Klaar!

Het is klaar.

Je raakt nooit uitgereisd, want het hele leven is één lange reis, maar dit gedeelte van mijn reis, de transitie van vrouw naar man is klaar.

Nog een paar puntjes op de i, maar dit was het dan.

Daarom ga ik per direct stoppen met mijn twitteraccount ´Eindelijk Rick´.

Dit blog laat ik voorlopig nog online staan, maar zal ik alleen gebruiken als ik nog iets te melden heb gerelateerd aan mijn transitie. Er zal best nog wel eens nieuws zijn, maar ik verwacht dat dat heel sporadisch zal zijn.

Mocht je op de hoogte willen blijven, laat dan even je mailadres achter onder het kopje ‘VOLG DIT BLOG VIA EMAIL’ rechtsboven in beeld. Heb je vragen, dan kun je me altijd mailen. Het adres vind je onder het kopje ‘over Rick‘.

Zoals ik schreef in mijn blogpost ‘Eén jaar Eindelijk Rick‘, schrijven zet voor mij dingen op een rijtje, geeft me de mogelijkheid mijn gevoelens te uiten en dient als uitlaatklep. Bovendien was het voor mij dé manier om te communiceren met de buitenwereld. Ik geniet ervan en ik schrijf ook alléén als ik de drang voel om dat te doen. Die drang voel ik nu niet meer. In ieder geval niet over het onderwerp transitie/transgenderzijn.

Het schrijven van dit blog heeft me enorm, maar dan ook enorm veel gegeven; steun, inzichten en vriendschappen. Daar ben ik heel erg dankbaar voor, maar nu is het tijd om verder te gaan.

Het is tijd voor een volgende etappe in mijn reis. Mensen die mijn verleden niet kennen hoeven niet te weten dat ik ooit gevangen zat in dat vervloekte vrouwenlijf. Niet dat het een geheim is, maar ik ga het ook niet aan de grote klok hangen. Ik wil nu gewoon Rick zijn, een man, en niet Rick, de man die ooit een vrouw was.

Vanaf heden treed ik uit de anonimiteit, want vooral daar ben ik  h e l e m a a l  klaar mee. Om verschillende redenen heb ik er toentertijd voor gekozen dit blog onder een pseudoniem te schrijven, maar nu ben ik er klaar voor; ik mag gezien worden!

Liefs,
Rick

.

.

De heerlijke draaglijke lichtheid van het bestaan

Tijdens het lanterfanten zat ik vanochtend wat te mijmeren. Vroeg ik me af wat nou precies het verschil is tussen mijn leven voor mijn transitie en mijn leven nu, nu ik passabel als man door het leven ga, Het is namelijk al weer ruim zes weken geleden dat iemand me met mevrouw aangesproken heeft en iedere keer weer voel ik een intense blijheid als ik meneer hoor.

Mijn leven is vooral licht nu. Zo kan ik het het beste omschrijven. Het is ontspannen, relaxed en rustig. Dat wil niet zeggen dat er nooit problemen zijn, maar het voelt enorm veel lichter. De dagelijkse dingen zijn zoals ze moeten zijn, dagelijks dus.

Voor mijn transitie was mijn leven als rijden met de handrem erop. Ik werd constant geremd. Ik moest constant extra inspanning leveren. Als fietsen pal tegen de wind in. Als een constant zwoegen tegen de natuurkrachten. Nu heb ik het gevoel dat ik wind mee heb. In mijn rug en nog lekker hard ook. Ik trap wel en ik moet wel wat doen, maar het gaat haast moeiteloos. Het gaat als vanzelf en iedere keer word ik daar weer door verrast. Het is best wennen, want ik merk het nu pas. Als je altijd tegenwind hebt gehad, dan weet je gewoon niet beter.

