Maandelijks archief: mei 2015

Zij? Ach, ik ben het wel gewend…

Sinds drie weken ben ik in opleiding bij mijn nieuwe werkgever. Zoals beschreven in mijn blog One of the Boys is het bij mijn sollicitatie niet ter sprake gekomen dat ik als vrouw geboren ben en eigenlijk nog volop in mijn transitieproces zit. Dat heb ik uiteraard zo gelaten.

Sinds oktober vorig jaar gebruik ik testosteron en in januari heb ik een borstreconstructie ondergaan en een prachtige platte borst gekregen. De vetverdeling in mijn lichaam is al behoorlijk aan het veranderen en mijn stem is veel lager geworden, maar er is toch nog geregeld twijfel over mijn sekse omdat ik ook nog wel vrouwelijke trekken heb. Je ziet mensen geregeld denken.  Is het nou een man? Of toch een vrouw?

Ik pas heel erg op mijn kleding en mijn haar. Ik merk namelijk dat dat veel doet, sommige kleuren en vormen maken mannelijker, maar feilloos werkt het nog niet. Ik maak me daar overigens niet al te druk om, ik weet dat het een kwestie van tijd is. Het proces van vermannelijking gaat zijn gang en over een tijdje zal echt niemand meer zien dat ik ooit in een vrouwenlijf gevangen zat, helemaal als mijn baardgroei goed op gang gekomen is. Dat is echt een groot voordeel dat wij hebben als transmannen.

Op een gegeven moment zegt één van mijn nieuwe collega’s tegen een andere collega: “Misschien wil zij ook nog wel koffie.”

“Hij!” zeg ik, met een knipoog.

“Oh, sorry” zegt ze “misschien wil hij ook nog wel koffie!”

De volgende dag moeten we met zijn tweeën naar een andere locatie. Ze zegt dat ze haar excuses aan wil bieden omdat ze ergens heel erg mee zit. “Ik kon er niet van slapen, ik vind het zo erg dat ik ‘zij’ tegen je zei. Je heet Rick en je ziet eruit als een man en toch dacht ik dat je een vrouw was.”

Ik heb echt een beetje medelijden met haar. Ik zie dat ze er enorm mee zit. “Ach joh” zeg ik luchtig “maakt niet uit hoor, ik ben het wel gewend.”

“Vind je dat niet vervelend dan, dat je soms voor vrouw aangezien wordt?” vraagt ze zacht “dat lijkt me helemaal niet leuk.”

“Leuk vind ik het niet” zeg ik “maar daar heb ik me maar bij neergelegd, het heeft niet zo veel zin meer om me daar druk over te maken. Weet je? Ik maak van nature te weinig testosteron aan, maar gelukkig word ik daar nu voor behandeld.” Ik sta versteld van het antwoord dat ik eruit floep. Niets gelogen en helemaal zoals het is.

“Grappig” slaakt ze gerustgesteld uit “ik maak van nature te veel testosteron aan, daarom was het voor mij heel lastig om zwanger te worden.”

We lopen verder en praten over andere dingen. Het thema is besproken en mocht erover geroddeld worden door collega’s onderling, dan kan ze alles meteen duidelijk maken. Hoogstens vinden ze me een raar ventje, maar daar kan ik echt niet mee zitten.

Dit ook weer uit de wereld. Simpel en effectief.

.

.

.

 

 

Advertenties

Thuis wat uit te leggen

Eén keer per maand wordt er in Amsterdam bij Transvisie een bijeenkomst georganiseerd voor transmannen / vrouw-naar-man transseksuelen (mannen die met een vrouwenlichaam zijn geboren, maar een mannelijke identiteit hebben). De mannen die de groep bezoeken zitten in verschillende stadia van omgaan met hun genderdysforie. Sommigen twijfelen nog, anderen zijn reeds gestart met hun transitie of zelfs al meer dan dertig jaar klaar.

Iedere maand komt er een gastspreker of wordt er een bepaald thema behandeld. Daarna is er een borrel. Ik ga daar regelmatig heen en ik vermaak me altijd prima. Vooral tijdens de borrel, waar we ongegeneerd kunnen praten en lachen over transmannenzaken.

Afgelopen zaterdag kwam stemcoach Coen Honig langs. Hij heeft veel ervaring met transgenders en sprak over stemgebruik door transmannen en waar je op kunt letten. Het blijkt nl. maar al te vaak dat transmannen hun stem, vooral na het starten met de testosteroninname, verkeerd gebruiken en hun leven lang met een jongensstem van een jaar of 18 blijven rondlopen. Jammer en niet nodig.

