijk. Ik heb wel het geluk dat mijn stem weer behoorlijk zwaarder is geworden de afgelopen week.

Het gesprek begint heel relaxed. Ik moet me legitimeren, ze maken kopieën, ze vullen al mijn gegevens in. De rest van het gesprek gaat ook heel soepeltjes, er worden veel vragen gesteld en ik geef gemakkelijk antwoord. Wel vraag ik me af of de meneer van het Uitzendbureau niets ziet of vermoedt? Voor ik het weet zijn we vijf kwartier verder en om mijn diploma’s wordt niet gevraagd. Ik heb helemaal niet hoeven spreken over het feit dat ik een transman ben! Geen uitleg, geen vragen, geen gedoe… huh?? Ik kan het eigenlijk nog maar nauwelijks bevatten. Achteraf snap ik het eigenlijk ook wel, ze verwachten een man, je stelt je voor als een man, in je paspoort staat man en dan ben je het ook gewoon. En dat ben ik ook. Ze kunnen hoogstens denken wat een vreemd ventje, maar dat kan me geen bal schelen, ik had dit alleen nog niet verwacht. Wat kan het leven toch weer verrassend lopen.

Een half uur later zit ik trots als een pauw in de trein op weg naar huis. Jéeee, ik was gewoon Rick. Ik heb een glimlach van oor tot oor. Dan komt er een meisje van een jaar of twaalf naar me toe en vraagt: “Meneer…. uhhhh….. mevrouw, mag ik u iets vragen?” “Maar natuurlijk” zeg ik brullend van de lach.

7 mei 2015 – De sollicitatie

Het was spannend, maar op 1 mei hoor ik dat ik voorgesteld zal worden aan mijn mogelijke nieuwe werkgever. Ik ben door het dolle heen. Het is me gelukt om naar de volgende ronde te gaan en nog wel als Rick, als man en niet als transman. Van de 150 kandidaten zijn er nog twaalf kandidaten over voor acht werkplekken door heel Nederland. In mijn regio zijn er twee plekken voor drie voorgestelde kandidaten. De week duurt heel lang, ik weet dat ik een behoorlijke kans maak, maar ik heb de job nog niet, hoewel ik er een enorm goed gevoel bij heb.

Alle overgebleven kandidaten worden ontvangen in een rommelig zaaltje. We krijgen plenair extra informatie over de functie en over het bedrijf, we krijgen een bedrijfsfilm te zien en we vertellen allemaal iets over onszelf. Van mijn fobie voor voorstelrondjes is niets meer over. Daarna hebben we allemaal, één voor één, een speeddate van tien minuten met twee leidinggevenden. In die tien minuten moet je jezelf verkopen.

Ik ben als een van de laatsten aan de beurt. Van zenuwen geen sprake en ik sta versteld van de antwoorden die ik geef. De dag ervoor heb ik bewust besloten me niet voor te bereiden op het gesprek en te vertrouwen op mezelf en op wat er zou komen. Je kunt toch nooit alle vragen voorbereiden en eigenlijk alleen maar jezelf zijn.

Ik heb het gevoel dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan, maar mijn god wat spannend nog. Het is nu wachten tot morgenochtend. Doordat deze hele sollicitatiemarathon nogal uitgelopen is, worden we niet dezelfde middag, maar pas de volgende ochtend gebeld met het verlossende woord. Job or no job. Sowieso ben ik tevreden. Veel beter had ik het niet kunnen doen en ook nu was ik gewoon Rick en niet Rick met al dat transgendergedoe, wat ontzettend heerlijk, wat een bevrijding.

Op het station koop ik een broodje. Eerder die dag kon ik niet veel door mijn keel krijgen en ik scheur nu van de honger. “Alstublieft mevrouw!” zegt de donkere meneer vanachter de toonbank, terwijl hij me het wisselgeld terug geeft. Ik kijk hem aan en moet wederom vreselijk lachen “Mevrouw???”  Tsja… wat maakt het ook uit. Het is allemaal slechts een kwestie van tijd en de testosteron zal nog veel van zijn werk gaan doen.

