Maandelijks archief: november 2014

Twijfel

Het recept is binnen. De Androgel (T, testosteron) is besteld. Nu kan ik de uren af gaan tellen. Als het goed gaat, is dit mijn laatste weekend zonder T. Eigenlijk wel heel bijzonder en een historisch moment, dat realiseer ik me maar al te goed.

Als ik wegloop bij de apotheek, barst ik spontaan in tranen uit. Zonder er verder geluid bij te maken stromen de tranen over mijn wangen. Niemand ziet me, maar dat had me ook niets kunnen schelen. Ik denk dat het de ontlading is van alle spanning en eigenlijk voelt het wel fijn. Ik huil beslist niet omdat ik de T nog niet mee kan nemen, hoewel er voorraad leek te zijn, maar ‘gewoon’ omdat ik zo ontzettend opgelucht ben en me ontzettend gelukkig en bevoorrecht voel, ook omdat de apothekersassistente zo bijzonder reageerde toen ze begreep dat de T voor mij was.

Daar mijn geslacht in het systeem van het VUmc al veranderd is en er op alle stickertjes die ze uitprinten nu automatisch ‘Dhr.’ komt te staan, staat er ook ‘Dhr.’ op dit recept. In eerste instantie dacht de apothekersassistente dus dat het recept niet voor mij bestemd was. Logisch uiteraard, omdat ze een persoon met niet te verbergen borsten aan de balie ziet staan en ik in hun administratie geregistreerd sta als vrouw en bovendien ook nog onder mijn getrouwde naam.

“Maar hier staat meneer op het recept” zegt ze, terwijl ze me vragend aankijkt.
“Ja” antwoord ik “dat klopt, maar het is voor mij, ik ben namelijk transgender”.
“Oooh”, antwoordt ze met alle natuurlijkheid van de wereld “dan snap ik het! Zal ik uw geslacht hier dan ook meteen maar aanpassen?”
“Nou, als dat zou kunnen, zou dat heel fijn zijn” zeg ik verrast.
“Ach” zegt ze “het kan eigenlijk niet zomaar, maar met een beetje creatief boekhouden krijg ik dat wel voor elkaar hoor!”.

Ze gaat geconcentreerd aan de slag op de computer, typt als een razende. Ik sta perplex, slik een brok weg en voel de tranen prikken. Wat een ongelooflijk bijzondere reactie van deze assistente. Ze handelt alles af alsof het een simpele adreswijziging betreft. Ze kijkt me verder ook niet aan en stelt geen vragen, hoewel er verder geen wachtenden zijn. Het is gewoon zoals het is en klaar. Ze maakt het niet groter dan het is. Maandag liggen de medicijnen voor me klaar.

Maar dan, in het weekend gebeurt er iets dat ik nooit, maar dan ook nooit verwacht had. Ineens ben ik hevig in paniek. Ik weet niet waar ik het moet zoeken. Loop als een gekooide tijger rond in mijn kleine woonkamer. “Ik wil dit helemaal niet, ik wil dit niet!” schreeuw ik van binnen. Het is heel angstaanjagend. Ik snap er niets van. Ik ben altijd zo zeker van mijn zaak geweest, zo overtuigd van wat ik wil en wat goed voor me is. En nu dit? Ben ik gek geworden? Waarom dit?

In blinde paniek bel ik mijn vriend Marcel, bij wie ik altijd terecht kan. “Ik wil het niet, ik wil het niet!” schreeuw ik haast. Hij begrijpt natuurlijk niet waar ik het over heb, maar kan me uiteindelijk rustig mijn verhaal laten doen. “Het is ook onomkeerbaar” zegt hij “het is ook een hele stap en je weet niet wat er gaat gebeuren, het is niet te voorspellen wat die hormonen met je zullen doen.” Dat weet ik inderdaad allemaal, maar ik weet ook dat er geen weg terug is. Ik weet ook dat ik dit wél wil. Ik ben helemaal in de war. Snap er echt helemaal niets van. Vrijdag was ik in staat om meteen te beginnen, zonder enige bedenking of wat dan ook en nu dit? Nu wil ik ineens niet meer???