In het verleden heb ik me nooit laten kennen, van alles gedaan en mezelf altijd weer die spreekwoordelijke schop onder mijn kont gegeven, want altijd was er die straffe tegenwind. Het kostte me moeite naar buiten te gaan, het kostte me moeite mensen te ontmoeten, het kostte me moeite te praten, alles kostte moeite. Alles vrat energie en ik had altijd het gevoel in gevecht te zijn. Dan heb ik het over de gewone dagelijkse dingen. Van een brood bestellen bij de bakker, koffie drinken op een terrasje of op verjaardag gaan, zelfs bij mensen die ik heel goed ken.

Moeiteloos doe ik ze nu, al deze gewone dagelijkse zaken. Op straat lopen. Boodschappen doen. Een praatje aangaan op een verjaardag. Zomaar iemand aanspreken op straat. Een grapje maken. Een voorstelrondje. Een vraag stellen in het openbaar. Noem maar op. Zaken die ik altijd al deed, maar waarbij ik altijd maar weer die drempel over moest omdat ik me altijd onzeker voelde, me schaamde en er eigenlijk niet wilde zijn.

Eindelijk.
Niet-geremd.
Licht.
Bevrijd.
Benieuwd waar dit me gaat brengen.
Wat een boeiende reis!

Gedwongen vakantie

Gedwongen vakantie.
Ik zit namelijk weer zonder werk.
Luister en huiver.
En juich!

Zoals ik schreef in mijn blogpost One of the boys was het me gelukt om (zo goed als) passabel een baan te verwerven. Ik was de koning te rijk. Weg dat afschuwelijke ‘zwaard van Damocles’ dat financiële onzekerheid heet. Met recht een nieuwe start. Eindelijk h e l e m a a l Rick.
Wat een geweldige overwinning. 

Vol goede moed en met alle inzet van de wereld startte ik de interne opleiding die nodig was om deze job uit te kunnen voeren. Een gedegen voorbereiding was nodig, ik moest veel parate kennis hebben en uitgebreide protocollen uit mijn hoofd leren. Veel stampwerk dus, maar ik zou dit varkentje wel even wassen.

Jezus, wat viel dát tegen. Ik werd overladen met informatie, had lange trainingsdagen, onregelmatige werktijden (vaak om 04.30 op), veel reistijd en al voel ik me piep en vol energie, ik merkte toch wel dat ik geen achttien meer ben. Ik liet me daar echter niet door ontmoedigen, al was het behoorlijk uitputtend en soms nogal frustrerend.

Na twee weken opleiding kreeg ik plotseling een telefoontje van een oude werkgever waar ik nog een sollicitatie had lopen, maar eigenlijk niet meer aan gedacht had. Vorig jaar had ik daar heel graag willen beginnen, maar ik werd tweede na een intensieve sollicitatieprocedure en het was toen best een hele dobber om dat te verwerken (lees: ik was hevig teleurgesteld en tegen het depressieve aan). Ik werd uitgenodigd voor een open dag om het bedrijf te leren kennen en door middel van speeddates kennis te maken met enkele werknemers. Daar ik het bedrijf al ken, ik had daar immers al negen maanden ingevallen wegens ziekte, deel ik mee dat ik zeker interesse heb om te solliciteren, maar nu geen tijd vrij kan maken voor zo’n dag. Ik heb nu namelijk zo goed als zeker een baan en daar moest ik het natuurlijk nog maar zien. Bovendien, wat zouden mijn kansen nu zijn? Ik schatte ze niet zo groot in met zoveel concurrentie en bij een andere directeur die ik wel eens gezien had, maar niet echt kende.

Gelukkig was mijn afwezigheid op die dag geen reden voor de directeur om me niet uit te nodigen voor een persoonlijk sollicitatiegesprek. Ondertussen ging mijn opleiding natuurlijk gewoon door. Het bleef enorm bikkelen en afzien. Gelukkig hadden ze zelf wel gezien dat het allemaal te intensief was en ik kreeg toestemming om het examen uit te stellen. Ze waren ervan overtuigd dat ik deze functie aankon, maar het was gewoon allemaal te veel in zo’n korte tijd en er waren een aantal zaken die niet goed liepen. Door technische problemen was het o.a. niet mogelijk om goed te kunnen oefenen in een proefsituatie met de systemen die je wel feilloos onder de knie moest hebben.

