Maandelijks archief: augustus 2014

Op naar groen licht?

29 augustus 2013

Op deze dag neem ik een enorm belangrijke beslissing. Ik besluit te stoppen met vechten. Niet dat dat meteen lukt en alles gladjes verloopt, maar er verandert sindsdien veel. Tussen besluiten en uitvoeren zit namelijk nog wel een hele stap, maar langzaamaan lukt het steeds beter en de eerste stap is vaak de belangrijkste. Ik word steeds meer mezelf, geef steeds meer openheid en voel steeds meer vrede in mezelf. Ik ervaar een wereld van verschil tussen toen en nu en steeds vaker ervaar ik authentieke geluksmomenten en voel ik me héél gelukkig, ondanks de hobbels en forse tegenslagen die op mijn pad komen. 

29 augustus 2014

Ik heb het laatste gesprek met mijn psycholoog in de diagnostische fase. In tegenstelling tot de maandag daarvoor, waarop het gesprek plaats had moeten vinden en ik slecht in mijn vel zat en erg nerveus was, ben ik vandaag rustig en vol zelfvertrouwen. Ik voel slechts een heel klein beetje gezonde spanning, maar die verdwijnt al snel als sneeuw voor de zon. Ik eindig de diagnostische fase zoals ik die begonnen ben. Ik ben de rust zelve.

Mijn verhaal is goed overgekomen. Met mijn rapport zijn de laatste puzzelstukjes aangereikt en is de puzzel compleet. Het wordt een mooi en indringend gesprek. Ontspannen en hoopvol. Mijn psycholoog gaat me voordragen aan het team. Het team dat gaat beslissen of ik nu ook eindelijk man ‘van buiten’ mag gaan zijn.

Ze heeft er een goed gevoel bij: “Dat kan ik je wel vertellen met alle ervaring die ik opgedaan heb de laatste tien jaar als psycholoog op de Genderpoli”. Het Genderteam neemt uiteindelijk de beslissing, maar je wordt alleen voorgedragen als je eigen psycholoog ervan overtuigd is dat je groen licht moet krijgen. 

Wat een heerlijk gevoel toen ik de spreekkamer uit liep. Weer een fase afgerond!  Klaar met moeilijke psychologische tests, gesprekken en onderzoeken. Ik vond het zwaar en uitputtend, vaak oneerlijk en ik voelde me overgeleverd aan het systeem en de protocollen, maar heb het doorstaan. Op naar groen licht!

5 september a.s. het verlossende woord.  

Advertenties

Sorry, foutje!

Maandag 25 augustus. Twee Amsterdamse ziekenhuizen. Hemelsbreed nog geen 3 km van elkaar. Bijna tegelijkertijd twee gesprekken. Over leven en dood.

NKI-AVL – Verpleegafdeling 

Begin dit jaar kreeg mijn moeder allerlei gezondheidsklachten. Pijn in haar knie, in haar heup, haar nieren en vermoeidheid. Na weken van onderzoek kregen we het slechtste nieuws dat we konden krijgen; uitzaaiingen op verschillende plekken, genezing onmogelijk, nog slechts behandeling gericht op pijnbestrijding.

Ik heb hier niet eerder over geschreven omdat ik dit nog privé wilde houden, maar de schok was enorm. Wie had gedacht dat er iets was dat mijn moeder had kunnen stoppen? Nog zo jong van geest en zo ontzettend energiek? De spil van onze familie? We dachten altijd dat ze kwiek bijna honderd zou worden, net als mijn oma, maar niets is minder waar helaas.

Samen met ZusDrie heeft mijn moeder een gesprek met de transferverpleegkundige. Ik had daar graag bij willen zijn, maar heb een belangrijke afspraak in het VUmc. Die laat ik voor gaan. Voor niets blijkt uiteindelijk.

De gezondheidssituatie van mijn moeder is in korte tijd enorm verslechterd en zo langzamerhand wordt duidelijk dat we haar niet langer thuis kunnen verzorgen. De morfinepomp die ze vanaf vrijdag draagt geeft verlichting, maar de pijn is maar moeilijk onder controle te krijgen. Ze is flink en ontredderd tegelijk. Ze wil niet dood.

Er is geen ontkomen meer aan de harde werkelijkheid en we moeten beslissingen nemen over haar laatste levensfase. Gelukkig kunnen mijn zussen en ik dit samen doen met mijn moeder en gaat dat heel soepeltjes. Haar hele leven heeft zij voor ons gezorgd en nu zijn we er voor haar. Als één blok.

VUmc – Genderpoli 

Maar ondertussen gaat mijn proces door. Ik praat daar nu niet over met mijn zussen. Ze hebben nu andere zorgen aan hun hoofd en gelukkig heb ik geweldige vrienden waar ik mee kan praten of schrijven.

