Tagarchief: bevrijding

De heerlijke draaglijke lichtheid van het bestaan

Tijdens het lanterfanten zat ik vanochtend wat te mijmeren. Vroeg ik me af wat nou precies het verschil is tussen mijn leven voor mijn transitie en mijn leven nu, nu ik passabel als man door het leven ga, Het is namelijk al weer ruim zes weken geleden dat iemand me met mevrouw aangesproken heeft en iedere keer weer voel ik een intense blijheid als ik meneer hoor.

Mijn leven is vooral licht nu. Zo kan ik het het beste omschrijven. Het is ontspannen, relaxed en rustig. Dat wil niet zeggen dat er nooit problemen zijn, maar het voelt enorm veel lichter. De dagelijkse dingen zijn zoals ze moeten zijn, dagelijks dus.

Voor mijn transitie was mijn leven als rijden met de handrem erop. Ik werd constant geremd. Ik moest constant extra inspanning leveren. Als fietsen pal tegen de wind in. Als een constant zwoegen tegen de natuurkrachten. Nu heb ik het gevoel dat ik wind mee heb. In mijn rug en nog lekker hard ook. Ik trap wel en ik moet wel wat doen, maar het gaat haast moeiteloos. Het gaat als vanzelf en iedere keer word ik daar weer door verrast. Het is best wennen, want ik merk het nu pas. Als je altijd tegenwind hebt gehad, dan weet je gewoon niet beter.

In het verleden heb ik me nooit laten kennen, van alles gedaan en mezelf altijd weer die spreekwoordelijke schop onder mijn kont gegeven, want altijd was er die straffe tegenwind. Het kostte me moeite naar buiten te gaan, het kostte me moeite mensen te ontmoeten, het kostte me moeite te praten, alles kostte moeite. Alles vrat energie en ik had altijd het gevoel in gevecht te zijn. Dan heb ik het over de gewone dagelijkse dingen. Van een brood bestellen bij de bakker, koffie drinken op een terrasje of op verjaardag gaan, zelfs bij mensen die ik heel goed ken.

Moeiteloos doe ik ze nu, al deze gewone dagelijkse zaken. Op straat lopen. Boodschappen doen. Een praatje aangaan op een verjaardag. Zomaar iemand aanspreken op straat. Een grapje maken. Een voorstelrondje. Een vraag stellen in het openbaar. Noem maar op. Zaken die ik altijd al deed, maar waarbij ik altijd maar weer die drempel over moest omdat ik me altijd onzeker voelde, me schaamde en er eigenlijk niet wilde zijn.

Eindelijk.
Niet-geremd.
Licht.
Bevrijd.
Benieuwd waar dit me gaat brengen.
Wat een boeiende reis!

Advertenties

Van bh naar binder naar bloot

Wat een geweldige sensatie, de stof van mijn t-shirt rechtstreeks op de huid van mijn borst. Al ruim zeven weken geen bh meer en nu is de strakke binder, die ik moest dragen na mijn borstreconstructie, ook voorgoed verleden tijd. In huis loop ik zelfs af en toe verlekkerd rond met ontbloot bovenlijf, trots op mijn torso als ik ben. Het is haast niet te beschrijven wat voor een ballast ik kwijt ben. Letterlijk én figuurlijk.

De eerste dagen na de operatie gierden de gelukshormonen door mijn lijf. Pijnstillers waren niet eens nodig en ik voelde me opmerkelijk goed. Ik dacht dat mijn herstel een eitje zou zijn. Langzaamaan begon de pijn echter toe te nemen en merkte ik hoe moe ik was van de narcose, de ingrijpende operatie en later van alle emoties. Maar man, man, wat was ik gelukkig.

Dus toch…  ‘complicaties’. Ten eerste de lichamelijke. De pijn begon toe te nemen. Gek genoeg vond ik dat ergens wel fijn. In het begin brandde het constant, vooral op de plaats waar ooit mijn decolleté zat. “Brand maar, brand maar” zei ik dan tegen mezelf “dit zijn de laatste stuiptrekkingen en daarna ben ik voorgoed verlost. Wat is deze pijn nou eigenlijk in vergelijking met de psychische pijn die ik heb moeten doorstaan en die ik meer dan eens niet probeerde te voelen door mijn lichaam opzettelijk te pijnigen?”