Gelukkig weet ik uit ervaring dat rationele beredeneringen van wat me nu overkomt geen zin hebben. Paniek is paniek en dat heeft niets met rationaliteit te maken. Ik moet het maar beleven, hoe eng het ook is. Ik ben bang en angstig, maar besluit er niet voor weg te lopen. Want ook dat weet ik, dat werkt averechts. Langzaamaan word ik weer rustiger. Antwoorden op mijn twijfel krijg ik nu toch niet. Antwoorden op het waarom ook niet. Daarom laat ik het maar gebeuren. De twijfel mag er zijn. De twijfel en de angst mogen er zijn en moet ik voelen.

Dan neem ik een beslissing die de rust in mijn hoofd en lijf terug laat keren:
Ik ga GEEN T gebruiken als ik er niet voor honderd procent achter sta of als het niet goed voelt.
Ik ga NIETS tegen mijn zin in doen.
Ik moet NIETS.

Maandag haal ik de T gewoon op bij de apotheek en dan zie ik wel. Ik krijg het antwoord vast wel als ik het spul in huis heb en de keus echt kan maken. Daar moet ik dan maar op vertrouwen. En zo ga ik dan ook die maandag naar de apotheek om mijn doos T op te halen. Ik weet van te voren nog steeds niet wat ik er mee ga doen, maar het geeft een enorme rust om niet vooruit te denken. Het NU telt en nu weet ik het gewoon even niet. Of eigenlijk weet ik het wel. Zo kan ik niet beginnen.

Advertenties

Het recept (4)

…vervolg op recept (1)recept (2) en recept (3)

Het liefst zou ik een flinke borrel nemen, ware het niet dat ik van het frustratiedrinken af ben en daar ook vooral vanaf wil blijven. Dat nóóit meer. Wat een gedoe toch allemaal en morgen is het vrijdag. Gaat er vast weer een weekend overheen. Wie heeft dat gezegd, dat geduld een schone zaak is??? Het enige wat ik kan doen nu is mijn zinnen verzetten en me op wat anders focussen.

Na mijn werk, ik werk niet ver van het VU en was tijdens werktijd op en neer geweest om de botfoto te laten maken, besluit ik nog even langs te gaan bij mijn kinderen, die bij hun vader wonen.  Zo kan ik ze nog net even zien en spreken voordat ze naar bed gaan. Daar ben ik wel aan toe. Hun verhalen en knuffels doen wonderen.

Als ik binnen kom, pak ik de stapel kranten en reclamefoldertjes op die op de deurmat liggen. En wat zie ik heel toevallig?  Want ik kijk nooit naar die foldertjes en gooi ze altijd ongezien op tafel, ik zie een klein stukje logo van het VU uitsteken onder de stapel… Mijn hart klopt in mijn keel, het zal toch niet waar zijn??? Snel scheur ik de enveloppe open:

recept androgel

Verbouwereerd sta ik te kijken naar het recept, het staat er echt… Testosteron (Androgel)!
Ik slik een brok weg en alsof het de wereldberoemde Hopediamant betreft, stop ik het papiertje heel voorzichtig heel ver weg in mijn binnenzak.

De volgende dag moet ik pas om 12:00 uur beginnen, dat geeft me gelukkig voldoende tijd om, voordat ik in de trein stap naar mijn werk, nog langs de apotheek te gaan. Ik reken er niet op dat ik met mijn testosteron de deur uit zal lopen, het wordt nou eenmaal niet zoveel verstrekt als paracetamol of aspirine, maar zo kan het in ieder geval alvast besteld worden. Man, man, wat geweldig, de dag is bijna daar. Bijna gaat mijn buitenkant dan eindelijk langzaamaan matchen met mijn binnenkant en zal ik helemaal man worden.

