Maandelijks archief: oktober 2013

Mijn fantoom pik achterna

Lang getwijfeld of ik hier over zou schrijven of niet, want het is toch wel een heel intiem onderwerp, maar ik denk wel dat het belangrijk is voor de beeldvorming om dit te publiceren. Daarom ga ik het toch met jullie delen; ik heb een piemel, alleen als ik in de spiegel kijk dan zie ik wat anders.

Euforisch was ik een aantal weken geleden toen ik voor het eerst hoorde en las over het fenomeen fantoom penis. Ik kon wel springen van geluk. Wat ik ook gedaan heb trouwens, als een idioot sprong ik in de rondte en wat was ik blij! YES! (H)Erkenning!!! Ik ben blijkbaar niet de enige en er is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Ik ben niet gek. Ik verzin het niet. Het is niet de wens der gedachte. Ik héb een (fantoom)penis.

Ik durfde namelijk nooit tegen iemand te zeggen dat, hoewel ik een vrouwenlichaam heb, ik ook voel dat ik een piemel heb. Net als dat ik voel dat mijn borsten niet van mij zijn. Er eigenlijk niet horen, maar dat is een ander verhaal. Over die piemel, mijn piemel, wil ik het hebben, die voel ik echt en die reageert ook op bepaalde prikkels, net als bij iedere andere man. Een penis, die heb ik gewoon, tenminste dat geven mijn hersens mij door.

De verklaring is dat toen ik nog een embryo was, er iets in de bedrading in mijn hersenen omgewisseld is. Daarom ben ik in mijn hersens een man en is mijn omhulsel vrouwelijk. Ik heb alleen nog maar wetenschappelijke onderzoeken gevonden in het Engels en voor zover ik kan nagaan zijn er geen publicaties in het Nederlands, maar door die verwisselde draadjes zie je bijvoorbeeld het volgende: Bij heteromannen die hun penis verliezen (door een ongeluk, kanker etc.) heeft 60% naderhand last van fantoompijnen. Bij transvrouwen, die vrijwillig hun penis laten amputeren heeft maar 30% last van deze pijnen. Dat is een opmerkelijk groot verschil. Bij transmannen die hun borsten laten verwijderen gebeurt hetzelfde. Andersom komt het bij transmannen veelvuldig voor dat zij een fantoom penis voelen. Ik voel dat ook. Wat overigens niet onplezierig is.

We hypothesise that, perhaps due to a dissociation during embryological development, the brains of transsexuals are ‘‘hard-wired’’ in manner, which is opposite to that of their biological sex. We go on to predict that male-to-female transsexuals will be much less likely to experience a phantom penis than a ‘‘normal’’ man who has had his penis amputated for another reason. The same will be true of female-to-male transsexuals who have had breast removal surgery. We also predict that some female-to-male transsexuals will have a phantom penis even although there is not one physically there. We believe that this is an easily testable hypothesis, which, if correct, would offer insights into both the basis of transsexuality and provide farther evidence that we have a gender specific body image, with a strong innate component that is ‘‘hard-wired’’ into our brains,

In 2007 is deze hypothese gepubliceerd door de vooraanstaande neuropsycholoog Vilayanur Ramachandran. Later is hier onderzoek naar gedaan en dit heeft veel nieuwe inzichten gegeven. Voor mij in ieder geval fijn te weten dat het niet ingebeeld is of zo.

Goed, ik ga door, mijn fantoom pik achterna 😉

Advertenties

Verpletterend geheim

De time-out. Even weg van huis. Het was goed. Om te ervaren. Een week lang alleen met mezelf en mezelf. Zijn. Het echte geluk gevoeld. Doorleefd. Intens. Ik was daar. Helemaal bij mezelf. Niet meer alleen. En nu ik er eenmaal ben geweest, weet ik waar ik hoor. Eindelijk thuis. Bij mezelf.

Nu terug. Ruim een week alweer. Thuis bij man en kinderen. Relatieve rust. We nemen een tweede time-out. Anders maar toch. Even de focus op andere zaken. Die ook belangrijk zijn. Nog geen definitieve knopen doorhakken. Nu niet, want wat we ook zullen beslissen, de consequenties zullen bijzonder pijnlijk zijn. Hoe dan ook.