Ook was ik, op de dag van de operatie al, blij met de binder die ik moest dragen. Verrassend wel vond ik. Het werd een symbool voor de periode waar ik nu in zat, de overgangsfase van mijn leven vóór de operatie tot mijn leven ná de operatie. Voor de operatie zag ik er enorm tegen op om zo’n kreng te moeten dragen. Het leek me verschrikkelijk, eindelijk van mijn gehate bh’s af en dan nog eens zes weken (wat langer werd) een nieuwe gevangenis voor mijn borst. Maar opnieuw, ik ervoer een haast prettig gevoel, het zou gewoon niet goed geweest zijn om met tieten het ziekenhuis in te gaan en er plat uit te komen net alsof er niets gebeurd was. Er was namelijk ontiegelijk veel gebeurd en dan heb ik het niet alleen over de zware lichamelijke ingreep van het verwijderen van twee enorme tieten en het construeren van een mannenborst. Het leven zomaar weer herpakken, daar was toch wat tijd voor nodig en ik werd letterlijk door mijn lichaam gedwongen hier de tijd voor te nemen.

Als eerste het besef dat deze operatie zo ontzettend veel meer was dan anderhalve kilo weggesneden tiet. Ongelooflijk en haast niet te bevatten wat er gebeurde, maar logisch ook eigenlijk welke ballast ik vooral in figuurlijke zin kwijt raakte. Een niet te beschrijven bevrijdende opluchting na zo’n intens conflict bijna iedere minuut van mijn leven. Hier ben ik altijd bewust of onbewust mee bezig geweest en ineens was er dan die platte borst die bij me hoort, die er altijd had moeten zijn. Ik hoefde niet te wennen. Ik miste niets. Het was gewoon meteen goed. Ik was thuis gekomen en ik merkte per direct welke ruimte en energie er ineens vrij kwamen, die niet meer nodig waren voor het dagelijkse gevecht tegen mijn vrouwelijke verpakking.

De binder kon de zwellingen en de vochtophopingen echter niet voorkomen, met als gevolg dat ik na een week bont en blauw was en gewoon weer tieten had. Wel een paar cupmaten kleiner, maar toch. Op zich was het een natuurlijke reactie van het lichaam. Holtes worden automatisch opgevuld door vocht. Na verloop van tijd voert je lichaam dat vocht ook weer af, maar in mijn geval was het zo veel dat er wel wat extra hulp nodig was en ik heel veel spanning op mijn borst(en) kreeg. In eerste instantie lukte het niet om het vocht weg te zuigen en ik voelde me steeds beroerder worden. Ik kon nog amper bewegen en lopen. Iedere stap gaf een steek in mijn borst en iedere trilling liet me ineenkrimpen van de pijn. Daarnaast was zeven weken half zittend op mijn rug slapen ook niet echt een lolletje. Maar goed, uiteindelijk, na ruim vier weken lukte het de chirurg een grote hoeveelheid vocht weg te zuigen en vanaf die dag ging het steeds beter.

Naast de lichamelijke ongemakken waren er ook de emotionele ‘complicaties’. Die zorgden ervoor dat ik me tijdelijk terug getrokken heb van mijn blog en van twitter. Ik voelde dat ik dit alleen door moest maken. Hoogstens met wat bijstand van een aantal zeer goede vrienden en af en toe wat contact via DM. Dat is een goede beslissing geweest. Het was heel zwaar, maar wel voor mij alleen om op te lossen. Het was mooi en boeiend, het was heftig en pijnlijk, het was een constante afwisseling van pijn, van verdriet en van intens geluk.