Vooral nieuwsgierig ga ik op sollicitatiegesprek. Als man naar binnen bij een organisatie die ik twee en een half jaar geleden als vrouw verlaten had, al worstelde ik toen wel enorm met mijn identiteit en was de geest uit de fles, al hadden ze daar geen weet van. Eigenlijk dacht ik dat ik geen schijn van kans maakte voor deze functie, hoewel ik hem al eerder bekleed had. Dat was immers bij die andere directeur en er waren stapels met sollicitatiebrieven ontvangen van goede kandidaten. Maar wat maakte het ook uit, ik had niets te verliezen en had toch al een baan. Alleen nog even dat examen dan. Ik wist dat het moeilijk zou zijn en dat het percentage afvallers bijna 50% was, maar ik schatte mezelf zeker in staat het goed af te ronden, wat mijn opleiders overigens ook beaamden.

Het sollicitatiegesprek verliep werkelijk geniaal. Er was een enorme klik tussen deze directeur en mij en we zaten totaal op één lijn. De functie was nog veel leuker dan ik had gedacht omdat ze liet doorschemeren dat er ook allerlei andere mogelijkheden voor me zouden zijn bij een nieuw te openen vestiging. Ik zou aan het werk gaan in een geheel nieuw te formeren team dat met heel veel zorg door haar was samengesteld met een visie waar ik helemaal achter sta. Superenthousiast en met een heel goed gevoel verliet ik het gesprek. Wow, hier was ineens een andere optie ontstaan, dat kon haast niet anders. Straks zou ik nog kunnen kiezen uit twee banen! Eigenlijk drie, want mijn werkgever van het afgelopen jaar belde me ook of ik nog terug wilde komen, maar dat vond ik minst interessante optie.

Drie dagen daarna het verlossende telefoontje. “Geen enkele twijfel, ik wil jou in mijn team!” zegt mijn nieuwe directeur. Ik spring een gat in de lucht, deze baan past veel beter bij me, is voor langere tijd, misschien t.z.t. wel voor vast en biedt meer mogelijkheden voor de toekomst. Bovendien dicht bij huis en ideaal te combineren met de schooltijden van mijn kinderen en eventuele andere zaken die ik wil gaan ondernemen. Ongelooflijk hoe dingen dan ineens kunnen gaan lopen. Je hebt niets en dan ineens de keus uit drie banen en de leukste en de beste in the pocket.

De ingangsdatum van deze baan echter pas per 1 oktober, misschien zelfs later, maar dat maakte me niet zo uit. In de tussentijd had ik natuurlijk die andere baan. Alleen nog even dat examen dan. Maar dan gebeurt er wat ik nooit verwacht had. Ik zak voor het examen. Als een baksteen. Niet eens een herkansing. Van de één op de andere dag sta ik op straat, want zo werkt dat als je via een uitzendbureau wordt geplaatst. Ik kan het niet geloven. Moet minstens vier dagen als een halve mongool met open mond rond hebben rondgelopen. Nog nooit ben ik gezakt voor een examen. Nog nooit ben ik ontslagen vanwege ondermaats presteren. Nu dus wel. Ik baal als een stekker. Hoe kon dit gebeuren?

Natuurlijk heb ik  g o d z i j d a n k  een betere baan in het verschiet, maar dat wil wel zeggen dat ik minstens drie maanden geen inkomsten heb als ik niets anders vind in de tussentijd. Dat wordt dus wederom interen op mijn spaargeld. Balen. Na een dag of vijf lukt het me echter om de situatie te accepteren zoals die is en de voordelen ervan in te zien. Ik ben nu vrij. Voor het eerst in jaren ‘moet’ ik niets en heb ik geen druk van per se moeten solliciteren, van psychologische tests, van lichamelijke onderzoeken, van operaties, van herstel, van wat dan ook…
lekker-lanter-fanten-CoachSander.nl_Wat een ruimte,
wat een rust,
wat een vrijheid.
Wat een cadeau!