Concentratie op werk, want ik heb momenteel nauwelijks inkomen. Wat freelance opdrachtjes hier en daar. Te weinig om financieel onafhankelijk te zijn.  En dat is wel nodig. Zeker nu. We maken afspraken, mijn man en ik. Even rust in de tent. Eerst werk, dan de rest.

Maar het geheim, mijn geheim, het weegt. Te zwaar. Hier in huis. Dat had ik niet verwacht. Deze nieuwe hobbel. Ik probeer het echt, maar merk, het verstikt me. Ik stik bijna. Ik kan niet meer. Het voelt loodzwaar. Verpletterend. Op mijn schouders, op mijn nek, boven mijn ogen. Ik word in elkaar gedrukt. Ik buig en buig en vraag me af, wanneer zal ik breken?

Mijn lontje iedere dag korter. Onredelijk doe ik tegen mijn man en onze kinderen. Het geheim maakt me lelijk en moe. Héél moe. Ik slaap veel. Niet om uit te rusten, maar om de werkelijkheid te ontvluchten. Om rust te vinden. Daar in mijn dromen.

snelkookpanHet borrelt en borrelt in me. Met ongelooflijke kracht. Onbedwingbaar. Onontkoombaar. Het moét eruit. Het voelt als een snelkookpan. Het duurt een tijdje, maar op een gegeven moment spuit de stoom uit het tuutje. Hoor je het sissen. Scherp. Onophoudelijk. Met een enorme kracht. Natuurkracht, niet door mensen te bedwingen.

De druk binnenin mij wordt steeds groter. Het vuurtje onder de snelkookpan staat misschien iets lager nu, maar koken gaat het zeker. Er is geen ontkomen aan. Het moet eruit. Mijn geheim.  Het vermorzelt me zo langzamerhand.

Er komt een dag dat ik zal breken. Als ik zo door ga. Dat wil ik niet. De man moet eruit. Helemaal. Ook hier thuis. Juist hier thuis. Ben liever een verstoten man, dan de geaccepteerde vrouw.

Bobbels

Mijn dochter is een echt buitenspeelkind. Televisie kijken of lezen, dat vindt ze maar saai want stilzitten is niets voor haar. Ineens is er toch een boek dat haar boeit, Lena Lijstje van Francine Oomen. “Het is zo grappig mam! Ik ben al bij bladzijde 83, maar deze twee pagina’s moet je echt even lezen.”

Ik lees de twee bladzijden die ze aanwijst. Het gaat over bobbels. Lena is elf en ineens heeft ze twee kleine bobbeltjes. Help! Ze krijgt borsten. Heel komisch wordt beschreven hoe ze dat ontdekt en wat ze zou kunnen doen om die bobbels te verbergen. Daar maakt Lena een lijstje van (alleen nog dikke truien dragen, verband om doen, push-down bh, jas aanhouden), want Lena maakt overal lijstjes van. Op de volgende bladzijde lees ik:

Dit is mooi balen. Ik heb toch nooit om borsten gevraagd, of zo. Eigenlijk is het gemeen. Je mag als je geboren wordt niet kiezen of je een jongen of een meisje wilt zijn. Ik heb wel eens een televisieprogramma gezien over een man die zich liet ombouwen. Dat was heel goed gelukt, als je het niet wist zou je het niet zien. Alleen als hij praatte, dan hoorde je het. Zou het omgekeerd ook kunnen? Dan moeten ze een piemel aan je vastnaaien. Maar wie zijn piemel dan? Dat vind ik een vies idee. Mij niet gezien.

Ik vraag aan mijn dochter waarom ze me vroeg juist deze twee pagina’s te lezen. “Nou ik vond het zo grappig!” zegt ze. “Wat dan?”, vraag ik. “Nou dat tekeningetje!”

Oomen“Ja”, zeg ik “maar voor sommige mensen is dit echt serieus hoor!”. “Ja, weet ik” gniffelt ze “maar ik vind het vooral grappig, dit boek is echt zó leuk!” Ze staat op en rent weg, buiten hoort ze iets dat om haar aandacht vraagt.