“Oh” zegt de apothekersassistente “we hebben nog wel een doos in voorraad!” Wow!!! ik kan het niet geloven, zal het dan toch??? Mijn adem stokt. Kan ik zo direct echt gaan beginnen dan? Nog zelfs voordat ik naar mijn werk vertrek? Ik ben er klaar voor. Kom maar op! De assistente zoekt in de lade waar de doos zou moeten liggen. Er ligt niets. Ze vraagt haar collega’s te helpen. Ook zij vinden niets. Ze klimmen op trapjes, ze kijken in andere lades, kastjes en rekjes. Maar nee, niets te vinden. “Helaas klopt onze inventaris maar al te vaak niet helemaal” zegt ze beschroomd “Het spijt me, maar maandag ligt alles voor u klaar!”

Gelukkig had ik niet verwacht dat ze deze speciale bestelling op voorraad zouden hebben, dus ach, de teleurstelling is niet al te groot. Maar éérst zien en dan geloven, er kan nog zoveel mis gaan en hier lijkt de wet van Murphy van toepassing. Is maandag dan eindelijk dé dag? Nog even geduld aub.

… wordt vervolgd 

 

Het recept (3)

…vervolg op recept (1) en recept (2)

De vrolijke man zegt me weer plaats te nemen in de wachtkamer. Ruim veertig minuten moet ik wachten totdat ik wederom terecht kan bij de endocrinoloog. In mijn beleving duurt het wel twaalf uur. “Sorry” zegt ze “ik kan je het recept niet meegeven.” Alle laatste hoop verdampt.

Mijn geduld wordt wéér op de proef gesteld. Gelukkig zegt ze wel dat het slechts uitstel is, nooit afstel, het komt echt wel goed, maar nog even geduld dus. In het ergste geval moet ik bloeddrukverlagende pillen gaan slikken. “Misschien is het een idee volgende week langs de huisarts te gaan om je bloeddruk op te laten meten” stelt de endo voor. Heel snel denk ik na en dat lijkt me geen goed idee. Als mijn hoge bloeddruk een resultaat is van ziekenhuisstress, dan zal ik dat vast ook bij de huisarts hebben. Ik zeg haar dat mijn vader arts is, gepensioneerd weliswaar, maar dat hij mijn bloeddruk kan meten. Daar gaat ze mee akkoord en we maken een belafspraak voor de week erna.

Mijn vader hoort het verhaal aan. “Jammer” zegt hij “ik heb geen bloeddrukmeter meer.” Wel belt hij een oud-collega en de volgende dag heeft hij er een in huis. Bloeddruk nog niet helemaal okay, maar wel een stuk lager. Tegelijkertijd had mijn vader (dank papa!) internet afgestruind en een thuisbloeddrukmeter besteld. “Wel een goede” zegt hij “we gaan niet prutsen!”. Vanaf dan meet ik thuis mijn bloeddruk en die is rond de 145/92. Nog iets aan de hoge kant, maar wel in de buurt van de gewenste waarden. Ik krijg weer hoop dat het recept over niet al te lange tijd op mijn deurmat landt.

Keurig op de afgesproken tijd belt de endo me op. “Spreek ik met meneer Van den Broek?” Ik ben heel blij dat ze me nu in ieder geval meneer noemt, logisch, maar toch, ik heb daar nog niet met haar over gesproken. Ze twijfelt. “Dat wil ik toch nog wel even bespreken of je nu wel of niet kunt beginnen, het is een twijfelgeval”. “Is goed zeg ik, dan hoor ik het straks wel!” Maar dat kan niet, ze kan haar collega waarschijnlijk niet meer spreken op vrijdagmiddag en volgende week gaat ze bijna een week weg. Dat wordt dan volgende week vrijdag. Ze zegt nog wel dat ze snapt dat dat heel vervelend voor me is… Mijn teleurstelling druipt dan ook door de telefoon. Ik kan wel janken. Juist nu moet ze een week weg? Juist nu kan ze haar collega niet meer spreken? Juist nu???? Ik maan mezelf rustig te blijven, maar eerlijk gezegd heb ik zin de boel kort en klein te slaan. Grrrrrrrrrrrrrr. Zo dichtbij…

Maar dan ineens toch nog een telefoontje van haar, ze heeft haar best gedaan en het is gelukt de collega te spreken. Ik mag beginnen! Wel onder de voorwaarde dat ik mijn bloeddruk thuis iedere dag  in de gaten hou en mocht die hoger worden, dan meteen naar de huisarts voor een bloeddrukverlagend middel.

Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa,
het is gelukt! Ik spring, ik duikel, slaak een oerkreet. Het recept is op de bus, met een beetje geluk heb ik dan het recept de volgende dag, een zaterdag, in de bus, maar….

zaterdag… geen recept
maandag… geen recept
dinsdag… geen recept
woensdag… geen recept
donderdag… geen recept

Die donderdag moet ik weer naar het VU om foto’s te laten maken van mijn botten. Ze meten dan je botdichtheid, dat schijnt ook belangrijk te zijn om te volgen. “Weet je wat” denk ik “ik loop meteen langs de Genderpoli om het recept dan maar persoonlijk op te halen.”

Ik loop naar de Genderpoli. Het is opvallend rustig. Ik zoek naar de vrolijke man, maar niemand te bekennen. Dan zie ik het bordje…. “Vandaag is de Genderpoli wegens omstandigheden gesloten.” Van pure ellende begin ik keihard te lachen. Het is gewoon NIET te filmen.

wegens-omstandighedenSorry lezers, dit wordt een te lang vervolgverhaal. Nog steeds géén recept.

 

 

… wordt vervolgd

Het recept (2)

…vervolg op recept (1)

De endocrinoloog loopt met me mee naar de balie en vraagt of iemand mij even naar een speciaal zaaltje kan brengen waar ze mijn bloeddruk gedurende langere tijd in de gaten kunnen houden. De vrolijke man knikt begrijpend en loopt naar een andere collega om te vragen of ze even met me mee naar boven kan lopen. “De luxe wellness afdeling is nl. ontzettend moeilijk te vinden” zegt hij gniffelend “je zult niet weten wat je ziet, dat kennen we hier niet op de Genderpoli! Daar kun je heerlijk relaxen, dat kan ik je verzekeren.” Dat klinkt in ieder geval goed én hoopvol.

En inderdaad, die afdeling had ik onmogelijk snel kunnen vinden. Na twee verschillende liften en een wirwar van deuren en gangen levert de uiterst vriendelijke collega me af bij een nieuwe balie. Ze probeert me op mijn gemak te stellen en vertelt dat dit echt veel vaker voorkomt. “Het is ook allemaal zo spannend” zegt ze terwijl ze me bemoedigend toeknikt. Ik glimlach dankbaar naar haar. Het komt vast goed. Ik ben toch helemaal niet zo’n zenuwpees?

Ik heb geluk, er is meteen plek en ik mag plaats nemen op een witte leren fauteuil. Met een afstandsbediening kan ik helemaal zelf bepalen hoe ik ga liggen of zitten. Wat voor mij het lekkerst voelt. Na wat pielen met de knopjes lig ik heerlijk. Benen horizontaal. Rug half omhoog. Hoofd op een stevig maar comfortabel kussen. Het kan beginnen. Ik stroop mijn mouw op en de verpleegster doet de band om mijn bovenarm. Naast me staat op een standaard het apparaat waarop mijn bloeddruk afgelezen kan worden. Gedurende een uur zal er automatisch iedere tien minuten een meting gedaan worden. Ik sluit mijn ogen en mompel in mezelf “Relax Rick relax”,

De meting start en ineens herinner ik me dat ik nu te laat op mijn werk zal komen. Dit kost me minstens een uur extra en daarna moet ik me weer melden bij de endocrinoloog. Ik voel mijn hart kloppen in mijn keel van de zenuwen. “Shit” denk ik “je merkt het vast aan de meting dat ik aan het telefoneren ben en me niet rustig houd, maar het moet even”. Wat ben ik toch een sukkel om daar niet eerder aan te denken. Mijn leidinggevende reageert begrijpend en zegt dat ik rustig aan moet doen en ze me wel ziet verschijnen. Rustig aan ja, rustig aan nu. Ik sluit mijn ogen weer en adem diep in. Nu komt het goed. Nog vijftig minuten te gaan.