Ik heb mijn laatste gesprek van de diagnostische fase (de fase waarin gediagnosticeerd wordt of ik wel/niet genderdysfoor ben) en in aanloop van dit gesprek heb ik vorige week de meest open en kwetsbare mail ooit gestuurd naar mijn psycholoog. Over zaken uit mijn jeugd, over onderdrukte en verstopte woede en over verloren herinneringen. Ik vond dat erg moeilijk en maak me ongerust.

Na dit gesprek zal ik nl. besproken worden in het Genderteam en zal er een beslissing genomen worden over mijn toekomst. Er zijn drie opties:
1. Groen licht, d.w.z. je mag door naar de volgende fase, de zgn. RLE-fase (the real-life experience in combinatie met hormoonbehandelingen)
2. Oranje licht d.w.z. ja je bent genderdysfoor/transseksueel, maar je moet eerst nog wat andere problemen oplossen, of
3. Rood licht d.w.z. nee, je bent niet genderdysfoor, je hebt een ander probleem. Hier stopt deze weg.

Ik heb het gevoel dat mijn leven afhangt van de beslissing die genomen zal worden. Overdreven, ik weet het, maar zo voelt het. Alleen groen licht telt voor mij. De andere kleuren, die passen gewoonweg niet en ik ben bang. Bang dat ik niet goed begrepen ben. Bang dat er menselijke fouten gemaakt zullen worden. Bang dat er iets onverwachts gebeurt. Heb net de ervaring gehad met die baan, die ik al leek te hebben, daar kon toch eigenlijk ook niet meer mis gaan?

Als ik rustig ben, dan denk ik dat het heus wel mee zal vallen, dat ik een goede indruk gemaakt heb bij mijn psycholoog, maar de angst blijft. Pas als ik groen licht heb geloof ik het.

We beginnen het gesprek. Ik snap het niet. Krijg een raar gevoel. Waarom gaat ze op de oude voet verder? Waarom stelt ze van die rare vragen? Waarom begint ze niet over mijn rapport? Ik vraag haar of ze mijn mail wel gelezen heeft. Ik had om een ontvangstbevestiging gevraagd en die gekregen, dus wat is er aan de hand? “Mail, welke mail?” vraagt ze verbaasd “Er staat inderdaad wel in mijn aantekeningen dat je een mail zou sturen!”

Het blijkt dat de receptionist, waar de mail binnenkomt, want het is niet mogelijk rechtstreeks te mailen naar je eigen psycholoog, mij wel mailde dat hij het doorgestuurd had, maar slechts het rapport geprint had. Het pakketje lag nog doodleuk in een bakje op zijn bureau. Sorry, foutje!

Het lijkt wel of de grond onder mijn voeten wegzakt. Ik was zo onrustig voor dit gesprek en nu dit. Ik ben enorm teleurgesteld en reageer emotioneel. Ik geef aan dat ik geen gesprek wil voordat ze deze informatie goed gelezen heeft, want het is essentieel. Het zal veel duidelijk maken. Het zal antwoorden geven op vragen die ze nog had, antwoorden die belangrijk zijn om een goed verhaal te hebben voor het Genderteam.

Mijn psycholoog ziet dat dit me enorm raakt. Ik zeg haar nog niet dat ik nog eens extra teleurgesteld ben omdat ik bij mijn moeder had willen zijn, maar dat leg ik vrijdag wel uit. Gelukkig heeft ze kunnen schuiven in haar agenda en kan ik morgen, vrijdag, opnieuw op gesprek. Een geluk bij een ongeluk, ik hoef niet nog eens maand extra te wachten en in spanning te zitten.

Morgen zal ik er zijn. ZIJN. En dan moet alles gewoon goed komen. Punt. (zeg ik stoer)

Een bijzonder cadeau

ARENDSOOG“Ik heb nog een cadeautje voor je” zegt mijn vriend Marcel. “Een cadeautje??? Hoezo?” vraag ik verbaasd. Nieuwsgierig pak ik het uit. “Ooooh…” stamel ik verbaasd “Arendsoog!!!”
Ik omhels hem. “Wat lief van je” fluister ik. Hij weet wat dit voor me betekent. Ik slik een brok weg. Mijn eerste echte jongensboek! MIJN EERSTE ECHTE JONGENSBOEK. HET MAG!

Als jong kind vond ik het altijd heerlijk om te lezen. Heerlijk om me terug te trekken op mijn kamertje en me helemaal te verliezen in een boek. Ik kan me nog herinneren dat ik me ontzettend verveelde op een druilerige zondag. Mijn moeder stelde voor iets te lezen. Ze had nog boeken op zolder die zij had gelezen als tienermeisje. Ze waren vergeeld, zaten onder het stof en stonken een beetje.