Het was weer een interessante en gezellige bijeenkomst en na afloop loop ik met twee andere transmannen terug naar het station. Een wandeling van zo’n  half uur. We genieten van het weer, we praten nog wat door en we lachen vooral over de veranderingen die we meemaken in ons lichaam en met onze omgeving.

Als we op het plein bij de Waag lopen, worden we ineens omringd door een groep van tien of twaalf zeer vrolijke en uitbundige dames. Een vrouw van achter in de twintig met een knaloranje exorbitant grote zonnebril en een veren boa roept lacherig: “Mag ik jullie wat vragen?”

“Ja, natuurlijk, dat mag!” roepen we in koor. Zoveel vrouwelijk schoon is natuurlijk niet te weerstaan.

“Het is namelijk zo” zegt ze giechelig “we vieren mijn vrijgezellenfeest en nu moet ik een aantal opdrachten uitvoeren. Ik moet o.a. drie labels knippen uit drie boxershorts van drie verschillende mannen en ik zag jullie lopen met zijn drieën, vandaar mijn vraag, mag ik met deze schaar de labels uit jullie onderbroeken knippen?”

Een beetje aangeschoten zwaait ze gevaarlijk met een schaar boven haar hoofd en verontschuldigend zegt ze “Jullie hoeven je broek niet uit te trekken hoor, jullie boxers trek ik wel even naar boven als jullie het goed vinden!.”

De dames gieren het uit. Wij van binnen nog veel meer. We stemmen toe, terwijl de aanstaande bruid licht blozend verzekert dat ze niet lager zal knippen.

“Als je dat maar belooft” roep ik streng uit, terwijl ik naar mijn kruis kijk “daar ben ik zuinig op.”
We draaien ons één voor één om en trekken onze boxer aan de achterkant boven onze broek uit. De vrijgezellige dame begint te knippen. Eén label, twee labels, drie labels. Er worden foto’s gemaakt. Als volleerde mannen worden we vereeuwigd en maken we grapjes met het vrouwengezelschap.

“Nou, jullie hebben straks wat uit te leggen thuis” ginnegapt één van de vriendinnen.

“Ja” beamen we “dat hebben we zeker…” Ook wij moeten wederom ontzettend lachen om deze hele situatie, Het is echt hilarisch. We nemen afscheid, wensen de bijna bruid veel geluk en vervolgen onze weg.

“Zijn we nou mannen of niet?” vraagt mijn collega.

“Met vlag en wimpel geslaagd” zeg ik.

De dames moesten eens weten. Er viel weinig te knippen.

.

.

.

Moederdag

Een bijzondere moederdag dit jaar.

De eerste moederdag zonder mijn moeder.

De eerste moederdag met een ‘M’ in mijn paspoort.

Heel vaak krijg ik de vraag hoe mijn kinderen mij nu noemen. En of ze nu twee vaders hebben. Mijn zoon en mijn dochter noemen me gewoon mama en ik heb ze gezegd dat ze me ook altijd mama mogen blijven noemen, want ik ben hun moeder en ik zal dat ook altijd blijven.

Klinkt misschien vreemd, moeder én man, maar zo is het gewoon. Ik heb ze gebaard en ik zal altijd hun moeder zijn. Ze hebben één moeder en één vader en dat blijft dus zo.

Het is nog niet voorgmoederdag 2015ekomen, maar ik kan me voorstellen dat ze op een gegeven moment, als ik echt helemaal passabel ben, ze me in het openbaar bij mijn voornaam noemen of zo, dan hoeft er ook geen uitleg gegeven te worden aan niet bekende omstanders, want dat zou wel een heel gedoe zijn iedere keer. Bovendien hebben zij er als pubers ook geen trek in om op te vallen denk ik zo.

We zullen wel zien. Mij maakt het allemaal niet zoveel uit. Mensen mogen denken wat ze willen. Daarnaast heeft mijn dochter al jaren een bijnaam voor me en als ze die gebruikt zal niemand raar opkijken, die past namelijk ook bij een man. Het regelt zich vanzelf allemaal wel.

Daar vertrouw ik op.

.

.

One of the boys

23 april – De slapeloze nacht

Sinds ik testosteron gebruik, zeven maanden nu, slaap ik als een blok. Een geweldige bijwerking kan ik wel zeggen, het is een weelde zoveel slaapgenot te ervaren na jaren en jaren van belabberde nachten. De nacht van 23 april kon ik de slaap echter niet vatten. Heel vreemd. Ik ben het gewoon niet meer gewend.