Een berg van gevoelens, emoties en gedachten passeerden de revue en die moesten allemaal verwerkt worden en indalen. Mijn kinderen die het eng vonden om me weer te zien, hun ruimte nodig hadden en die hun angsten hebben over wat er nu gaat komen. Mijn zussen die best moeite hebben met mijn transitie en nog vol in een soort van rouwproces zitten. Het besef dat een transitie een heel eenzaam proces is, voor niemand echt te begrijpen en dat het voor mensen in de nabije omgeving heel moeilijk is om blij voor je te zijn, omdat het ook bij hen hun wereld op zijn kop zet en heftige emoties losmaakt. Het verdriet omdat ik mijn hele leven zoveel energie heb gestoken in een zinloos doel namelijk vrouw zijn. De pijn om de grote offers die ik heb moeten maken om mezelf te mogen zijn. Dát en nog veel meer. Misschien schrijf ik er nog wel over, misschien niet. Dat kan ik nu nog niet zeggen.

Vandaag voelt als een nieuw begin. Alsof ik het startsein gehoord heb. Ik stond klaar in de startblokken en nu is de race begonnen. Vanochtend heb ik me beter gemeld bij het UWV. Ik voel me klaar voor mijn nieuwe leven met een ander lijf, een andere naam en ander werk (snel hoop ik). Ik ben er klaar voor om naar buiten te treden, me te presenteren aan de buitenwereld en te laten zien wie ik werkelijk ben. In al mijn naaktheid.

Van bh naar binder naar bloot.

Amen.

.

.

Zo plat als een dubbeltje

8 januari 2015 om 11:15 uur

Ik word wakker. Heb het gevoel dat ik heerlijk geslapen heb. Soms heb je dat, dat je wakker wordt en meteen denkt “Oooh, wat heb ik héérlijk geslapen!”. Dát dus.

Meteen weet ik waar ik ben. Ik voel me niet gedesoriënteerd of slaperig. Ben klaarwakker. Heb ook helemaal geen pijn. Alleen maar “Wat heb ik toch heerlijk geslapen!” Ik kijk naar beneden en het lijkt een droom, maar het is geen droom. IK BEN PLAT!

Met mijn linkerhand streel ik over mijn borst. “Het is gebeurd” fluister ik ontroerd “ze zijn er af, eindelijk!” Ik voel een intens geluksgevoel mijn lichaam binnenstromen. “Oooh, wat ben ik blij…. wat ben ik blij!” blijf ik maar zeggen. Verschillende verplegers en verpleegsters komen naar mijn bed toe lopen. “Fijn hè?” zeggen ze. Ik zie alleen maar lachende gezichten. Allemaal om mijn bed. Zelf geef ik licht. Ik straal. Een van de verpleegsters aait over mijn schouder en wang en ik zie dat ook zij zo blij is voor mij. Ik lees de ontroering op haar gezicht. “Het is gebeurd” zegt ze “en alles is goed gegaan!”

Die ochtend was ik alleen vertrokken naar de Jan van Goyen Kliniek. Met gezonde spanning, maar zonder noemenswaardige stress, angst of twijfel. Een memorabele treinreis tussen de chagrijnige vroege treinreizigers op weg naar hun werk.

Op mijn weg naar het station heb ik keihard op straat een zelfverzonnen tekst lopen zingen. Weet niet wat passerende fietsers gedacht moeten hebben om zes uur ’s ochtends, maar vast dat ik dronken was of zo. In de trein heb ik nog de laatste berichtjes gestuurd naar mijn kinderen en familieleden. Voor ik het wist was ik in Amsterdam. Om 7:35 meldde ik me bij de kliniek en om 8:00 huppelde ik, voor zover als dat dan kan met die gekke ziekenhuisslofjes, naar de operatiekamer.

Op naar de bevrijding!

De rest van de dag was ronduit geniaal. Nauwelijks pijn en ik voelde me alleen maar goed en gelukkig. Het geluksgevoel kan ik eigenlijk maar op één manier beschrijven, namellijk met het gevoel dat ik had toen mijn kinderen geboren werden. Een enorm intens geluksgevoel dat nergens mee te vergelijken is….

Zooooooooooooooo blij
Zoooooooooooooooooooooooooo gelukkig
Zoooooooooo dankbaar dat alles gezond is.

Dát dus!