8 mei 2015 – De verlossing

Ondanks de spanning slaap ik goed en kan ik rustig wachten tot de volgende dag 10:00 uur. Dan slaan de zenuwen ineens heftig toe. Het zal nu niet meer zo lang duren denk ik. Ik speel een spelletje Risk met mijn kinderen die vakantie hebben. Een welkome afleiding want mijn hart klopt ondertussen in mijn keel. Dan, om 10:40 uur, gaat de telefoon. Ik spring omhoog, mijn kinderen gillen “Daar is ieeeeeeeeeeeeee!”

“Positief nieuws Rick!” hoor ik aan de andere kant van de lijn, er ontsnapt een harde “YESSSS!!!!!” terwijl ik mijn vuist bal. Ik ben één van de vijf mensen die aangenomen is, dus niet eens één van de acht. De verdere gang van zaken wordt besproken en hoewel ik heel serieus antwoord geef, sta ik ondertussen te dansen, of beter gezegd op een idiote manier te draaien met mijn onderlijf. Mijn zoon en dochter, allebei pubers, schamen zich rot, dat blijkt uit alles, ze houden zich echter wel stil gelukkig. De meneer van het Uitzendbureau merkt niets. Het gesprek duurt ruim vijf minuten, wat verschrikkelijk lang is als je het eigenlijk uit wil schreeuwen, en als ik neerleg springen we met zijn drieën de kamer rond. Mijn kinderen zijn ook heel blij, maar drukken me wel op het hart dat ik nooit, maar ook nóóit meer mag proberen te twerken. “Echt mam, dat kan echt niet!!!!”

Maandag a.s. begin ik met een intensieve training van bijna vier weken. Daarna aan het werk ‘as one of the boys’!  Het is toch wel even heel anders om aan de slag te gaan als man dan als een man die ooit een vrouw was. Ik ben passabel, in ieder geval op mijn werk. Ik heb het hem gewoon geflikt!

Het is nog niet te bevatten…

.

,

,

Advertenties

Dertien

Dertien jaar geleden.
Ik kreeg je in mijn armen.
De volgende veertien dagen keek ik nergens anders meer naar.
Op slag verliefd.
Mijn jongetje.
“Mijn allerliefste mannetje” zoals ik je altijd noemde.
Dan kronkelde je van genot tegen me aan.
Mijn allerliefste mannetje. Dat was je.
En dat ben je.

Ik hou het kort.
Want samen houden we het altijd kort.
Veel woorden hebben we niet nodig.
Jouw aanrakingen,
nu vaak als niemand het ziet, want stel je voor,
jouw grapjes,
jouw gezichtsuitdrukkingen,
ze zeggen mij genoeg.

number_13Zelf had je het niet beter kunnen zeggen, die ene zin, die enige zin, een paar weken nadat je wist dat ik verder door het leven wil als man:

“Ach mam, zo erg is het allemaal niet, als je maar van mijn kleren afblijft!”

Wat hou ik van je, precies zoals je bent (Ja, ook als je lui bent en nukkig). En wat ben ik trots. Op jou en op je zus.

 x

Gefeliciteerd met je dertiende verjaardag!

x

x

De spiegel van mijn ziel

Van de week ineens die drang. Ik wilde weer eens ervaren. Hoe het was. Zien wat er met me zou gebeuren als ik lippenstift op zou doen. Daar ik al mijn make-up al geruime tijd geleden weggedaan heb, “leende” ik er eentje van mijn tante, bij wie ik in huis woon (lieve tante, als je dit leest nu, uit het laatje van de schuursleutel, heb niet in je spullen lopen rommelen hoor 😉 ).

Volkomen rustig smeerde ik het op. Behendig als altijd. Net als fietsen zal je dat wel nooit verleren. Vroeger ging ik namelijk zelden de deur uit zonder make-up. Ik vind dat nou eenmaal fijn, een vrouw die subtiel opgemaakt is en zich mooi maakt. Ik voelde eigenlijk niets. Zag wel dat ik ervan opknapte, maar ach… lekker belangrijk. Ik haalde het van mijn lippen af en ging verder met waar ik mee bezig was.