Ik lig met drie vrouwen op een prachtig nieuw en licht zaaltje, een soort huiskamer. Ze liggen allemaal aan allerlei apparaten, geen idee waar ze voor dienen, vast voor dialyse of zo. De eerste meting is al hopeloos mislukt, dat zag ik al, lang niet in de buurt bij de gewenste 140/90 (bovendruk/onderdruk), maar okay, nog vijf metingen te gaan.

Maar dan het noodlot, het gekakel breekt los. De vrouwen op het zaaltje beginnen over en weer te beppen over hun kwalen, over de kwalen van hun broers, zussen, buurmannen, collega’s en weet ik wie nog meer. Ze vinden het heel gezellig en nemen en passant ook nog even allerlei roddels door, want de Privé’s, Story’s en Margrieten zijn ruimschoots voorhanden. Ondertussen lig ik me te verbijten. Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het dit wel. Als ik me ergens niet thuis voel, dan is het wel in dit soort gezelschap.

Ik merk het, ik maak me druk en dat moet ik natuurlijk niet doen. Ik laat me toch niet op de kast jagen door een paar roddelende tantes?  Ik maan mezelf tot rust, zeg mezelf me er niet druk om te maken, me er niets van aan te trekken,  zij hebben ook recht op hun roddels, maar het is al te laat. Ik zie de bloeddrukwaarden wel iets dalen, maar het is niet genoeg. Ondertussen begrijp ik dat de tijd verstrijkt en mijn kansen om vandaag met mijn recept de deur uit te gaan met de minuut kleiner worden. Gelaten laat ik het over me heen komen. Het mag blijkbaar niet zo zijn.bloeddruk

Als het uur om is schrijft de verpleegster de metingen op een geel papiertje. Het is duidelijk. De cijfers liegen niet. Ik zal nog meer geduld moeten hebben, want het was helder wat de endocrinoloog zei “Bij een te hoge bloeddruk géén testosteron”. Met lood in mijn schoenen en een enorme omweg meld ik me weer bij de balie van de Genderpoli. Benieuwd wat het plan van de endocrinoloog nu zal zijn.

…wordt vervolgd

Het recept (1)

19 september 2014. En dan gaat het dus eindelijk beginnen. Klaar met het psychologische traject (diagnostische fase) en door naar the real-life experience, inclusief hormoonbehandeling.
’s Ochtends vroeg meld ik me nuchter bij de Genderpoli in Amsterdam. Nuchter in de zin van zonder iets gegeten of gedronken te hebben, maar niet nuchter in de zin van koel en bedaard. Jezus, wat spannend, zal ik aan het eind van de ochtend met mijn felbegeerde Androgel-recept de deur uit lopen?

“Zal ik je geslacht dan meteen maar veranderen in ons bestand?” vraagt de vrolijke man achter de balie. Hij kent me nog van het voorgaande traject en weet dat er nu een andere fase aangebroken is. Ik heb de diagnose ‘man’ inmiddels op zak. Van binnen zit het goed, nu van buiten nog.

“Ja, graag” zeg ik hem met een glimlach van oor tot oor. Mijn hart maakt een sprongetje. Dit is alvast een lekkere binnenkomer. Hij gaat druk aan de gang met zijn computer en print allerlei formulieren uit voor de eerste stap, het aftappen van acht buisjes bloed aan het andere eind van de gang. Hij wijst me de weg “Kijk, daar door die deur en aan het eind links en na het bloedprikken kom je hier weer terug”. Met vlotte en kordate pas loop ik met de formulieren en acht stickers met mijn naam door de lange gang naar de volgende balie. Af en toe kijk ik even op de etiketten, het staat er echt: Dhr. R. van den Broek. De heer!!!