Ik heb een prachtige platte borst.
(en het voelt niet gek en ik hoefde niet te wennen, want dit ben ik)

.

.

* * * * * * * *
Toelichting:
Volgens de richtlijnen van het Genderteam van het VUmc kom je pas een jaar na de start van de hormoonbehandeling in aanmerking voor evt. operaties. Vanaf het begin van het traject heb ik hier tegen geageerd omdat ik het in mijn geval een bespottelijke en onmenselijke regel vind. Ik kan doen wat ik wil (haren afknippen, mannenkleding dragen, een baard laten groeien), maar men blijft me zien als een vrouw omdat mijn bustemaat Cup E nou eenmaal nooit te verbergen is. Zulke grote borsten zijn gewoonweg niet in te binden of plat te drukken.

Ik leef al geruime tijd als man, in ieder geval bij vrienden en op mijn werk, maar ik word in het dagelijkse leven altijd beoordeeld op mijn uiterlijk en men zal mij nooit als een man zien met zo’n voorgevel, terwijl wel van je verwacht wordt dat je de gewenste genderrol aanneemt in de RLE-fase (Real Life Experience)

In het begin hielden ze voet bij stuk bij het Genderteam en zeiden ze ‘regels zijn regels’. Ik heb er echter steeds op gehamerd dat de regels veranderd zouden moeten worden, helemaal omdat de meeste regels gemaakt zijn voor Man naar Vrouw transgenders en dat is niet eerlijk. Als je als man een jurk aantrekt, een opgevulde bh draagt, je haar laat groeien, make-up op doet en het geluk hebt er niet al te mannelijk uit te zien, dan kan je al gauw door als vrouw. Ik kan doen wat ik wil, maar ik word door de buitenwereld altijd als vrouw gezien en nooit als man. Als ik een baard laat groeien ben ik een vrouw met een baard, terwijl men bij het Songfestival óók sprak over de vrouw met de baard, waarom niet over de man met de jurk??? Om maar even een voorbeeld te geven.

Om een lang verhaal kort te houden, o.a. door mijn toedoen is uiteindelijk het protocol aangepast. Er is nu een nieuwe regel: als je een rapport van je psycholoog kunt overleggen dat er sprake is van psychisch lijden én je borsten minstens 600 cc per stuk zijn, dan kun je in aanmerking komen voor een vervroegde operatie. Een hele mooie vooruitgang dus en voor mij een prima regel, al vind ik eigenlijk dat psychisch lijden voldoende zou moeten zijn. 600 cc is een best forse maat. Dus als je 590 cc hebt is het jammer?

In oktober ben ik begonnen met de hormonen, eind oktober is het protocol gewijzigd. Eind november kreeg ik toestemming voor de operatie en nu is het gebeurd. Voor zover ik weet ben ik de eerste transman in Nederland die in aanmerking is gekomen voor een vervroegde borstreconstructie om niet-medische redenen.
.
.
.

Tel tot tien

.

Een twittervriend antwoordt me “Het afgelopen jaar heb je al een flinke dosis moed getoond. Wat maakt het dat het je nu zwaar valt?”

Goede vraag!
Is het zo, heb ik moed getoond? Alex Bakker, transman, historicus en schrijver van Mijn valse verleden zegt in een interview in het AD:

“Ik hoor vaak dat mensen mij moedig vinden. Maar het was niet moed met een d, maar moet met een t”

En zo is het. Niet langer toneel spelen, mezelf worden, dat was een moeten. Natuurlijk heb ik daarna wel beslissingen moeten nemen waar moed voor nodig was, maar ze ontsproten wel uit het moeten; mijn verpletterende geheim delen en in het diepe springen, omdat ik beslissingen moest nemen waarvan ik de consequenties niet kon overzien door de onvoorspelbare reacties van de vader van mijn kinderen.

Het afgelopen half jaar, nadat ik mijn kinderen vertelde wat er aan de hand is en waarna ik het huis moest verlaten omdat hun vader zich voor me schaamt en langer samen zijn onmogelijk was, is er van alles geweest; bevrijding, euforie, geluk, energie, initiatief, maar ook verdriet, moeheid, tegenslag, teleurstelling en soms moedeloosheid. Van alles wat, maar de weegschaal slaat absoluut door naar de positieve kant en er zijn zelfs heel wat momenten geweest van intens geluk.