Mij laat ze beduusd achter. Hoe komt het dat ze uit het hele boek nou juist dit stukje zo leuk vindt? Omdat het om een aangenaaide piemel gaat? Is het toeval? Of zou ze toch iets aanvoelen? Zou ze er enig idee van hebben dat haar moeder transseksueel is?

Ik moet er eigenlijk wel verschrikkelijk om lachen, want ik moet toegeven, het lijstje van Lena en de tekening zijn bijzonder geestig.

Coming-out day

Mijn moeder en mijn man hebben het over voorzetsels. De Nederlandse voorzetsels blijven lastig voor mijn man, die niet in Nederland geboren is. Geduldig legt mijn moeder nogmaals het verschil uit. Op de fiets. In de auto. In bed, maar soms ook erop. In de kast. Op de kast.

“En uit de kast, dat kan ook nog” zegt ze lachend “weet je wat dat betekent?”

“Jahaaa” grapt mijn man “maar soms is het beter om in de kast te blijven en de sleutel drie keer om te draaien”.

Ze moeten er allebei smakelijk om lachen.

Ik krimp ineen en voel een hele nare snijdende pijn. Ik moet blijkbaar in het donker blijven. Mijn moeder heeft geen enkel idee van de diepere betekenis. Mijn man vindt dit kennelijk grappig, al zegt hij het vast omdat hij zelf ook niet weet wat hij met zijn eigen verdriet aan moet. Hij is er heilig van overtuigd dat het beter is dat de deur potdicht blijft.

Mij doet het verdriet. Ik wil niet langer met mijn geheim leven. Ik wil uit de kast. Laten zien wie ik ben, vooral aan mijn kinderen en aan de mensen van wie ik hou. Ik ben trots op wie ik ben en ook al zou de deur met een sleutel dicht zitten, ik ram hem wel open, ik sla die kast gewoon aan flinters. Open gaat die deur. Dat is één ding dat zeker is.

De vraag is alleen nog wanneer.

Uit-de-kast-komenPS. vandaag is het Coming-Out Day. Toen ik dat las moest ik denken aan bovenstaande anekdote, twee dagen geleden echt gebeurd. 

Balans

Ik maak de balans op. Vijf dagen geleden ben ik uit huis vertrokken. Tijdelijk weg bij mijn man, mijn zoon en mijn dochter. Vier nachten in een vreemd huis, in een vreemd bed, in een huis dat geen thuis is.

Bij het afscheid van mijn gezin doe ik stoer en vrolijk, we hebben verteld dat ik een tijdje ga logeren in het huis van K., die op vakantie is. Het is belangrijk dat ik zo snel mogelijk een nieuwe baan of meer werk vind en thuis kan ik me niet goed concentreren. Geen leugen, maar niet de hele waarheid. De kinderen hebben er nog geen idee van dat ik in transitie wil, dat ik niet langer meer wil leven met mijn vrouwenlijf. Ik vertrek omdat mijn man en ik een time-out nodig hebben, anders gaan we er aan onderdoor.

De kinderen snappen het. Mijn zoon zegt dat het een goed idee is, “Je hebt ruimte nodig mama!” Ik ben verbaasd over zijn wijze opmerking. Hij voelt het haarfijn aan. Mijn dochter moet een beetje huilen, “Ik zal je missen mam!”

Aan het einde van de straat, als ik uit het zicht van de kinderen ben, stromen de tranen over mijn wangen. Ik voel me opgelucht en kloten tegelijk. Dit moet. Dit kan niet anders, maar het idee de aankomende week wakker te worden zonder mijn kinderen voelt als een open wond waar citroen in gedruppeld wordt.

Na mijn vertrek heb ik meteen een afspraak bij een cliënt, een fijne afleiding. Verstand op nul en gaan met die banaan. Dat lukt me goed. Als ik drie uur later het logeerhuis binnenkom is de confrontatie daar. Een donker en vreemd ruikend huis, onvindbare lichtknoppen, maar vooral een kille sfeer. Ik loop wat doelloos rond. Probeer mijn draai te vinden, maar vind die niet. Vraag me af hoe ik het hier uit kan houden. Huilend val ik in het vreemde bed in slaap. Mijn eigen kussen, dat ik meegenomen heb van huis, is het enige dat vertrouwd aanvoelt.