Als een stoere vent laat ik het bloed afnemen. Ik maak een flinke vuist en kijk er naar. Kom maar op. Dat wil ik zien, al die buisjes vol. Snel vullen ze zich met donkerrood bloed. Eigenlijk wel mooi om te zien én een veilig gevoel. Ik zal van top tot teen onderzocht worden. Het traject wat me nu te wachten staat is dan ook niet niets. Hormonen gaan mijn lichaam langzaamaan vermannelijken. De transitie van vrouw naar man (FTM, female-to-male).

Als ik klaar ben loop ik weer terug naar de balie van de vrolijke man. “Eerst koffie” zegt hij “daar zal je nu wel aan toe zijn!” En dat klopt. “Neem nog maar even plaats, de endocrinoloog roept je zo”.  En inderdaad, na vijf minuten mag ik doorlopen naar haar spreekkamer.

“Goedemorgen mévrouw Van den Broek, welkom!” zegt de endocrinoloog terwijl ze haar hand naar me uitsteekt. Ik geef haar een ferme handdruk. Ik kan geen woord uitbrengen. Mompel goedemorgen. Waarom zegt ze dat? MEVROUW Van den Broek en dan nog wel met de klemtoon op MEVROUW??? Ze weet toch waar ik voor kom? Ze weet toch dat ik me man voel? Dat ik een man bén? Ze weet toch welke lange weg ik al achter de rug heb? Zij gaat mij nu toch verder helpen? Ik ben aardig in de war door haar groet en teleurgesteld dat ze niet door mijn tieten heen kan kijken. Dat juist zij, een professional die op de Genderpoli werkt en transgenders begeleidt hier niet aan denkt. Ik ben sprakeloos. Zeg niets. Kan gewoonweg niets uitbrengen.

We beginnen het gesprek. Hoe ik me voel? Hoe het gaat? Ik vertel haar dat ik een zware tijd achter de rug heb en eigenlijk een beetje uitgeput ben. Dat mijn moeder net oveleden is en dat ik haar niet meer heb kunnen vertellen dat ik groen licht heb gekregen. Dat ik daarnaast een zware fulltime baan heb met veel reistijd en dat ik mijn kinderen te weinig heb kunnen zien. Ik vraag haar of alle stress van de afgelopen maanden invloed kan hebben op de uitslagen van de bloedproeven. Ze denkt van niet.

Ze neemt mijn bloeddruk op. Ze schrikt. “Die is echt veel te hoog, zo kunt u niet aan de hormoonbehandeling beginnen, maar dat komt misschien alleen maar door het feit dat u zich in een ziekenhuis bevindt, veel mensen zijn dan sowieso wat nerveus.” Ze probeert me gerust te stellen omdat ik niet eerder last heb gehad van een hoge bloeddruk, maar ik moet ook eerlijk bekennen dat het misschien wel meer dan tien jaar geleden is geweest wanneer daar voor het laatst naar gekeken is. Daarom eerst maar de andere onderzoeken.

Ze luistert naar mijn longen en hart, ze klopt en drukt op mijn buik. Ze meet en weegt me. Meet de kracht in mijn handen op. Ik voel me zeer ongemakkelijk en door de grond zakken als ik mijn bovenlijf moet ontbloten en ze mijn gehate borsten opmeet. Meetlint onder mijn borsten, meetlint over mijn tepels, meetlint aan alle kanten. Ik voel dat ik knalrood word en hoop dat het zo snel mogelijk achter de rug is. Ik pers mijn kaken op elkaar en voel mijn hart in mijn borstkas bonken. Ik sluit mijn ogen. Wil het niet zien. Kan het niet aanzien. Dit had ik niet verwacht en hier had ik me niet op voorbereid. Maar het moet.

Als ik me weer aangekleed heb, ga ik weer zitten en neemt ze nogmaals mijn bloeddruk op. Ze kijkt bedenkelijk “Véél te hoog, zo kan ik u het recept niet geven, want testosteron kan de bloeddruk nog meer verhogen, maar we kunnen nog één ding proberen. We leggen u een uur aan een bloeddrukmeter in een rustige kamer, wellicht herstelt uw bloeddruk zich dan.”

… wordt vervolgd