De laatste weken worstel ik nogal. Met mijn lijf. Meer nog dan daarvoor. Ruzie heb ik er mee. Ik walg van mezelf als ik in de spiegel kijk. Want als ik in de spiegel kijk zie ik een vrouw. Ik herken mezelf dan niet. Bovendien zie ik een vrouw zoals ik die zelf niet aantrekkelijk vind. Zonder make-up, in neutrale sobere kleding, in jeans of in aardse tinten. Mannelijk en aangepast aan mijn Rubensvrouwenlichaam met grote boezem. De kleding waar ik me op het moment het meest prettig in voel, want vrouwenkleding is totaal geen optie meer. Maar iedere keer schrik ik als ik kijk in de spiegel. Raar wijf.

Ik mis het om er goed uit te zien. Dat is het denk ik, bedenk ik me net. In een handomdraai zou ik er voor kunnen zorgen om er goed uit te zien. Wat make-up, een mooie blouse en een elegante broek, wat leuke schoentjes. Klaar. Dan zou ik het leuk vinden wat ik in de spiegel zou zien. Maar dan voel ik me weer afgrijselijk. Een man met vrouwenkleding.

Het is een nare strijd. Het kan op dit moment gewoon nooit goed zijn. Vrouwenkleding en make-up kan ik niet meer dragen. Die verdraag ik niet, maar met de kleding die ik nu draag zie ik er uit als een vrouw die ik totaal onaantrekkelijk vind.

Een half uurtje geleden probeerde ik het weer. Vraag me niet waarom, maar ik heb geleerd toe te geven aan dit soort invallen. Ze zijn altijd ergens goed voor. Ze willen me meestal iets vertellen. Lippenstift, oogpotlood, mascara. Wow, mijn gezicht knapte ervan op! Wat ik daaronder zag in mijn ogen afschuwelijk, vooral mijn tieten, waarvan ik weet dat er drommen vrouwen zijn die duizenden en duizenden euro’s uitgeven om die maat te verkrijgen, maar dat even terzijde.

Maar toen keek ik beter. Keek ik mezelf in de ogen. Diep. En schrok me halfdood. Ik schrok van mezelf. Van mijn blik. Niet om aan te zien. Wat een doodse en verdrietige ogen vol met pijn. Genoeg gezien.

Snel verwijderde ik de make-up en meteen keek ik weer in de spiegel. Mijn ogen duidelijk anders nu. Rustig, sereen, open en helder. Een vage glimlach op mijn gezicht. Geluk van binnen. Dit ziet er goed uit! Zo hoort het. Nu. Op dit moment van mijn reis. En ik weet, er zijn momenten dat ik dit uitstraal naar buiten en dan hoor ik zelfs “wat zie je er goed uit!”, vooral van de mensen die mijn verhaal kennen.

Terwijl ik dit denk schiet me een Spaanse uitdrukking te binnen: Los ojos, el espejo del alma (de ogen, de spiegel van de ziel). Beter omschrijven kan ik het niet.

Transitiekleding

Supervrouwelijk kleedde ik me. Altijd jurken en rokken. Bijpassende sieraden. Goed gecombineerde, opvallende en kleurige combinaties. Ik kreeg veel complimenten. Had mijn eigen stijl. Broeken waren niet aan mij besteed, ik had er een of twee en die droeg ik in het bos of bij het klussen of zo. Verder niet.

Kleding kopen heb ik altijd een crime gevonden. Het put me werkelijk uit en strontchagrijnig kan ik er van worden. Shoppen (het woord alleen al!) doe ik alleen als ik echt iets nodig heb en wanneer ik ook precies weet wat ik moet hebben.

