Maandelijks archief: juli 2013

Royal Baby

Een beetje geïrriteerd raak ik van al die berichten van de net geboren baby van William en Kate. Maar goed, al die gekte lijkt te horen bij Koningshuizen en ik ben nou eenmaal niet zo koningsgezind. Het zij zo.

Deze geboorte doet me echter wel denken. Vroeger was het vanzelfsprekend voor me, er wordt een kindje geboren en je vraagt “En??? Wat is het geworden? Een jongen? Of een meisje?” Nu is dat niet meer zo.

Inmiddels weet ik dat het zo kan zijn dat de buitenkant totaal niet overeenstemt met de binnenkant. Of maar een beetje. Of soms wel en soms niet.  En dat dat meer voorkomt dan ik dacht. En dat het goed is dat mensen zich bewust worden van het feit dat sekse (je fysieke geslacht) en gender (hoe je je voelt) twee totaal verschillende dingen zijn. queen

De sekse van de Royal Baby weten we. It’s a boy! Duidelijk. Over zijn gender weten we echter nog niets. De toekomst zal het leren. Wie weet ligt er wel een transmeisje in het koninklijke wiegje… een toekomstige transqueen!

Advertenties

Onkruid

Onkruid wieden. Simpel. Lijkt het. Maar tegenwoordig is niets meer simpel. Zelfs onkruid wieden brengt me een beetje van mijn stuk. Want wie bepaalt eigenlijk wat onkruid is? En wie heeft het recht dat te bepalen? Wie bepaalt wat of wie er mag leven en wat niet? Ik voel diep in me boosheid opborrelen. Ik voel me verdrietig. Het voelt als een groot onrecht.

zevenbladOnze tuin staat weer eens vol met zevenblad. Steeds tel ik  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 blaadjes. Soms piepkleine versgroene glimmende babyblaadjes en vaak al hele grote stoere donkergroene doffere bladeren. Wonderlijk, steeds weer eenzelfde blad bestaande uit zeven blaadjes. Prachtig. Weer zo’n wonder van de natuur. Als altijd perfect.

Weinig onkruid is zo  berucht als het zevenblad. In een mum van tijd verspreidt het zich met zijn kruipende wortels door de tuin. Ook al trek ik het plantje  met zoveel mogelijk wortel uit de grond, dan nog breekt het vrijwel zeker af. Bij de breuk groeit de plant weer vrolijk en in een razendsnel tempo verder uit. De enige manier van bestrijden is de plant helemaal, met al zijn wortels, uitgraven. Er hoeft echter maar weinig achter te blijven en het zevenblad steekt de kop weer op. Uitroeien is een haast onmogelijke opgave.

Even voel ik me zevenblad. Ik pas niet in dit tuintje. Bruut word ik keer op keer onthoofd en verminkt, maar mijn wortels leven voort. Onverwoestbaar. Krachtig. Steeds weer een nieuwe weg zoekend naar boven. Ik wil groeien en bloeien, maar het mag niet. Niet in dit tuintje in ieder geval. Wel elders, want het zevenblad is ook bekend om zijn geneeskrachtige werking. In kloostertuinen werden ze van oudsher gekoesterd. Alleen wil ik zo graag juist in dit tuintje floreren. 

Ver achteraf in een hoekje van onze tuin ontdek ik ineens allemaal kleine witte bloempjes. Ze staan fier te pronken in de zon. De schoonheid verrast me.  Wat is dit? Een wit scherm van honderden kleine bloemetjes. Ik volg de stengel naar beneden en zie ik dat het de bloem is van het zevenblad. Ik slik. Nooit eerder is het zevenblad in  mijn tuin tot bloei gekomen, maar dit plantje moet ik niet gezien hebben bij de voorlaatste wiedbeurt.  Wat een bloemenpracht!

Zevenblad bloem

“Stel je niet aan Rick, het is maar een plantje” zeg ik tegen mezelf en met een ruk trek ik het bloemenscherm met wortel en al uit de grond. Ik voel een scheut van pijn door mijn lichaam gaan. Ik voel me verscheurd. En een brute klootzak.

Slappe lach

Heb één van mijn zussen verteld wat er momenteel speelt in mijn leven. Ik heb haar verteld dat haar grote zus eigenlijk haar grote broer is. Dat ik altijd al wist dat er iets niet klopte, maar dat ik er niet aan wilde. Dat ik altijd dacht dat het onzin was en dat het niet kon. Dat ik me altijd verzet heb, maar dat ik er nu niet meer onderuit kan. Dat ik onder ogen moet zien dat ik geboren ben in het verkeerde lichaam en dat ik graag verder wil leven als man.

In het begin verliep het gesprek een beetje stuntelig en ik zei, bijna meteen met de deur in huis vallend “ZusVier, ik ben een man”. Ze keek me met grote verbaasde ogen aan, ik keek haar aan en tegelijkertijd schoten we in de lach. Ze wist dat ik het serieus zei, maar het klonk inderdaad absurd en mijn inleiding was op zijn zachtst gezegd nogal onbeholpen. We moesten verschrikkelijk lachen en we kregen de slappe lach. We konden gewoonweg niet meer stoppen. Steeds als ZusVier of ik weer wat wilde zeggen gierden we het uit.

Pas vijf of tien minuten later, met pijn in onze buiken en uitgelopen mascara van het lachen konden we het gesprek voortzetten. Een fijn gesprek overigens. Ze was zeer verbaasd, had dit nooit verwacht, maar zei dat ik moet doen wat goed voelt voor mij en dat ze me zal steunen waar nodig. Echt top.