Ik was bezig, ik was aan het bouwen, ik zocht oplossingen, ik was positief en gelukkig, in ieder geval het merendeel van mijn tijd. Eindelijk had ik mezelf bevrijd. Eindelijk nam ik echte zichtbare stappen richting daar waar ik hoor. Al doende en met vallen en opstaan leerde ik alleen te wonen, mijn gevoelens verder te onderzoeken, om hulp te vragen, er meer dan ooit te zijn voor mijn kinderen, hun vader meer en meer los te laten, te letten op mijn eten, te sporten, te solliciteren, me nog meer te openen, mijn verhaal te delen, te huilen en te lachen. Gelukkig kwam er ook veel humor op mijn pad. Voor mij van levensbelang.

Ik startte mijn traject bij het Genderteam van het VUmc en had het gevoel dat ik constant aan het bouwen was, aan het construeren, aan het creëren. Vrijheid, steeds meer vrijheid, daar waar ik mijn hele leven al naar op zoek was.

Er gebeurde heel veel, vooral ook de laatste paar maanden, terwijl ik dacht dat ik in rustiger vaarwater zou gaan komen nadat de scheiding wat ‘gewoner’ zou zijn geworden en we het leven weer op zouden pakken. Er zijn echter ook nog eens hele ingrijpende en verwarrende dingen op mijn pad gekomen, waar ik nog niet over kan schrijven. Ik heb er simpelweg de woorden nog niet voor of de tijd is nog niet rijp, maar dat komt, dat weet ik zeker.

Het afgelopen half jaar had ik het gevoel dat ik steeds in beweging was, handen uit de mouwen en gaan met die banaan. Beslissingen nemen, knopen doorhakken, kleine en grote stappen. Dat lijkt nu een beetje veranderd, al weet ik ook dat dat eigenlijk niet zo is, maar het euforische gevoel van het begin is weg geëbd en meer dan ooit voel ik dat ik afhankelijk ben van een team mensen dat gaat beslissen over mijn toekomst en ik moet me aanpassen aan hun ritme en aan hun regels.

Tot twee keer aan toe werd een afspraak afgezegd en dat is dan gewoon pech, want de afspraak die vervalt kan niet ingehaald worden (er staat een maal per maand een afspraak bij de psycholoog van het Genderteam, valt je afspraak uit dan vindt dat gesprek gewoon een maand later plaats, omdat de agenda’s zo vol staan dat er geen ruimte is voor dit soort onvoorziene zaken).

Er rest dus nog een lange weg van wachten en geduld hebben en dat valt me zwaar. Dat heb ik niet in de hand. Ik weet wat ik wil. Ik weet wie ik ben. Ik weet waar ik heen wil. Wachten vind ik dan heel lastig en moeilijk te accepteren. Ik heb het idee dat er zo maar weer een paar maanden van mijn leven gestolen wordt. Mijn leven dat ik proactief wil leiden. “Lijden of leiden, aan jou de keus!” zei een vriend me ooit. De keuze heb ik gemaakt.

Ben ik depressief? Nee!
Zwaarmoedig? Nee, dat ook niet.
Wat dan? Het valt me zwaar. Dat wat me nog te wachten staat. Die lange tijd die me nog rest met mijn gehate vrouwenlijf. Het vrouwenlijf dat iedereen in verwarring brengt en me zo in de weg zit. Dát. Om die tijd goed door te komen heb ik moed nodig. Veel moed. En geduld.

Grrrrr Rick, tel tot tien!
.
.
.

Zwart-wit

Behoorlijk zwaarmoedig ben ik geweest de afgelopen tijd. Ik voelde me verder en verder afglijden, sloot me af van van alles en iedereen en ging de duisternis in. Zocht die ook moedwillig op. Zelfs letterlijk door me af en toe op te sluiten in mijn slaapkamer met de verduisteringsgordijnen dicht. Buiten scheen de zon.