Zo zie ik het dan maar. Ik heb vervolgens een heerlijke twee weken bijna fulltime met mijn kinderen voordat ze vijf weken naar het buitenland vertrekken om de zomer door te brengen bij mijn ex-schoonfamilie. We genieten. Het is echt heerlijk. Quality time met een hoofdletter. Wat ben ik dankbaar voor deze extra tijd zo samen, helemaal nu ze zo lang weg zijn.

Later analyseer ik wat er precies gebeurd is. Hoe dat examen ging. Ik was haast niet zenuwachtig, daar lag het dus niet aan, maar alles wat mis kon gaan ging mis. Ook wat nog nooit eerder mis ging. Het was een praktisch examen en zelfs het inloggen in het systeem ging niet goed. Een enorme blonde actie, want hoe kan zoiets nou mis gaan? Gewoon computer aandoen met wachtwoorden. Vijf schermen dat wel, maar toch? Zou ik onbewust aangestuurd hebben op deze mislukking? Ik zal het nooit weten, maar vreemd is het allemaal wel. Zoiets heb ik echt nog nooit meegemaakt.

Het resultaat is nu dus dat ik gedwongen vakantie heb, waarin ik tijd heb om te lanterfanten, te lanterfanten en te lanterfanten, de kamers van mijn kinderen te schilderen, af te spreken met vrienden, te sporten (ja, ik ben er weer mee gestart), te lezen, te schrijven en vooral te genieten. Een ongekende weelde en misschien is dat wat ik eigenlijk wel heel erg nodig had na al deze jaren van kei- en keihard vechten om te komen waar ik nu ben.

En  mijn nieuwe baan? Weer een meevaller, die start eerder.
Hoogstwaarschijnlijk per 1 september aan de slag. Het kan niet beter.

.

.

.

Zij? Ach, ik ben het wel gewend…

Sinds drie weken ben ik in opleiding bij mijn nieuwe werkgever. Zoals beschreven in mijn blog One of the Boys is het bij mijn sollicitatie niet ter sprake gekomen dat ik als vrouw geboren ben en eigenlijk nog volop in mijn transitieproces zit. Dat heb ik uiteraard zo gelaten.

Sinds oktober vorig jaar gebruik ik testosteron en in januari heb ik een borstreconstructie ondergaan en een prachtige platte borst gekregen. De vetverdeling in mijn lichaam is al behoorlijk aan het veranderen en mijn stem is veel lager geworden, maar er is toch nog geregeld twijfel over mijn sekse omdat ik ook nog wel vrouwelijke trekken heb. Je ziet mensen geregeld denken.  Is het nou een man? Of toch een vrouw?

Ik pas heel erg op mijn kleding en mijn haar. Ik merk namelijk dat dat veel doet, sommige kleuren en vormen maken mannelijker, maar feilloos werkt het nog niet. Ik maak me daar overigens niet al te druk om, ik weet dat het een kwestie van tijd is. Het proces van vermannelijking gaat zijn gang en over een tijdje zal echt niemand meer zien dat ik ooit in een vrouwenlijf gevangen zat, helemaal als mijn baardgroei goed op gang gekomen is. Dat is echt een groot voordeel dat wij hebben als transmannen.

Op een gegeven moment zegt één van mijn nieuwe collega’s tegen een andere collega: “Misschien wil zij ook nog wel koffie.”

“Hij!” zeg ik, met een knipoog.

“Oh, sorry” zegt ze “misschien wil hij ook nog wel koffie!”

De volgende dag moeten we met zijn tweeën naar een andere locatie. Ze zegt dat ze haar excuses aan wil bieden omdat ze ergens heel erg mee zit. “Ik kon er niet van slapen, ik vind het zo erg dat ik ‘zij’ tegen je zei. Je heet Rick en je ziet eruit als een man en toch dacht ik dat je een vrouw was.”