Mama

Mama, wat zou ik graag willen dat je me in je armen neemt, me troost en me zegt “het komt wel goed, ik ben bij je”. Net als vroeger, toen ik nog heel klein was. Net als nu, zoals je dat doet bij je kleinkinderen, die je stuk voor stuk adoreren.

Mama, ik mis je ineens zo erg. Het is een nieuw gevoel, het doet pijn, maar het is fijn tegelijk. Het voelt gezond. Gezond dat ik je voor de eerste keer in mijn volwassen leven nodig heb en je mis nu het hier zo moeilijk gaat.

We zien er elkaar sowieso wekelijks. Meestal vaker. Je bent de meest fantastische oma die er bestaat. We hebben een liefdevol en goed contact, maar er mist diepte. Dat is altijd zo geweest. De echte verbinding ontbreekt. Echt praten kunnen we niet. Hebben we nooit gedaan. Ik snapte nooit hoe dat kwam, maar nu is duidelijk waarom dat zo is geweest. Hoe kon ik ook ooit echt contact met je maken? Hoe kan je je überhaupt verbinden met een ander als het niet vanuit echtheid is?

Ik wil je zo graag vertellen wat er speelt, wat er in me omgaat, maar durf het niet. Denk niet dat je me ooit zult verstoten en twijfel er ook niet aan dat je van me houdt zoals ik ben, maar ik weet niet of je het aan kunt. Het is niet het goede moment om me te openen, maar tegelijkertijd vraag ik me af of er ooit een ‘goed’ moment zal komen.

Lieve mama, ik ben zo bang dat je het verdriet van mijn man niet aan zult kunnen zien, de schoonzoon die je zo lief hebt en met wie je zo’n bijzondere band hebt. Mama, ik weet niet wat voor gevolgen extra stress voor jou zullen hebben, je bent nog maar net herstellende van die slopende ziekte. Je hebt overwonnen, maar de chemo en radio hebben onuitwisbare sporen achtergelaten. Je bent nog lang niet de oude en bovendien is je partner terminaal ziek.

En terwijl ik hier over nadacht aan het begin van de middag, werd ik gebeld door een van mijn zussen met het bericht dat ze met spoed met je op weg is naar het ziekenhuis. Op zondag. Wederom complicaties waardoor je nier faalt. Je bent er beroerd aan toe. Lieve mama, ik hoop in ieder geval maar dat ik jou kan troosten en er voor jou kan zijn. Ik kan niet wachten jou in mijn armen te sluiten.

Moe

Ben moe. Gewoon erg moe. Heel, heel erg moe. Moe van het zien van verdriet. Moe van de situatie. Moe van de slapeloze nachten. Niet omdat ik slecht slaap, maar omdat mijn man niet kan slapen en mij ongewild wakker maakt. Moe van mijn reis. Moe van de lange weg. Moe van alle ups and downs.

Ja, ik ben moe, ontzettend moe. Ik wil nog zoveel, maar kan het even niet. Mijn lichaam protesteert. Ik ga er naar luisteren. Dit protest neem ik serieus. Maar al te vaak heb ik mezelf gemaand om maar door en door te gaan. Dat wil en kan ik niet meer.

Ik accepteer het. ik ben dood- en doodmoe en ik geef me over. Ik geef me over aan mijn moeheid, maar wel met alle vertrouwen dat het goed komt. Hoe dan ook. Het komt goed en het is goed.

Poeh, sterk spul…

fishermans

Waarom?

Gedachten kunnen voor of tegen je werken. Gelukkig zijn gedachten ‘maar’ gedachten en kun je ze sturen. Dit is te trainen en het is veel gemakkelijker dan het lijkt. Kwestie van oefenen.

Het heeft mij bijvoorbeeld heel veel geholpen me niet te laten beheersen door de gedachte ‘waarom?’ Het is een vraag waar je nooit antwoord op krijgt en je voelt je er alleen maar beroerd door. Het heeft namelijk helemaal geen zin je af te vragen waarom bepaalde zaken je overkomen.

Op het prachtige blog van Petra Gender reageer ik wijs “Stop met vragen naar het waarom. Dit is wat er is. Wat ons ten deel valt. Ga op reis, omarm je angsten en verdriet en geniet zoveel mogelijk van alle ontdekkingen over jezelf en de weg naar jezelf”. Op het moment dat ik het schrijf meen ik dat, ben ik blij dat ik geleerd heb waarom-vragen niet mijn leven te laten bepalen.

Daarom komt het ’s middags extra hard aan. Ineens is hij daar, als een moker in mijn hoofd, die afschuwelijk waarom-vraag en op dat moment ben ik niet in staat hem te pareren. Waarom lijkt het wel of ik (letterlijk) moet kiezen tussen mijn eigen leven en het leven van mijn man?

WaaromHet is ongelooflijk moeilijk mijn man zo enorm te zien lijden, zoveel verdriet heeft hij. Zijn gezondheid lijdt er inmiddels onder en ik maak me ongerust. Ik weet dat er mensen zijn die dood kunnen gaan van verdriet en ik denk dat hij dat kan.

Al zijn dromen zijn in duigen gevallen. Hij is een op-en-top gezinsman en ik ben voor hem nog steeds zijn ideale vrouw. Hoeveel vrouwen zouden niet een man willen zoals hij? Trouw, grappig, gastvrij, hulpvaardig, betrokken en hardwerkend? Het is eigenlijk heel wreed wat ons overkomt.

Ik kan niet anders dan mijn eigen advies opvolgen. Ik omarm mijn angsten en verdriet en geniet van de mooie momenten die ik ook heb in mijn huidige leven.

Gelukkig kunnen geluk en ongeluk naast elkaar bestaan.