Vreemd genoeg had ik het gevoel dat het ergens goed voor was en hoewel ik me depressief voelde, was ik niet echt bang om in een langdurige depressie te geraken, vooral omdat ik één ding heel duidelijk heb, ik wil niet dood, ik wil leven! Ik heb het over me heen laten komen. En achteraf kan ik zeggen dat het me goed gedaan heeft dat ik me ondergedompeld heb in dat zware en beklemmende gevoel. Midden in de hel kreeg ik mooie inzichten.

Mijn blog Je kiest het leven niet, je lééft het heeft heel veel in gang gezet. Ik realiseerde me dat ik ooit, min of meer onbewust, koos om als vrouw te leven. ‘Vrouwtje spelen’ heb ik zo goed gedaan, dat ik zelf heel lang geloofde dat alles helemaal tiptop in orde was. Ik kon het alleen maar niet verklaren waarom ik me toch altijd wankel voelde.

Het best ontwikkelde vermogen van de mens is het vermogen zichzelf voor de gek te houden. Alexander Smit.

Het leven wil ik leven. Dat is een ding dat meer dan duidelijk is. Ik hou van het leven. Geloof ook dat het mooi is met zijn pijn en verdriet, dat er nou eenmaal bij hoort. Ik wil niet meer overleven, ik wil niet meer acteren, ik wil Leven. Leven met een hoofdletter L.

Daarna kwam ik echter in de knel. Want wat wil dat dan zeggen, het leven léven? Voor mij is dat mezelf kunnen zijn, mezelf kunnen laten zien zoals ik werkelijk ben, kunnen delen wat ik denk, kunnen voelen wat ik voel en zijn met/bij mensen bij wie ik mezelf kan zijn. En dat is nou precies wat niet lukt op dit moment.

De conclusie was kneiterhard, maar op een of andere manier ook een bevrijding; ik ben bereid om alles te verliezen om mezelf te kunnen zijn. Als je ziet dat alles verloren is, kun je namelijk alleen nog maar winnen. Maar ja, alles verliezen, dat is nogal wat; mijn man, mijn kinderen, mijn huis. Alles waar ik mijn hele leven keihard voor geknokt heb. Maar wat voor andere optie heb ik? Vrouwtje blijven spelen voor de rest van mijn leven? Dat zou een langzame zelfmoord zijn. En waarschijnlijk niet eens zo heel langzaam…

En ja, toen ik dit zo zag, enkel deze twee opties, beiden niet bepaald om vrolijk van te worden, voelde ik me afglijden. ‘Niet vreemd dat je dan zwaarmoedig bent’ zei mijn begeleider bij Transvisie Zorg  waar ik eindelijk, na uitstel van bijna twee maanden door vakantie en ziekte op 16 mei terecht kon, ‘als je het zo zwart-wit bekijkt dan lijkt me dat logisch’. Hij liet me inzien dat er naast zwart en wit nog een heleboel andere kleuren zijn en dat ik, doordat ik alleen nog maar zwart of wit zag, een heleboel mogelijkheden liet liggen.

Hoewel er wederzijds zeker een zekere empathie bestaat, staan mijn man en ik momenteel lijnrecht tegenover elkaar, ik wil helemaal man zijn en het liefst zo snel mogelijk en hij wil dat het blijft zoals het was. We hebben echter twee prachtige, heerlijke, geweldige kinderen die ons binden en die we allebei het beste willen geven, daar zijn we het over eens en daar vinden we elkaar. Dus van daaruit gaan we nu handelen.

We zullen antwoorden moeten gaan vinden op veel vragen. Vragen die niet zo één, twee, drie te beantwoorden zijn. Wat heb ik nodig om me als man fijn te voelen en thuis te kunnen blijven wonen? En wat heeft mijn man nodig? Hoe kunnen we de kinderen een zo goed mogelijke toekomst bieden? We moeten gaan beginnen met (onder)handelen. Samen in het belang van wie ons het liefst zijn, onze zoon en onze dochter, die ons allebei nog hard nodig hebben en waar we allebei zo ontzettend van genieten.