Slapen gaat niet zo best die eerste nacht, vooral omdat ik moet wennen aan het bed en omdat ik nog wat verkouden ben. Desondanks ontspan ik steeds meer en sta ik best relaxed op de volgende ochtend. Ik besef ineens goed dat ik nu echt tijd en ruimte voor mezelf heb. Dat is ongekend. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben nog nooit langer dan een nacht zonder mijn kinderen geweest en eigenlijk heb ik altijd wel iemand om me heen gehad.

Dit is belangrijk, van levensbelang, schiet het plotsklaps door mijn hoofd. Ik moet dit ervaren, ik moet ervaren wat het is om helemaal alleen te zijn. Ik moet niet bang zijn. Ik moet het gewoon laten gebeuren. Van te voren had ik nog gedacht dat ik af zou gaan spreken met vrienden of met mijn zussen, maar nu merk ik dat ik dat vooral niet moet doen. Deze tijd is voor me, myself and me.

En zo is het gegaan. Het is nu dag vijf en ik heb nog niemand gezien, alleen in de supermarkt, maar dat telt niet vind ik. En ik wil ook niemand zien. Alleen mezelf. En die zie ik. En hoe! Die zie ik echt. En ik voel me fijn. Met mezelf. Met mijn eigen ik. Mijn echte ik, helemaal Rick. Eindelijk.

Ik vind het best lastig uit te leggen wat er nou precies gebeurd is en gisteren voelde ik me haast schuldig om het geluksgevoel dat ik momenteel voel. Soms voel ik me gewoonweg overdonderd en begrijp ik niet dat dit kan. Ik heb nog nooit in mijn leven zo’n rust ervaren. Het is stil in mijn hoofd! Nu ik dit schrijf biggelen de tranen over mijn wangen. Van ontroering. Van ongeloof. Van geluk. Het is stil en ik voel ruimte. Het is zo leeg in me dat het vol is.

Ik ben hier alleen en ik zie en voel mezelf zoals ik ben. Vrij, ongedwongen en in rust. Er zijn geen mensen om me heen die me niet zien zoals ik ben of die me niet willen of kunnen accepteren. Er wordt niet op me ingepraat en ook mijn stem is er niet. Niet die stem in me die brult “ik kan zo niet verder, ik wil de waarheid op tafel, ik word gek van deze poppenkast, ik wil uit de kast.”

Natuurlijk mis ik de kinderen enorm, maar de ondraaglijke verscheurende pijn die ik verwachtte is er niet. Ik voel me echt heel goed. Ik slaap goed, ik adem dieper, mijn borstkas lijkt veel breder, ik voel me ontspannen, ik barst van de energie. Nooit was ik alleen, maar zo vaak voelde ik me eenzaam en alleen. Nu ben ik alleen, maar ik voel me niet alleen. Ik heb genoeg aan mezelf.

DE DEURBEL…

Tot hier had ik geschreven toen de bel ging. Mijn man staat voor de deur met onze zoon. Mijn zoon huilt. Hij mist me verschrikkelijk. Mijn moederhart breekt. Ik neem hem in mijn armen, troost hem, knuffel hem, stel hem gerust. We spreken af dat ik even mee ga naar huis. Ik eet wat met ze mee, help met huiswerk en breng de kinderen naar bed. Heerlijk is het om weer even bij ze te zijn, ze te voelen, naar ze te luisteren en ze te knuffelen.

Maar ook, ik voel meteen weer de druk en de onrust. Mijn man die opnieuw aandringt om alles bij het oude te laten. De stilte in mijn hoofd is abrupt verstoord. Als door een straaljager die laag over de vredige heide raast.

Ik heb wat te verwerken. Ik ben weer uit balans.

Hoe zie je er uit?

Onlangs vroeg een lezer me hoe ik er nou eigenlijk uitzie. Ga ik als man de straat op? Of hoe zit dat nou eigenlijk?

Ik zie er uit als een vrouw. Nog steeds, dat kan niet anders en dat kan ook niet één, twee, drie veranderd worden. Ik heb nou eenmaal vrouwelijke trekken, vrouwelijke rondingen en een grote boezem die ik niet zomaar kan verbergen. Dit zal ik voor nu moeten accepteren. Niet makkelijk, maar er zit niets anders op.