Ik heb echt een beetje medelijden met haar. Ik zie dat ze er enorm mee zit. “Ach joh” zeg ik luchtig “maakt niet uit hoor, ik ben het wel gewend.”

“Vind je dat niet vervelend dan, dat je soms voor vrouw aangezien wordt?” vraagt ze zacht “dat lijkt me helemaal niet leuk.”

“Leuk vind ik het niet” zeg ik “maar daar heb ik me maar bij neergelegd, het heeft niet zo veel zin meer om me daar druk over te maken. Weet je? Ik maak van nature te weinig testosteron aan, maar gelukkig word ik daar nu voor behandeld.” Ik sta versteld van het antwoord dat ik eruit floep. Niets gelogen en helemaal zoals het is.

“Grappig” slaakt ze gerustgesteld uit “ik maak van nature te veel testosteron aan, daarom was het voor mij heel lastig om zwanger te worden.”

We lopen verder en praten over andere dingen. Het thema is besproken en mocht erover geroddeld worden door collega’s onderling, dan kan ze alles meteen duidelijk maken. Hoogstens vinden ze me een raar ventje, maar daar kan ik echt niet mee zitten.

Dit ook weer uit de wereld. Simpel en effectief.

.

.

.

 

 

Thuis wat uit te leggen

Eén keer per maand wordt er in Amsterdam bij Transvisie een bijeenkomst georganiseerd voor transmannen / vrouw-naar-man transseksuelen (mannen die met een vrouwenlichaam zijn geboren, maar een mannelijke identiteit hebben). De mannen die de groep bezoeken zitten in verschillende stadia van omgaan met hun genderdysforie. Sommigen twijfelen nog, anderen zijn reeds gestart met hun transitie of zelfs al meer dan dertig jaar klaar.

Iedere maand komt er een gastspreker of wordt er een bepaald thema behandeld. Daarna is er een borrel. Ik ga daar regelmatig heen en ik vermaak me altijd prima. Vooral tijdens de borrel, waar we ongegeneerd kunnen praten en lachen over transmannenzaken.

Afgelopen zaterdag kwam stemcoach Coen Honig langs. Hij heeft veel ervaring met transgenders en sprak over stemgebruik door transmannen en waar je op kunt letten. Het blijkt nl. maar al te vaak dat transmannen hun stem, vooral na het starten met de testosteroninname, verkeerd gebruiken en hun leven lang met een jongensstem van een jaar of 18 blijven rondlopen. Jammer en niet nodig.

Het was weer een interessante en gezellige bijeenkomst en na afloop loop ik met twee andere transmannen terug naar het station. Een wandeling van zo’n  half uur. We genieten van het weer, we praten nog wat door en we lachen vooral over de veranderingen die we meemaken in ons lichaam en met onze omgeving.

Als we op het plein bij de Waag lopen, worden we ineens omringd door een groep van tien of twaalf zeer vrolijke en uitbundige dames. Een vrouw van achter in de twintig met een knaloranje exorbitant grote zonnebril en een veren boa roept lacherig: “Mag ik jullie wat vragen?”

“Ja, natuurlijk, dat mag!” roepen we in koor. Zoveel vrouwelijk schoon is natuurlijk niet te weerstaan.

“Het is namelijk zo” zegt ze giechelig “we vieren mijn vrijgezellenfeest en nu moet ik een aantal opdrachten uitvoeren. Ik moet o.a. drie labels knippen uit drie boxershorts van drie verschillende mannen en ik zag jullie lopen met zijn drieën, vandaar mijn vraag, mag ik met deze schaar de labels uit jullie onderbroeken knippen?”

Een beetje aangeschoten zwaait ze gevaarlijk met een schaar boven haar hoofd en verontschuldigend zegt ze “Jullie hoeven je broek niet uit te trekken hoor, jullie boxers trek ik wel even naar boven als jullie het goed vinden!.”