“Nee, deze zijn niets voor jou” zei ze, al bladerend door de stapel boeken “daar ben je nog veel te jong voor en ze zijn best moeilijk”. Dat had ze natuurlijk niet moeten zeggen! Ik heb alle boeken dan ook in no-time verslonden. Met rode oortjes, want de avonturen vond ik wel héél spannend. Kostschoolmeisjes die brutaal deden tegen hun leraressen en ‘s nachts stiekem feestjes organiseerden op de slaapzaal. Vaak kon ik niet stoppen met lezen en dan las ik stiekem tot laat door met een zaklamp onder de dekens, wat het nog eens extra spannend maakte. Ik droomde ervan te zijn als de hoofdrolspeelster, slim, eigengereid, wars van onrecht en met een hart van goud. Zij was stoer, zeurde niet en vond vriendschap het allerbelangrijkste.

Op een gegeven moment had ik het echter wel gezien met die kostschoolmeisjes en de volgende boeken die mijn moeder aandroeg vond ik minder interessant. De onderwerpen gingen me stierlijk vervelen. Altijd over meisjes, over de haat en nijd onderling en steeds meer over kleding en over hoe ze zich moesten gedragen. Ik vond die meidenwereld niet interessant en vaak stompzinnig. De mannen die in de boeken genoemd werden, daar werd niet over geschreven. Wat deden die dan? Dáár was ik heel nieuwsgierig naar.

Toen ik acht was, verhuisden we van de Veluwe, waar niets was, naar een klein dorp in Noord-Holland. Daar kwam een bibliotheekbus. Wat was dat heerlijk, de keuze uit zoveel boeken. Tenminste zo leek het voor mij. De boeken stonden netjes gerubriceerd. Op leeftijd. Op thema. Op moeilijkheidsgraad, enz. Aan het einde van de bus was de afdeling jeugd. Links de meisjesboeken en rechts de jongensboeken.

Mijn vriendinnen stortten zich op de meisjesafdeling en ik werd getrokken naar de andere kant. Mijn hart ging werkelijk sneller kloppen. Ik moet ogen als schoteltjes hebben gehad. Het ging over indianen, over cowboys, over sterren, over reizen, over ontdekken, over allemaal spannende dingen. Ik pakte een paar boeken en las de covers, ik wist gewoon niet welke te kiezen. Wat een prachtige boeken allemaal!

Toen hoorde ik een keiharde pinnige stem achter me “DAT ZIJN DE JONGENSBOEKEN HOOR, JIJ MOET AAN DE ANDERE KANT ZIJN”. Ik kromp ineen, zei nog zachtjes “Maar deze boeken lijken me wel heel mooi…”. “NEE” bulderde het bibliotheekmens met ferme stem “DAAR MOET JIJ VAN AFBLIJVEN, DE MEISJESBOEKEN STAAN DAAR!”

Ik voelde me gesnapt en verschrikkelijk schuldig. Naar mijn idee fonkelden haar ogen met vuur, kon ze me op ieder moment aanvallen en was ik heel stout geweest. Snel griste ik zonder te kijken twee meisjesboeken van de plank. “Deze dan mevrouw” stamelde ik met een hevig blozend hoofd. Ik voelde me warm en misselijk. Ik had het gevoel dat ik zou vallen.

Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest rennen. De hele weg rende ik. Ik vocht tegen mijn tranen en vond het niet eerlijk. Ik voelde me verkracht. Dat wist ik toen natuurlijk niet, maar al schrijvende krijg ik dat gevoel weer en nu zou ik dat zo omschrijven.

Daarna heb ik uren op mijn kamer gezeten. Ik wilde de boeken die ik mee had genomen kapot scheuren. Deze wilde ik helemaal niet. Ik haatte ze! Maar kapot scheuren, dat mocht niet natuurlijk en ik vond ook dat ik dat niet mocht doen, dus wat ik deed was met mijn hoofdkussen keihard op die boeken slaan. De manier waarop ik ook later zo vaak mijn woede heb geuit, zonder te snappen waarom.

Ik was razend en verdrietig. Ik vond het zo stom, zo onterecht, zo gemeen, maar ik durfde er met niemand over te praten, want ik dacht dat ik iets heel ergs had gedaan en ik wilde niemand teleurstellen. Even was ik zo ontzettend gelukkig geweest toen ik op de jongensboekenafdeling aan het kijken was, maar die mevrouw was zo boos en streng, dat het wel heel slecht moest zijn. Dat IK wel heel slecht moest zijn.

Gelukkig kwam er snel een andere mevrouw in de bus, dat scheelde, maar ik durfde zelfs niet meer naar rechts te kijken. Kan er nu nog verdrietig over worden dat die jongensboeken me ontnomen zijn. Het gebaar van Marcel maakt het gelukkig weer een beetje goed. Ik ben als een klein jongetje zo blij met dit boek. Wat een bijzonder cadeau.