Het duurt zeker nog twee jaar voordat de geslachtsaanpassende behandelingen kunnen beginnen, de wachtlijsten zijn lang. Of ik moet de loterij winnen natuurlijk en alles zelf betalen. Veel transmannen (iemand die lichamelijk als vrouw geboren is, maar als man leeft of wenst te leven) gebruiken binders, een soort hele strakke bh die de hele boel plat drukt. Daarnaast dragen ze laagjes, hesjes e.d. om hun boezem te verbergen.

Bij een grote boezem blijf je echter toch altijd wel wat zien en ik heb gemerkt dat die manier van kleden, heel jongensachtig vaak en super casual, gewoon niet bij me past. Ik houd er toch van om me wat netter te kleden. Daarom draag ik nu vrouwenkleding die me zo min mogelijk stoort. Mensen die me niet kennen zullen niets opmerken. Er zijn veel meer vrouwen die zo gekleed gaan.

Mensen die me kennen zullen wel degelijk een verschil zien. Vorig jaar droeg ik nog altijd jurken, rokken, sieraden (vooral mooie grote kettingen), make-up (oogschaduw, lippenstift, nagellak), een vrouwenbril, vaak hakken en had ik lang haar. Nu draag ik alleen nog maar broeken, geen sieraden meer, slechts een beetje mascara, plattere schoenen, een unisex bril en heb ik mijn haar kort geknipt.

Begin van de zomer schreef ik nog een enthousiast blog over transitiekleiding, dacht ik dat ik wel gewoon herenkleding kon kopen, maar dat voegt toch niet, helemaal niet in de winter. Het voelt toch nog een beetje als verkleden omdat het niet matched bij mijn lichaam en dat voelt voor mij niet prettig.

pakWaar ik me nu het beste in voel is sobere vrouwenkleding, vrouwenkleding ontdaan van alle frutsels, prints en tierelantijntjes. Ik heb een paar mooie colberts gekocht in stoffen die ook voor mannenkleding gebruikt worden, maar de snit is wel vrouwelijk. De colberts draag ik op een spijkerbroek of in combinatie met een broek van dezelfde stof als het colbert (een pak dus). Daarbij een mooi, maar simpel effen t-shirt in een leuke kleur en het is af.

Dit is voor mij nu het best haalbare. Voor de rest is geduld een schone zaak…

Time-out

Ik ga zo mijn spullen pakken en tijdelijk ons huis uit. Ik ben nerveus en verdrietig, maar tegelijkertijd opgelucht. Ik denk dat het een verstandige beslissing is.

We hebben ruimte nodig. Rust. Tijd voor reflectie. Mijn man en ik komen er namelijk niet uit met zijn tweeën. We blijven maar in cirkeltjes ronddraaien en dat is niet goed. We raken uitgeput en wanhopig en als dit nog lang zo doorgaat is het niet ondenkbaar dat we de ‘controle’ verliezen en uit onmacht dingen doen die niet terug te draaien zijn. Dat wil ik niet. Daarvoor zijn mijn man en mijn kinderen me te lief.

Over één ding zijn we het roerend eens. We vinden dat onze kinderen een moeder én een vader nodig hebben. Over de uitvoering zijn we het echter totaal oneens.

Mijn man vindt dat het gezin hoe dan ook bij elkaar hoort te blijven en dat ik mijn transitie in de koelkast moet zetten (vijf jaar of nog wat langer) totdat de kinderen ouder zijn. Ik ben van mening dat je juist een goede vader en moeder bent als je open en eerlijk over je problemen spreekt, vertelt wat er werkelijk aan de hand is en onder ogen ziet dat we niet meer bij elkaar passen omdat hij me nooit zal kunnen accepteren zoals ik ben en wil zijn, een man, van binnen én van buiten.

Uit elkaar gaan is altijd moeilijk en pijnlijk, dat zal ik nooit ontkennen en weet ik uit ervaring als kind van gescheiden ouders, maar de waarheid en een goed contact tussen vader en moeder, die samen, ook al wonen ze niet bij elkaar, voor een liefdevolle opvoeding zorg dragen verzachten de pijn en zullen de kinderen sterk en weerbaar maken.

Het is tijd voor een time-out. Ik vertrek. Ondertussen hoop ik op een wonder.