De dames gieren het uit. Wij van binnen nog veel meer. We stemmen toe, terwijl de aanstaande bruid licht blozend verzekert dat ze niet lager zal knippen.

“Als je dat maar belooft” roep ik streng uit, terwijl ik naar mijn kruis kijk “daar ben ik zuinig op.”
We draaien ons één voor één om en trekken onze boxer aan de achterkant boven onze broek uit. De vrijgezellige dame begint te knippen. Eén label, twee labels, drie labels. Er worden foto’s gemaakt. Als volleerde mannen worden we vereeuwigd en maken we grapjes met het vrouwengezelschap.

“Nou, jullie hebben straks wat uit te leggen thuis” ginnegapt één van de vriendinnen.

“Ja” beamen we “dat hebben we zeker…” Ook wij moeten wederom ontzettend lachen om deze hele situatie, Het is echt hilarisch. We nemen afscheid, wensen de bijna bruid veel geluk en vervolgen onze weg.

“Zijn we nou mannen of niet?” vraagt mijn collega.

“Met vlag en wimpel geslaagd” zeg ik.

De dames moesten eens weten. Er viel weinig te knippen.

.

.

.

Moederdag

Een bijzondere moederdag dit jaar.

De eerste moederdag zonder mijn moeder.

De eerste moederdag met een ‘M’ in mijn paspoort.

Heel vaak krijg ik de vraag hoe mijn kinderen mij nu noemen. En of ze nu twee vaders hebben. Mijn zoon en mijn dochter noemen me gewoon mama en ik heb ze gezegd dat ze me ook altijd mama mogen blijven noemen, want ik ben hun moeder en ik zal dat ook altijd blijven.

Klinkt misschien vreemd, moeder én man, maar zo is het gewoon. Ik heb ze gebaard en ik zal altijd hun moeder zijn. Ze hebben één moeder en één vader en dat blijft dus zo.

Het is nog niet voorgmoederdag 2015ekomen, maar ik kan me voorstellen dat ze op een gegeven moment, als ik echt helemaal passabel ben, ze me in het openbaar bij mijn voornaam noemen of zo, dan hoeft er ook geen uitleg gegeven te worden aan niet bekende omstanders, want dat zou wel een heel gedoe zijn iedere keer. Bovendien hebben zij er als pubers ook geen trek in om op te vallen denk ik zo.

We zullen wel zien. Mij maakt het allemaal niet zoveel uit. Mensen mogen denken wat ze willen. Daarnaast heeft mijn dochter al jaren een bijnaam voor me en als ze die gebruikt zal niemand raar opkijken, die past namelijk ook bij een man. Het regelt zich vanzelf allemaal wel.

Daar vertrouw ik op.

.

.

One of the boys

23 april – De slapeloze nacht

Sinds ik testosteron gebruik, zeven maanden nu, slaap ik als een blok. Een geweldige bijwerking kan ik wel zeggen, het is een weelde zoveel slaapgenot te ervaren na jaren en jaren van belabberde nachten. De nacht van 23 april kon ik de slaap echter niet vatten. Heel vreemd. Ik ben het gewoon niet meer gewend.

Uiteindelijk stond ik maar op en ben ik wat gaan surfen op het net en, toeval bestaat niet, ik zag een droom van een vacature, die ik anders zeker niet gezien zou hebben, want eigenlijk geloof ik op mijn leeftijd niet meer zo erg in het schrijven van brieven. Netwerken heeft veel meer zin en is veel effectiever.

Omdat ik van het enthousiasme toen helemaal niet meer kon slapen, heb ik er om 4 uur ’s nachts een brief uit geknald, want als je iets echt wilt, dan is het geen enkel probleem om daar een motivatie voor te vinden. Daarna toch nog even lekker geslapen.

Dezelfde dag nog word ik gebeld door het Uitzendbureau; “We willen graag kennis met je maken, alleen wordt alles geregeld vanuit Utrecht, wel wat ver voor jou, je kunt hier langs komen, maar we kunnen de sollicitatie ook telefonisch doen hoor!” “Geen probleem” hoor ik mezelf meteen zeggen “ik kom wel langs, ik wil de kans op slagen zo groot mogelijk maken, want deze functie interesseert me echt enorm!”