Uiteindelijk stond ik maar op en ben ik wat gaan surfen op het net en, toeval bestaat niet, ik zag een droom van een vacature, die ik anders zeker niet gezien zou hebben, want eigenlijk geloof ik op mijn leeftijd niet meer zo erg in het schrijven van brieven. Netwerken heeft veel meer zin en is veel effectiever.

Omdat ik van het enthousiasme toen helemaal niet meer kon slapen, heb ik er om 4 uur ’s nachts een brief uit geknald, want als je iets echt wilt, dan is het geen enkel probleem om daar een motivatie voor te vinden. Daarna toch nog even lekker geslapen.

Dezelfde dag nog word ik gebeld door het Uitzendbureau; “We willen graag kennis met je maken, alleen wordt alles geregeld vanuit Utrecht, wel wat ver voor jou, je kunt hier langs komen, maar we kunnen de sollicitatie ook telefonisch doen hoor!” “Geen probleem” hoor ik mezelf meteen zeggen “ik kom wel langs, ik wil de kans op slagen zo groot mogelijk maken, want deze functie interesseert me echt enorm!”

Razendsnel heb ik me bedacht dat het belangrijk is dat ze me zien, op die manier kan ik eventuele vooroordelen over transseksuelen meteen van tafel vegen. Ik weet dat als men mij ziet ik vertrouwen geef en uitstraal, want weet ik veel wat ze denken, misschien wel dat ik er raar uit zie, dat ik psychisch in de knoop zit of wat dan ook. Ik moet grinnikend meteen denken aan wat een collega met verbazing uitriep nadat ik uit de kast was gekomen voor de hele afdeling tegelijk “Oh, maar jij bent helemaal niet zielig en zo vol met leven en met zin om er wat van te maken, wat bewonder ik jou!”

28 april 2015 – De intake

Met mijn gloednieuwe paspoort met de felbegeerde M en mijn oude diploma’s meld ik me ruim op tijd bij het Uitzendbureau. In de bevestigingsmail stond dat ik mijn diploma’s mee moest nemen. Indien dat niet zou kunnen had ik dat van te voren moeten melden. Blijkbaar vinden ze diploma’s erg belangrijk dacht ik. Op mijn diploma’s staat echter mijn vrouwennaam. Ik verwachtte dus dat er gesproken zou gaan worden over mijn transgender-zijn. Leek me ook wel logisch nog in dit stadium  van mijn transitie. Als ik me heel mannelijk kleed met een overhemd in blauwtinten die me wat stoerder maken, dan word ik tegenwoordig meestal met meneer aangesproken. Kleed ik me uniseks, dan is er twijfel en wordt het vaak toch nog mevrouw. Kapsel en kleding zijn in deze fase van mijn transitie heel belangrijk. Ik heb wel het geluk dat mijn stem weer behoorlijk zwaarder is geworden de afgelopen week.

Het gesprek begint heel relaxed. Ik moet me legitimeren, ze maken kopieën, ze vullen al mijn gegevens in. De rest van het gesprek gaat ook heel soepeltjes, er worden veel vragen gesteld en ik geef gemakkelijk antwoord. Wel vraag ik me af of de meneer van het Uitzendbureau niets ziet of vermoedt? Voor ik het weet zijn we vijf kwartier verder en om mijn diploma’s wordt niet gevraagd. Ik heb helemaal niet hoeven spreken over het feit dat ik een transman ben! Geen uitleg, geen vragen, geen gedoe… huh?? Ik kan het eigenlijk nog maar nauwelijks bevatten. Achteraf snap ik het eigenlijk ook wel, ze verwachten een man, je stelt je voor als een man, in je paspoort staat man en dan ben je het ook gewoon. En dat ben ik ook. Ze kunnen hoogstens denken wat een vreemd ventje, maar dat kan me geen bal schelen, ik had dit alleen nog niet verwacht. Wat kan het leven toch weer verrassend lopen.

Een half uur later zit ik trots als een pauw in de trein op weg naar huis. Jéeee, ik was gewoon Rick. Ik heb een glimlach van oor tot oor. Dan komt er een meisje van een jaar of twaalf naar me toe en vraagt: “Meneer…. uhhhh….. mevrouw, mag ik u iets vragen?” “Maar natuurlijk” zeg ik brullend van de lach.