Zo’n tien jaar lang kocht ik mijn kleding bijna uitsluitend bij de Didi. Daar kon ik nl. altijd slagen. Chique, speelse en kleurige kleding van verschillende materialen. Gewaagde combinaties. Net even anders. Bovendien was er altijd die verkoopster die met me meedacht en met de meest fantastische creaties aan kwam zetten. Heerlijk was dat. Ik hoefde maar naar één winkel, twee of drie keer per jaar en klaar was Kees. En ik zag er altijd tiptop uit.

Tot twee of drie jaar geleden. De collectie van Didi veranderde en ik kon er niet meer slagen. Er begon een lijdensweg, want winkelen, zoeken en combineren, dat lukt me gewoon niet. Heb er werkelijk slapeloze nachten van gehad. Gelukkig had ik nog wel wat kleding en hoefde ik niet meer zo vaak voor groepen te staan of in het openbaar te treden, dus het werd wat minder belangrijk.

‘In den beginne’, vlak nadat het kwartje gevallen was dat ik vrouw speelde, maar niet was, dacht ik dat ik nog prima voort zou kunnen leven met mijn vrouwenlijf en dito kleding, maar daar heb ik me zwaar in vergist. Sinds ik mijn werkelijke gevoelens toelaat, word ik steeds meer bewust van wat er nou echt bij me past. Als vrouw had ik de perfecte ‘klederdracht’ gevonden bij Didi, maar dat was dan ook alles.

De dag dat ik ineens sterke tegenzin kreeg tegen het dragen van een jurk zal ik nooit vergeten. Ik lees terug in mijn dagboek (januari 2013)

De laatste weken heb ik alleen nog maar broeken gedragen. Het probleem is alleen dat ik er maar twee heb en eentje zit niet zo lekker. Omdat ik toch maar iets anders aan wilde weer een jurk gepakt. Was altijd mijn lievelingsjurk, die cyclaamrode. Het voelde al niet goed om hem aan te trekken, maar ik dacht dat ik me niet zo aan moest stellen en stapte over mijn heftige tegenzin heen. Ik ging naar mijn werk. Voelde me erg ongemakkelijk. Die rotjurk. Dat kutding! Dat gevoel werd met de uren erger. Werd er haast agressief van. Wilde die jurk wel van mijn lijf trekken. Kapot scheuren. En die panty al helemaal! Na mijn werk naar huis geracet en me meteen omgekleed. Ik zweer dat het de laatste keer is dat ik een jurk aan gehad heb.

Wat was dit een verschrikkelijke dag. Ik kan het gevoel nog zo terug halen. Alsof ik een clownspak aanhad, niet in het circus, maar bij een begrafenis of zo. Het was werkelijk verschrikkelijk. Terwijl ik dit nu schrijf word ik weer onpasselijk.

Vervolgens dus op zoek naar broeken en bijpassende bovenkleding. Dat was een hels karwei. Geen idee waar het te zoeken, geen idee wat erbij te combineren, geen idee hoe dat te doen. Gekmakend haast. Waar moest ik zoeken? Stoere vrouwenkleding? Van dat legergedoe? Maar dat past niet bij me. Ik kwam er niet uit. Uiteindelijk een aantal stelletjes gekocht die wel gingen, maar toch, het klopte niet.

Maar nu is het tijd voor zomerkleding. Door het slechte weer gelukkig wat uitstel van executie gehad, maar eindelijk weet ik het. Te simpel voor woorden eigenlijk. Ik moet gewoon herenkleding kopen! En dat heb ik gedaan gisteren.

overhemd

Ik wist niet wat me overkwam. Dat je een winkel ingaat en gewoon zeven, acht, negen of meer kledingstukken ziet die je leuk vindt. Dat het geen enkel probleem is om te combineren. Te vinden. Het was alleen nog even lastig omdat ik niet wist wat mijn herenmaat is. Ik draag mannenoverhemden nu open met een topje of een t-shirt eronder. Ben benieuwd hoeveel mensen doorhebben dat het eigenlijk herenkleding is, maar voor mij is het een wereld van verschil. Het was een bijzondere dag. Bijzonder emotioneel ook.

Echt, het kopen van herenkleding is een eitje vergeleken bij het vinden van dameskleding.