Razendsnel heb ik me bedacht dat het belangrijk is dat ze me zien, op die manier kan ik eventuele vooroordelen over transseksuelen meteen van tafel vegen. Ik weet dat als men mij ziet ik vertrouwen geef en uitstraal, want weet ik veel wat ze denken, misschien wel dat ik er raar uit zie, dat ik psychisch in de knoop zit of wat dan ook. Ik moet grinnikend meteen denken aan wat een collega met verbazing uitriep nadat ik uit de kast was gekomen voor de hele afdeling tegelijk “Oh, maar jij bent helemaal niet zielig en zo vol met leven en met zin om er wat van te maken, wat bewonder ik jou!”

28 april 2015 – De intake

Met mijn gloednieuwe paspoort met de felbegeerde M en mijn oude diploma’s meld ik me ruim op tijd bij het Uitzendbureau. In de bevestigingsmail stond dat ik mijn diploma’s mee moest nemen. Indien dat niet zou kunnen had ik dat van te voren moeten melden. Blijkbaar vinden ze diploma’s erg belangrijk dacht ik. Op mijn diploma’s staat echter mijn vrouwennaam. Ik verwachtte dus dat er gesproken zou gaan worden over mijn transgender-zijn. Leek me ook wel logisch nog in dit stadium  van mijn transitie. Als ik me heel mannelijk kleed met een overhemd in blauwtinten die me wat stoerder maken, dan word ik tegenwoordig meestal met meneer aangesproken. Kleed ik me uniseks, dan is er twijfel en wordt het vaak toch nog mevrouw. Kapsel en kleding zijn in deze fase van mijn transitie heel belangrijk. Ik heb wel het geluk dat mijn stem weer behoorlijk zwaarder is geworden de afgelopen week.

Het gesprek begint heel relaxed. Ik moet me legitimeren, ze maken kopieën, ze vullen al mijn gegevens in. De rest van het gesprek gaat ook heel soepeltjes, er worden veel vragen gesteld en ik geef gemakkelijk antwoord. Wel vraag ik me af of de meneer van het Uitzendbureau niets ziet of vermoedt? Voor ik het weet zijn we vijf kwartier verder en om mijn diploma’s wordt niet gevraagd. Ik heb helemaal niet hoeven spreken over het feit dat ik een transman ben! Geen uitleg, geen vragen, geen gedoe… huh?? Ik kan het eigenlijk nog maar nauwelijks bevatten. Achteraf snap ik het eigenlijk ook wel, ze verwachten een man, je stelt je voor als een man, in je paspoort staat man en dan ben je het ook gewoon. En dat ben ik ook. Ze kunnen hoogstens denken wat een vreemd ventje, maar dat kan me geen bal schelen, ik had dit alleen nog niet verwacht. Wat kan het leven toch weer verrassend lopen.

Een half uur later zit ik trots als een pauw in de trein op weg naar huis. Jéeee, ik was gewoon Rick. Ik heb een glimlach van oor tot oor. Dan komt er een meisje van een jaar of twaalf naar me toe en vraagt: “Meneer…. uhhhh….. mevrouw, mag ik u iets vragen?” “Maar natuurlijk” zeg ik brullend van de lach.

7 mei 2015 – De sollicitatie

Het was spannend, maar op 1 mei hoor ik dat ik voorgesteld zal worden aan mijn mogelijke nieuwe werkgever. Ik ben door het dolle heen. Het is me gelukt om naar de volgende ronde te gaan en nog wel als Rick, als man en niet als transman. Van de 150 kandidaten zijn er nog twaalf kandidaten over voor acht werkplekken door heel Nederland. In mijn regio zijn er twee plekken voor drie voorgestelde kandidaten. De week duurt heel lang, ik weet dat ik een behoorlijke kans maak, maar ik heb de job nog niet, hoewel ik er een enorm goed gevoel bij heb.