7 mei 2015 – De sollicitatie

Het was spannend, maar op 1 mei hoor ik dat ik voorgesteld zal worden aan mijn mogelijke nieuwe werkgever. Ik ben door het dolle heen. Het is me gelukt om naar de volgende ronde te gaan en nog wel als Rick, als man en niet als transman. Van de 150 kandidaten zijn er nog twaalf kandidaten over voor acht werkplekken door heel Nederland. In mijn regio zijn er twee plekken voor drie voorgestelde kandidaten. De week duurt heel lang, ik weet dat ik een behoorlijke kans maak, maar ik heb de job nog niet, hoewel ik er een enorm goed gevoel bij heb.

Alle overgebleven kandidaten worden ontvangen in een rommelig zaaltje. We krijgen plenair extra informatie over de functie en over het bedrijf, we krijgen een bedrijfsfilm te zien en we vertellen allemaal iets over onszelf. Van mijn fobie voor voorstelrondjes is niets meer over. Daarna hebben we allemaal, één voor één, een speeddate van tien minuten met twee leidinggevenden. In die tien minuten moet je jezelf verkopen.

Ik ben als een van de laatsten aan de beurt. Van zenuwen geen sprake en ik sta versteld van de antwoorden die ik geef. De dag ervoor heb ik bewust besloten me niet voor te bereiden op het gesprek en te vertrouwen op mezelf en op wat er zou komen. Je kunt toch nooit alle vragen voorbereiden en eigenlijk alleen maar jezelf zijn.

Ik heb het gevoel dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan, maar mijn god wat spannend nog. Het is nu wachten tot morgenochtend. Doordat deze hele sollicitatiemarathon nogal uitgelopen is, worden we niet dezelfde middag, maar pas de volgende ochtend gebeld met het verlossende woord. Job or no job. Sowieso ben ik tevreden. Veel beter had ik het niet kunnen doen en ook nu was ik gewoon Rick en niet Rick met al dat transgendergedoe, wat ontzettend heerlijk, wat een bevrijding.

Op het station koop ik een broodje. Eerder die dag kon ik niet veel door mijn keel krijgen en ik scheur nu van de honger. “Alstublieft mevrouw!” zegt de donkere meneer vanachter de toonbank, terwijl hij me het wisselgeld terug geeft. Ik kijk hem aan en moet wederom vreselijk lachen “Mevrouw???”  Tsja… wat maakt het ook uit. Het is allemaal slechts een kwestie van tijd en de testosteron zal nog veel van zijn werk gaan doen.

8 mei 2015 – De verlossing

Ondanks de spanning slaap ik goed en kan ik rustig wachten tot de volgende dag 10:00 uur. Dan slaan de zenuwen ineens heftig toe. Het zal nu niet meer zo lang duren denk ik. Ik speel een spelletje Risk met mijn kinderen die vakantie hebben. Een welkome afleiding want mijn hart klopt ondertussen in mijn keel. Dan, om 10:40 uur, gaat de telefoon. Ik spring omhoog, mijn kinderen gillen “Daar is ieeeeeeeeeeeeee!”

“Positief nieuws Rick!” hoor ik aan de andere kant van de lijn, er ontsnapt een harde “YESSSS!!!!!” terwijl ik mijn vuist bal. Ik ben één van de vijf mensen die aangenomen is, dus niet eens één van de acht. De verdere gang van zaken wordt besproken en hoewel ik heel serieus antwoord geef, sta ik ondertussen te dansen, of beter gezegd op een idiote manier te draaien met mijn onderlijf. Mijn zoon en dochter, allebei pubers, schamen zich rot, dat blijkt uit alles, ze houden zich echter wel stil gelukkig. De meneer van het Uitzendbureau merkt niets. Het gesprek duurt ruim vijf minuten, wat verschrikkelijk lang is als je het eigenlijk uit wil schreeuwen, en als ik neerleg springen we met zijn drieën de kamer rond. Mijn kinderen zijn ook heel blij, maar drukken me wel op het hart dat ik nooit, maar ook nóóit meer mag proberen te twerken. “Echt mam, dat kan echt niet!!!!”

Maandag a.s. begin ik met een intensieve training van bijna vier weken. Daarna aan het werk ‘as one of the boys’!  Het is toch wel even heel anders om aan de slag te gaan als man dan als een man die ooit een vrouw was. Ik ben passabel, in ieder geval op mijn werk. Ik heb het hem gewoon geflikt!

Het is nog niet te bevatten…

.

,

,