Alle overgebleven kandidaten worden ontvangen in een rommelig zaaltje. We krijgen plenair extra informatie over de functie en over het bedrijf, we krijgen een bedrijfsfilm te zien en we vertellen allemaal iets over onszelf. Van mijn fobie voor voorstelrondjes is niets meer over. Daarna hebben we allemaal, één voor één, een speeddate van tien minuten met twee leidinggevenden. In die tien minuten moet je jezelf verkopen.

Ik ben als een van de laatsten aan de beurt. Van zenuwen geen sprake en ik sta versteld van de antwoorden die ik geef. De dag ervoor heb ik bewust besloten me niet voor te bereiden op het gesprek en te vertrouwen op mezelf en op wat er zou komen. Je kunt toch nooit alle vragen voorbereiden en eigenlijk alleen maar jezelf zijn.

Ik heb het gevoel dat het eigenlijk niet meer mis kan gaan, maar mijn god wat spannend nog. Het is nu wachten tot morgenochtend. Doordat deze hele sollicitatiemarathon nogal uitgelopen is, worden we niet dezelfde middag, maar pas de volgende ochtend gebeld met het verlossende woord. Job or no job. Sowieso ben ik tevreden. Veel beter had ik het niet kunnen doen en ook nu was ik gewoon Rick en niet Rick met al dat transgendergedoe, wat ontzettend heerlijk, wat een bevrijding.

Op het station koop ik een broodje. Eerder die dag kon ik niet veel door mijn keel krijgen en ik scheur nu van de honger. “Alstublieft mevrouw!” zegt de donkere meneer vanachter de toonbank, terwijl hij me het wisselgeld terug geeft. Ik kijk hem aan en moet wederom vreselijk lachen “Mevrouw???”  Tsja… wat maakt het ook uit. Het is allemaal slechts een kwestie van tijd en de testosteron zal nog veel van zijn werk gaan doen.

8 mei 2015 – De verlossing

Ondanks de spanning slaap ik goed en kan ik rustig wachten tot de volgende dag 10:00 uur. Dan slaan de zenuwen ineens heftig toe. Het zal nu niet meer zo lang duren denk ik. Ik speel een spelletje Risk met mijn kinderen die vakantie hebben. Een welkome afleiding want mijn hart klopt ondertussen in mijn keel. Dan, om 10:40 uur, gaat de telefoon. Ik spring omhoog, mijn kinderen gillen “Daar is ieeeeeeeeeeeeee!”

“Positief nieuws Rick!” hoor ik aan de andere kant van de lijn, er ontsnapt een harde “YESSSS!!!!!” terwijl ik mijn vuist bal. Ik ben één van de vijf mensen die aangenomen is, dus niet eens één van de acht. De verdere gang van zaken wordt besproken en hoewel ik heel serieus antwoord geef, sta ik ondertussen te dansen, of beter gezegd op een idiote manier te draaien met mijn onderlijf. Mijn zoon en dochter, allebei pubers, schamen zich rot, dat blijkt uit alles, ze houden zich echter wel stil gelukkig. De meneer van het Uitzendbureau merkt niets. Het gesprek duurt ruim vijf minuten, wat verschrikkelijk lang is als je het eigenlijk uit wil schreeuwen, en als ik neerleg springen we met zijn drieën de kamer rond. Mijn kinderen zijn ook heel blij, maar drukken me wel op het hart dat ik nooit, maar ook nóóit meer mag proberen te twerken. “Echt mam, dat kan echt niet!!!!”

Maandag a.s. begin ik met een intensieve training van bijna vier weken. Daarna aan het werk ‘as one of the boys’!  Het is toch wel even heel anders om aan de slag te gaan als man dan als een man die ooit een vrouw was. Ik ben passabel, in ieder geval op mijn werk. Ik heb het hem gewoon geflikt!

Het is nog niet te bevatten…

.

,

,